Ontwerp en layout
Compositie, kleur, titels en foto's op de pagina. De vragen die scrappers het vaakst stellen, met een kort en eerlijk antwoord.
Hoeveel foto's zet je op één pagina?
Er is geen vast aantal. Op een pagina van 30 x 30 cm (12 x 12 inch) werken één tot drie foto's het rustigst, en bij een gebeurtenis passen er ook vier tot zes. Laat het verhaal bepalen hoeveel foto's je nodig hebt.
Een paar vuistregels:
- Eén grote foto op een pagina geeft de meeste impact.
- Gebruik je meerdere foto's, maak er dan één duidelijk groter. Die wordt je focuspunt.
- Moet je alle foto's kleiner maken om er nog één bij te krijgen, dan zijn het er te veel.
- Heb je meer foto's, kies dan een dubbele pagina of stop de extra foto's in een envelopje of achter een flapje.
Lees ook: Foto's kiezen en hoeveel er op een scrapbookpagina passen
Wat is een sketch?
Een sketch is een eenvoudige schets van een pagina. Hij laat zien waar de foto's, de titel, de tekst en de versieringen komen. Het is een plattegrond en geen kant-en-klaar ontwerp: je kiest zelf het papier, de kleuren en de stijl.
Sketches helpen vooral als je niet weet waar je moet beginnen. Je hoeft de indeling niet zelf te bedenken en kunt werken met wat je al in huis hebt. Ze zijn bruikbaar voor papieren en digitale pagina's. Meestal zijn ze vierkant getekend, zodat je ze op elk formaat kunt gebruiken, van een mini-album tot 30 x 30 cm.
Lees ook: Wat is een sketch en hoe maak je er een pagina mee
Hoeveel kleuren gebruik je op een pagina?
Houd het bij drie, hooguit vier kleuren per pagina, plus neutrale tinten zoals wit, crème of kraft. Met te veel kleuren wordt een pagina onrustig. Met te weinig kan hij saai ogen, al komen je foto's dan juist goed uit.
Belangrijker dan het aantal is de verdeling. Geef nooit alle kleuren evenveel ruimte. Een bruikbare verhouding is 60-30-10: ongeveer 60 procent voor de hoofdkleur, 30 procent voor een tweede kleur en 10 procent voor een accent dat het oog trekt. Werk je met maar twee kleuren, dan zorgen patronen, textuur en lichte en donkere tinten van dezelfde kleur voor genoeg afwisseling.
Hoe kies je kleuren die bij je foto's passen?
Haal je kleuren uit je foto's. Kijk welke twee of drie kleuren erin overheersen en zoek papier en versieringen in diezelfde tinten. Dan voelt de pagina vanzelf als één geheel.
Twijfel je, leg je foto dan op een paar verschillende vellen cardstock (stevig effen papier) en kijk op welk vel hij het mooist uitkomt. Een kleurencirkel helpt bij het kiezen van een accent: kleuren die tegenover elkaar liggen geven veel contrast, kleuren die naast elkaar liggen een rustig geheel.
Botst je papier echt met een foto, druk de foto dan af in zwart-wit of sepia. Die passen bij bijna elk kleurenpalet.
Wat is witruimte en waarom is die belangrijk?
Witruimte is het deel van je pagina dat je bewust leeg laat: geen foto's, tekst of versiering. Het hoeft niet wit te zijn. Een effen of rustig gekleurd vlak, of zelfs een fijn patroon, werkt ook.
Die lege ruimte geeft je foto's lucht en maakt ze belangrijker. Het oog weet waar het moet kijken en de pagina oogt rustiger. De meest gemaakte beginnersfout is elke lege plek opvullen. Groepeer je foto's en versieringen liever op één plek en laat de rest open. Heb je het gevoel dat er iets ontbreekt, laat de pagina dan even liggen voordat je iets toevoegt.
Lees ook: Ontwerpprincipes voor een scrapbookpagina die klopt
Waarom ziet mijn pagina er rommelig uit?
