Naar de inhoud
Alle artikelen
Tips · 6 min lezen

Zo kies je kleuren die bij je foto's passen

Begin bij je foto's, kies twee of drie kleuren en geef ze een neutrale basis. Zo krijg je pagina's die rustig ogen, ook met drukke of zwart-witfoto's.

Waaier van blauwe kleurkaartjes in verschillende tinten, van donker tot heel licht, op een witte ondergrond
Foto: Fiona Murray · Pexels

Je hebt een stapel mooie foto's en een la vol papier, en toch wil het niet samenkomen. Meestal ligt dat niet aan je papier, maar aan de volgorde. Kijk je eerst naar de foto's en pas daarna naar het papier, dan krijg je bijna vanzelf een pagina die rustig oogt.

Begin bij je foto's

Leg de foto's die op de pagina komen naast elkaar en kijk welke kleuren het vaakst terugkomen. Vaak zijn dat er twee of drie: het blauw van de lucht, het zand, een rode jas. Knijp je ogen een beetje dicht, dan zie je de grote kleurvlakken beter dan de details.

Zoek daarna in die kleurfamilie papier en embellishments (versiering zoals stickers, labels en bloemetjes) bij elkaar. Foto's met veel groen, blauw en zwart vragen bijvoorbeeld om turquoise en zwart. Leg dat stapeltje apart als een klein setje voor deze ene pagina. Dan grijp je tijdens het werken niet steeds naar iets wat er net niet bij past.

Je hoeft de tint niet precies te raken. Een papier dat iets lichter of donkerder is dan het blauw op de foto, werkt vaak mooier dan een exacte kopie. De foto blijft dan het origineel.

De kleurencirkel in het kort

Je hebt geen kunstopleiding nodig, maar een kleurencirkel helpt als je twijfelt. Je kent hem waarschijnlijk van school: rood, geel en blauw, met daartussen de mengkleuren oranje, groen en paars, en weer daartussen tinten als blauwgroen en roodoranje. Met drie combinaties kom je al een heel eind.

  • Monochroom: één kleur in lichtere en donkerdere tinten, en verder niets. Denk aan lichtblauw, middenblauw en marineblauw. Omdat er weinig kleurverschil is, vallen patronen en structuur meer op, en zo'n pagina heeft vaak minder versiering nodig.
  • Analoog: kleuren die naast elkaar op de cirkel liggen, zoals geel, oranje en rood, of blauw en groen. Ze sluiten vanzelf op elkaar aan en geven een kalme, harmonieuze pagina.
  • Complementair: kleuren die tegenover elkaar liggen, zoals blauw en oranje, geel en paars, of rood en groen. Ze versterken elkaar en geven contrast. Gebruik de ene veel en de andere als accent, anders vechten ze om aandacht.

Wil je nog een stap verder, probeer dan een split-complementaire combinatie. Je neemt één kleur plus de twee buren van zijn tegenpool, bijvoorbeeld blauw met roodoranje en geeloranje. Dat geeft contrast, maar is minder fel dan een zuiver complementair paar.

Goed om te weten: koele kleuren (blauw, groen, paars) lijken naar achteren te wijken, warme kleuren (rood, oranje, geel) komen naar voren. Een warm accent trekt dus sneller de aandacht dan een koel accent. Een paar rode bloemetjes kunnen een koele pagina al flink opwarmen.

Hoeveel kleuren op één pagina

Twee of drie kleuren plus een neutrale tint is voor de meeste pagina's genoeg. Een handige verdeling is één hoofdkleur, één ondersteunende kleur, één accent en een neutrale basis. Het accent mag een kleur zijn die niet in de foto zit, zolang hij goed samengaat met de rest. Goud bij blauw en zwart is daar een mooi voorbeeld van.

Let ook op hoeveel je van elke kleur gebruikt. Denk aan een emmer, een kan en een kopje: veel van de hoofdkleur, minder van de tweede kleur en een klein beetje van het accent. Combinaties met een sterke bijklank, zoals rood met groen, gebruik je spaarzaam als je niet wilt dat je zomerse pagina op een kerstkaart lijkt.

Oogt je pagina onrustig, tel dan de kleuren. Vaak zijn het er ongemerkt vijf of zes geworden, omdat elk stukje versiering zijn eigen kleur meebracht. Haal eerst de kleur weg die het minst met de foto te maken heeft.

Herhaling helpt ook. Een kleur die op twee of drie plekken terugkomt, laat het oog over de pagina lopen en zorgt dat alles bij elkaar hoort.

Neutrale kleuren als rustpunt

Wit, crème, kraft (ongebleekt bruin papier), grijs, beige en zwart tellen eigenlijk niet mee als kleur. Ze geven ruimte en laten je foto en je accenten beter uitkomen. Bijna elke kleur wordt kalmer als er veel wit omheen zit.