Meestal komt het doordat er te veel tegelijk gebeurt: te veel kleuren, te veel losse versieringen en geen duidelijk middelpunt. Loop deze punten na:
- Elke lege plek is opgevuld. Laat meer witruimte.
- Er staan meerdere grote blikvangers. Kies er één.
- De versieringen liggen verspreid over de hele pagina. Zet ze in een paar kleine groepjes.
- Sommige kleuren hebben niets met elkaar of met je foto te maken. Beperk je tot drie of vier.
- Het verhaal ontbreekt. Een titel en een paar zinnen tekst geven samenhang.
Twijfel je, haal dan een of twee dingen weg. Daar wordt een pagina vaker beter van dan van iets toevoegen.
Lees ook: Zo maak je je eerste scrapbookpagina, stap voor stap
Hoe pas je een sketch aan je eigen foto's aan?
Je hoeft een sketch niet precies te volgen. Zie hem als startpunt en pas hem zo aan:
- Je hebt een staande foto en de sketch een liggend vak: draai of spiegel de hele sketch.
- Je hebt te weinig foto's: gebruik een leeg vak voor tekst, de datum en plaats, of een kaartje of entreebewijs.
- Je hebt te veel foto's: voeg twee kleine vakken samen of verstop extra foto's achter een flapje.
- Er is geen plek voor tekst: maak er een van een fotovak, of schrijf op een label dat je achter een foto steekt.
- Je werkt op een ander formaat: vergroot of verklein de verhoudingen tot ze op je eigen pagina passen.
Lees ook: Wat is een sketch en hoe maak je er een pagina mee
Hoe leg je lagen papier zonder dat het rommelig wordt?
Lagen ogen rustig als ze verschillen in formaat, vorm en drukte. Wat helpt:
- Combineer kleine prints met effen papier, zodat niet alles om aandacht vraagt.
- Varieer de maten: een groot vlak, een middelgroot vlak en een smalle strook.
- Leg de lagen iets verschoven, zodat van elke laag een stukje zichtbaar blijft. Stapel ze niet precies op elkaar.
- Breng rechte hoeken in evenwicht met een rond element.
- Gebruik vellum (doorschijnend papier) voor de bovenste lagen. Dat oogt lichter dan dicht papier.
- Houd de lagen dicht bij je hoofdfoto, zodat ze naar die foto toe leiden.
Hoeveel lagen goed voelt, leer je door te oefenen.
Lees ook: Lagen en diepte op je pagina
Hoe zorg je voor één duidelijk focuspunt?
Maak één element duidelijk groter of opvallender dan de rest. Meestal is dat je beste foto. Dat wordt het focuspunt, de plek waar het oog als eerste naartoe gaat.
Zo versterk je het focuspunt:
- Zet de foto op een mat in een contrasterende kleur, of geef hem een dubbele rand.
- Leg lagen papier en een groepje versieringen dicht bij die foto.
- Plaats hem op of bij een snijpunt van de regel van derden.
- Houd de andere foto's kleiner.
Let ook op de kijkrichting in je foto. Kijkt iemand naar links, laat dan aan die kant wat ruimte en zet de foto niet tegen de rand. Een foto zonder duidelijke kijkrichting staat goed in het midden.
Lees ook: Ontwerpprincipes voor een scrapbookpagina die klopt
Hoe kom je tot een indeling als je geen sketch hebt?
Leg je foto's los op de pagina en probeer er drie verschillende indelingen mee, voordat je kiest. Je hoeft niets te tekenen.
- Zet je hoofdfoto eerst neer, groot of op een snijpunt van de regel van derden.
- Leg de andere foto's er in een rij, een hoek of een raster omheen.
- Schuif met de titel en het tekstvak. Zet ze dicht bij de foto's.
- Maak van elke indeling een foto met je telefoon en kijk ze daarna terug. Op een foto zie je de balans beter.
- Kies de indeling waar je blik meteen heen gaat en plak pas dan vast.
Werk je graag met een vast schema, gebruik dan een sketch. Heb je veel tekst, schrijf die dan eerst, zodat je weet hoeveel ruimte je nodig hebt.
Lees ook: Een layout opbouwen in vaste stappen
Waar plaats je embellishments op je pagina?
Zet embellishments (versieringen zoals stickers, knopen en bloemetjes) in kleine groepjes dicht bij je foto's, in plaats van los over de hele pagina. Een groepje dat een hoek van een foto net overlapt, verbindt de versiering met de foto.
Twee vuistregels helpen:
- Oneven aantallen, zoals drie of vijf, ogen natuurlijker dan even aantallen.
- Een visuele driehoek: drie groepjes of herhaalde elementen op drie punten van de pagina leiden het oog over je hele pagina.
Kies versieringen in de kleuren van je foto en houd ze bescheiden. Ze zijn er om de foto te ondersteunen, niet om ermee te concurreren.
Lees ook: Embellishments kiezen en plaatsen, zonder dat het druk wordt
Wat is de regel van derden?
Bij de regel van derden verdeel je je pagina in gedachten met twee horizontale en twee verticale lijnen in negen gelijke vakken. Belangrijke onderdelen, zoals je hoofdfoto of een groepje versieringen, zet je op die lijnen of op een van de vier snijpunten.
Dat oogt levendiger dan alles precies in het midden zetten, en het voorkomt dat een pagina scheef of leeg aanvoelt. Op een pagina van 30 x 30 cm liggen de lijnen op 10 en 20 cm van de rand. Het is een hulpmiddel en geen wet: een foto in het midden werkt net zo goed als je daar bewust voor kiest.
Lees ook: Ontwerpprincipes voor een scrapbookpagina die klopt
Hoe breng je balans in een pagina?
Een pagina is in balans als het visuele gewicht eerlijk verdeeld is. Donkere kleuren, grote foto's, drukke patronen en dikke versieringen wegen zwaar. Licht, klein en effen weegt licht.
Zo breng je de pagina in evenwicht:
- Zet tegenover een grote foto een groepje kleinere elementen of een titel.
- Herhaal een kleur of vorm aan de andere kant van de pagina.
- Combineer drukke foto's met rustig papier.
- Zet foto's met ongeveer hetzelfde gewicht samen op één pagina, en geef je drukste foto een pagina voor zich alleen.
Balans hoeft niet symmetrisch te zijn. Een ongelijke maar evenwichtige pagina oogt vaak levendiger.
Lees ook: Ontwerpprincipes voor een scrapbookpagina die klopt
Hoe geef je je pagina meer diepte en textuur?
Diepte krijg je door niet alles plat op te plakken. Een paar manieren:
- Zet enkele elementen op foamtape of foamblokjes. Kies 1 tot 2 mm dik, zodat je album nog goed dichtgaat.
- Wissel de manier van vastmaken af: helemaal vastgeplakt, met één hoek los, of vastgestikt met de naaimachine.
- Knip bloemen of blaadjes uit designpapier en plak ze verhoogd op.
- Voeg materialen met een eigen structuur toe, zoals vellum, stof, kant of touw.
- Gebruik embossing, inkt of verfspetters op de achtergrond.
Verhoog niet alles. Diepte valt juist op naast vlakke delen.
Lees ook: Lagen en diepte op je pagina
Wat is het verschil tussen een sketch en een template?
Een sketch is een lijntekening die aangeeft waar de onderdelen komen. Een template is een uitgewerkte versie met echte vormen, waarin je je foto's en papier zet. Templates worden vooral gebruikt bij digitaal scrappen: je zet je foto op een vak en de foto neemt de vorm van dat vak aan, met een zogenoemd uitknipmasker.
Een template scheelt tijd als er bijzondere vormen in zitten, zoals cirkels, sterren of bloemen. Met een sketch heb je meer vrijheid, maar teken of knip je de vormen zelf. Ook een template mag je vrij aanpassen: lagen weglaten, vakken verschuiven, draaien of vergroten. Op papier kun je een template als sketch gebruiken.