Een paar dingen die scrappers vaak doen:

  • Crème of gebroken wit kiezen in plaats van helderwit, als je het contrast wat zachter wilt.
  • Grijs combineren met een felle kleur zoals paars. Grijs tempert en laat de felle stukjes juist oplichten.
  • Kraft en beige gebruiken als basis onder warme zomer- of herfstkleuren.
  • Kleine stukjes zwart of wit inzetten om vlakken af te bakenen, of een titel met een zwarte lijn omranden zodat hij beter leesbaar is.

Een pagina helemaal zonder kleur kan ook sterk zijn: zwart, wit en beige, en verder alleen structuur, vormen en contrast. Daarmee krijg je snel een rustige, klassieke of nostalgische sfeer.

Zwart-witfoto's en drukke foto's

Een zwart-witfoto past bij alles. Daarom geven ervaren scrappers vaak dezelfde tip: twijfel je of je foto's bij je papier passen, druk ze dan in zwart-wit af. Dan kun je elk papier gebruiken dat je mooi vindt.

Bij zwart-wit kun je juist meer met kleur durven. Een fijne aanpak is één heldere kleur, zoals kobaltblauw of zonnig geel, op een bijna witte achtergrond, met een beetje zwart. De kleur staat dan in de schijnwerpers en de pagina blijft toch rustig.

Heb je een flets of wat saaie foto, kies dan eens een kleur die met de foto contrasteert in plaats van een kleur uit de foto. Die kleur geeft de energie die op de foto zelf niet te zien is, bijvoorbeeld bij een levendig gesprek dat er op beeld nogal stil uitziet.

Drukke foto's, met veel kleuren of feestelijke chaos, vragen het omgekeerde. Houd de achtergrond en de lagen eronder zacht en neutraal, en kies er één of twee kleuren uit die je laat terugkomen. Fellere tinten bewaar je voor kleine accenten, zoals een paar stickers of de titel. Een effen rand in een neutrale kleur rond de foto geeft het oog een plek om op te rusten.

Als je papier niet bij je foto past

Het overkomt iedereen: je hebt een prachtig vel liggen en de foto's willen er niet bij. Een paar oplossingen, van klein naar groot:

  1. Zet er een buffer tussen. Een mat van effen cardstock (stevig, effen karton) in wit, crème, kraft of zwart rond de foto haalt de botsing weg.
  2. Gebruik minder van het papier. Een strook of een paar uitgeknipte vormen werken vaak wel, waar een heel vel te veel is.
  3. Draai het vel om. Veel designpapier is dubbelzijdig, met een rustigere achterkant.
  4. Zoek een brugkleur: een kleur die zowel in de foto als in het papier zit, en laat die een paar keer terugkomen.
  5. Maak je versiering zelf in de goede kleur, van restjes papier met een pons, een stempel of inkt. Restpapier dat op kleur gesorteerd ligt, maakt dit een stuk makkelijker.
  6. Druk de foto in zwart-wit af. Soms is dat de mooiste oplossing.
  7. Bewaar het papier voor een andere pagina. Het hoeft niet allemaal op deze.

Kleine gewoontes die helpen

Leg je pagina eerst droog neer, zonder lijm, en maak er een foto van. Op een scherm zie je sneller of een kleur te veel aandacht trekt. Zet je die foto even om naar zwart-wit, dan zie je ook of er genoeg verschil is tussen licht en donker.

Houd een schriftje of mapje bij met snippers van combinaties die je mooi vond, dan hoef je de volgende keer niet opnieuw te zoeken. Een kleur die je spannend vindt, kun je eerst los uitproberen op een label of kaartje, en pas plakken als je er blij mee bent.

Een papiercollectie waarvan de kleuren al op elkaar zijn afgestemd, is een fijne manier om te beginnen. Mengen mag daarna, en je eerste pagina's mogen gewoon oefenpagina's zijn.

Vragen over dit onderwerp

Hoe kies je kleuren die bij je foto's passen?

Leg je foto's naast elkaar en kijk welke kleuren het vaakst terugkomen, vaak twee of drie. Kies daarna papier en versiering in die kleurfamilie.

Hoeveel kleuren gebruik je op een scrapbookpagina?

Twee of drie kleuren plus een neutrale tint is voor de meeste pagina's genoeg: een hoofdkleur, een ondersteunende kleur, een accent en een neutrale basis. Oogt de pagina onrustig, tel dan de kleuren.

Welke kleurencombinaties werken altijd?

Monochroom (één kleur in lichtere en donkerdere tinten), analoog (kleuren die naast elkaar liggen op de kleurencirkel) en complementair (kleuren die tegenover elkaar liggen). Gebruik bij complementair de ene kleur veel en de andere als accent.

Wat doe je als je papier niet bij je foto past?

Zet er een neutrale mat tussen, gebruik minder van het papier, draai het vel om of zoek een kleur die zowel in de foto als in het papier zit. Je kunt de foto ook in zwart-wit afdrukken.

Verder lezen