Lees ook: Wat is een sketch en hoe maak je er een pagina mee
Hoe combineer je verschillende soorten designpapier?
Geef één patroon de hoofdrol en laat de andere aanvullen. Combineer bijvoorbeeld een groot, opvallend motief met een kleine print zoals stipjes of ruitjes, en zet er effen papier tussen voor rust.
Wat verder helpt:
- Kies patronen die een of twee kleuren gemeen hebben.
- Varieer de schaal: een groot, een middelgroot en een klein motief werken beter samen dan drie even grote.
- De voor- en achterkant van een dubbelzijdig vel passen altijd bij elkaar.
- Papier uit dezelfde collectie is op elkaar afgestemd, maar je mag gerust merken mengen.
- Een smalle strook effen cardstock tussen twee patronen scheidt ze netjes.
Hoe zorg je voor contrast op een pagina?
Contrast maak je vooral met licht tegenover donker, niet alleen met verschillende kleuren. Een lichte foto op een lichte achtergrond valt weg. Zet je hem op een donkere mat, dan springt hij eruit.
Met contrast stuur je het oog:
- Een donkere of felle kleur voor de titel, een lint of een vlaggetje trekt de aandacht.
- Matten in een contrasterende kleur maken foto's los van de achtergrond.
- Een kort tekstje op een drukke pagina valt op als je het op een rustig, effen vlak zet.
- Kleuren die tegenover elkaar liggen op de kleurencirkel, zoals blauw en oranje, geven het sterkste kleurcontrast.
Gebruik contrast spaarzaam. Als alles contrasteert, valt niets meer op.
Hoe maak je een titel op je pagina?
Een titel hoeft niet groot en breed over de pagina te staan. Eén woord of een korte zin op een vlaggetje, label of strookje werkt net zo goed, zolang de titel dicht bij je hoofdfoto staat en leesbaar blijft.
Ideeën als je geen letterstickers hebt:
- Letterstempels, of je eigen handschrift met een stift.
- Letters uitprinten of uitsnijden met een snijplotter.
- Een mooie letter uit een gratis lettertype; die zijn vaak alleen voor privégebruik bedoeld.
- Woorden uit tijdschriften knippen.
Voor een gebogen titel teken je met potlood licht een boog langs een sjabloon of bord en plak je de letters daarlangs. Kies een titel die naar het verhaal verwijst, niet alleen naar de plek.
Lees ook: Titels maken zonder letterstickers
Moet je foto's matten, en hoe breed maak je de rand?
Het hoeft niet, maar een mat maakt je foto los van de achtergrond en oogt verzorgd. Een mat is een stuk papier achter je foto dat een randje vormt. Een dunne mat in een neutrale of contrasterende kleur is meestal genoeg.
De breedte bepaalt het effect. Zonder mat oogt de pagina rustig, een randje van ongeveer 2 mm is fijn en rond 5 mm geeft een duidelijke lijst. Voor de maat tel je de gewenste rand twee keer op bij de afmeting van je foto. Wil je een rand van 3 mm rond een foto van 10 x 15 cm, dan snijd je de mat op 10,6 x 15,6 cm. Een dubbele mat legt extra nadruk op je hoofdfoto.
Lees ook: Foto's matten en bijsnijden zonder spijt
Hoe maak je een pagina als je heel veel foto's hebt?
Kies eerst je favorieten; niet elke foto hoeft groot op de pagina. Daarna heb je een paar mogelijkheden:
- Een raster van gelijke vakken, dat ook met veel foto's rustig oogt.
- Een dubbele pagina, zodat je twee keer zoveel ruimte hebt.
- Insteekhoezen met vakjes voor foto's van 10 x 15 cm, met een vak voor de titel en een vak voor tekst.
- Envelopjes, flapjes of een uitklappagina voor extra foto's.
- Een reeks kleinere afdrukken naast één grotere hoofdfoto.
Verdeel je foto's ook in kleinere verhalen. Vier foto's van één dag vertellen vaak twee verhalen. Dan maak je er beter twee pagina's van.
Lees ook: Foto's kiezen en hoeveel er op een scrapbookpagina passen
Hoe ontdek je welke scrapbookstijl bij je past?
Verzamel pagina's die je mooi vindt en zoek wat ze gemeen hebben. Let op kleuren, vormen, de hoeveelheid versiering en of je liever strak of speels werkt. Vaak zie je dan vanzelf een lijn, bijvoorbeeld clean and simple (strak, met veel witruimte), vintage of juist kleurrijk en vol.
Maak daarna een paar van die pagina's na met je eigen foto's. Waar je makkelijk mee werkt en blij van wordt, past bij je. Een eigen stijl scheelt ook geld, omdat je gerichter koopt, en je pagina's gaan beter bij elkaar passen. Stijlen combineren mag ook; zo ontstaat vaak je eigen handschrift.
Lees ook: Scrapbookstijlen: herken ze en vind je eigen stijl
Hoe maak je goede schaduwen in een digitale pagina?
Laat alle schaduwen dezelfde kant op vallen, alsof er één lichtbron is. Meestal komt het licht van linksboven, dus vallen de schaduwen naar rechts en naar beneden.
Verder:
- Plat papier krijgt een kleine, scherpe schaduw. Een dik element zoals een knoop of bloem krijgt een grotere en zachtere schaduw.
- Maak schaduwen niet te groot of te donker, anders lijkt een element te zweven in plaats van te liggen.
- Geef elk element een schaduw, ook kleine stukjes papier.
- Voeg schaduwen pas toe als je klaar bent met draaien en spiegelen. Anders draait de schaduw mee en valt hij de verkeerde kant op.
Goede schaduwen laten een digitale pagina echt lijken.
Lees ook: Zo begin je met digitaal scrapbooken
Kun je liggende en staande foto's op één pagina combineren?
Ja, dat kan prima, als je een indeling kiest die geschikt is voor verschillende vormen. Een strak raster met gelijke vakken werkt slecht met gemengde foto's; daarin ontstaan rare gaten.
Wat wel werkt:
- Eén grote liggende foto met een of twee kleinere staande foto's ernaast.
- Een mozaïek waarin vakken van verschillende maten in elkaar passen.
- Een groepje foto's dat elkaar een beetje overlapt.
- Een staande foto bijsnijden tot een vierkant, zodat hij in een rij past.
Leg de foto's eerst los op je pagina en schuif tot de randen mooi op één lijn liggen.
Mag je foto's in vormen knippen?
Dat mag, maar meestal oogt een rechthoekige foto rustiger. Als je een foto in een rondje, hart of ster knipt, verlies je vaak achtergrond die de sfeer en het verhaal draagt.
Doe je het toch, let dan op het volgende:
- Knip nooit een hoofd, gezicht of belangrijk detail weg.
- Kijkt iemand opzij, laat dan aan die kant genoeg ruimte over.
- Knip in een afdruk of kopie, nooit in een origineel dat je maar één keer hebt.
Wil je variatie, speel dan liever met het formaat: een grote foto naast een paar kleine, of een smalle strook uit een brede foto.
Lees ook: Foto's matten en bijsnijden zonder spijt
Gebruik je op allebei de pagina's van een spread dezelfde indeling?
Dat hoeft niet. Een spread (twee pagina's die naast elkaar liggen) met dezelfde of een gespiegelde indeling oogt formeel en rustig. Twee verschillende helften ogen levendiger. Wissel gerust af in je album.
Wel is het fijn als je ziet dat de twee pagina's bij elkaar horen:
- Herhaal kleuren of hetzelfde papier aan beide kanten.
- Laat een strook papier, een rij foto's of een titel aan beide kanten op dezelfde hoogte doorlopen.
- Kies één hoofdfoto voor de hele spread, niet een per pagina.
Leg beide pagina's naast elkaar voordat je iets vastplakt, zodat de lijnen goed op elkaar aansluiten.