Foto's kiezen en hoeveel er op een scrapbookpagina passen
Tachtig foto's van één dag en maar één pagina. Zo kies je de foto's die het verhaal vertellen, en zo bepaal je hoeveel er passen op 30,5 x 30,5 cm of A4.

Na een dag aan zee staan er zomaar tachtig foto's op je telefoon. Ze voelen allemaal een beetje dierbaar, en toch passen er maar een paar op een pagina. Kiezen voelt dan als weggooien, maar dat is het niet. Je bepaalt welk verhaal deze pagina vertelt, en de rest krijgt een andere plek.
Kies eerst het verhaal
Vraag jezelf voordat je gaat schuiven wat je van die dag wilt onthouden. Niet de hele vakantie, maar die ene middag op het strand of het ijsje dat sneller smolt dan je kind kon eten. Met één moment in je hoofd wordt kiezen veel makkelijker. Je kijkt dan per foto of hij bij dat moment hoort, en niet meer of hij mooi genoeg is.
Heb je echt meerdere verhalen van één dag, maak er dan gerust twee pagina's van. Dat is vaak rustiger dan alles op één pagina willen proppen.
Drie rondes door je foto's
Een methode die veel scrappers gebruiken, is kiezen in drie rondes. Het werkt met foto's op je telefoon en met een stapel afdrukken.
- Ga er snel doorheen en markeer alles wat je echt mooi vindt, met een hartje, een sterretje of door het in een aparte map te zetten. Twijfel niet te lang, want je eerste ingeving is meestal goed.
- Leg de gekozen foto's in groepjes die logisch bij elkaar horen, zoals aankomst, zwemmen en eten. Zo zie je ineens hoeveel bijna dezelfde foto's je hebt.
- Schrap binnen elk groepje. Van vijf vrijwel gelijke foto's houd je de beste, en wat niets toevoegt aan het verhaal valt af.
Als vuistregel kom je vaak uit op ongeveer één op de tien. Zodra je de afdrukken op de pagina legt, valt er meestal nog een foto of twee af. Dat hoort erbij.
Waar let je op bij het kiezen
- Scherpte en licht: wazige, donkere of overbelichte foto's vallen als eerste af. Alleen als het de enige foto van iets belangrijks is, mag hij blijven.
- Gezichten: kies de foto waarop je ziet hoe iemand zich voelt, niet alleen de foto waarop iedereen netjes in de lens kijkt.
- Details: een close-up van zanderige voeten, het bord met patat of een hand vol schelpen vertelt vaak meer dan de vijfde groepsfoto.
- Overzicht: één foto van de plek zelf geeft de details eromheen houvast.
- Kleur en licht: foto's met ongeveer dezelfde kleuren en helderheid ogen samen rustig. Een felle middagfoto naast een oranje avondfoto botst sneller.
Denk per moment in één hoofdfoto met een paar foto's die context geven. Die hoofdfoto is de foto waarvan je meteen weet: deze moet erop.
Hoeveel foto's op een pagina van 30,5 x 30,5 cm
De meeste scrapbookpagina's zijn 30,5 x 30,5 cm, in winkels vaak 12 x 12 inch genoemd. De meest gebruikte fotomaat is 10 x 15 cm. Strikt genomen passen er zes staande foto's van dat formaat op, maar dan blijft er geen millimeter over voor een titel, tekst of lucht.
In de praktijk werkt dit goed:
- Eén tot drie foto's: rustig, met ruimte voor een titel, journaling (het verhaal dat je erbij schrijft) en wat versiering.
- Drie tot vier foto's van 10 x 15 cm: prima, als je ze dicht bij elkaar houdt en niet over de hele pagina verspreidt.
- Meer foto's: kies een kleiner formaat of een raster. Negen vierkante afdrukjes van ongeveer 9 x 9 cm passen in een raster van drie bij drie, maar dan is de pagina ook echt vol.
Houd tussen foto's minstens een halve centimeter ruimte en laat aan de buitenrand wat lucht. Een pagina die tot aan de rand is gevuld, oogt al snel druk.
Hoeveel foto's op A4
Een A4-pagina is 21 x 29,7 cm, en dat is merkbaar krapper. Twee liggende foto's van 10 x 15 cm boven elkaar laten nog ruimte over voor een titel en een paar zinnen. Drie foto's kan, zeker als er één kleiner is. Vier staande foto's van 10 x 15 cm passen niet zonder bij te snijden, want twee rijen zijn samen 30 cm hoog.
Heb je meer foto's van één moment, werk dan met een dubbele pagina. Op de linkerpagina komt de hoofdfoto groot, op de rechterpagina een rijtje kleinere foto's. Zo krijg je ruimte zonder dat het vol wordt.
Ben je net begonnen, houd het dan bij één tot drie foto's per pagina. Dat is overzichtelijk en je raakt minder snel vast in het schuiven.
Een pagina met één foto
Dat werkt heel goed, juist als één foto alles zegt. Laat hem wat groter afdrukken, bijvoorbeeld 13 x 18 cm of groter, en zet hem op een stuk cardstock (stevig, effen karton) in een contrasterende kleur. Dan heb je meteen een duidelijk middelpunt.
De ruimte eromheen is niet leeg. Daar komt je titel, een paar zinnen over wat er gebeurde, of gewoon rust. Een pagina met één foto is ook een fijne oplossing voor die ene foto van een belangrijk moment waar er geen tweede van bestaat.
Liggend en staand door elkaar
Liggende en staande foto's samen geven beweging aan een pagina. Wijde dingen zoals het strand of een uitzicht werken liggend het best, mensen en hoge dingen staand.
- Laat randen op één lijn vallen. Twee staande foto's van 10 x 15 cm naast elkaar zijn samen 15 cm hoog. Een liggende foto van 15 x 10 cm met een strook journaling van 5 cm eronder is ook 15 cm hoog. Zet die blokken naast elkaar en je hebt een strak geheel.
- Let op de kijkrichting. Kijkt iemand op de foto naar links, zet de foto dan aan de rechterkant van de pagina, zodat hij de pagina in kijkt en niet eruit. Laat ruimte vóór de blik of de beweging.
- Past een foto net niet, snijd hem dan voorzichtig bij in plaats van hem scheef te zetten. Let op dat je geen gezichten of belangrijke delen wegknipt. Wat je wegsnijdt, krijg je niet meer terug.
Groot en klein: wat komt in het midden
De grootste foto trekt als eerste de aandacht, dus dat is je hoofdfoto. Hij hoeft niet precies in het midden. Iets uit het midden voelt vaak natuurlijker. Verdeel de pagina in gedachten in drie bij drie vakken en leg de hoofdfoto op of bij een van de snijpunten.
Een foto waarop iemand recht in de camera kijkt, of een foto die symmetrisch is opgebouwd, staat wel mooi precies in het midden. Bij formele gelegenheden past zo'n symmetrische opzet ook goed.
De kleinere foto's leg je als groepje dicht bij de hoofdfoto, in een rij of in een blokje, niet verspreid over de hele pagina. Het oog leest meestal van linksboven naar rechtsonder, dus begin je verhaal daar. Werk je met een rij foto's, dan kun je ze afwisselen met een labeltje of een klein versierinkje. Dat geeft de foto's lucht.
Leg alles eerst los neer en schuif tot het goed voelt. Maak er een foto van met je telefoon voordat je gaat plakken. Dan weet je precies hoe het lag.
Wat doe je met de afvallers
Foto's die niet op de pagina komen, hoeven niet weg. Ze gaan alleen ergens anders heen.
- Bewaar je digitale foto's per gebeurtenis in een eigen map. Gooi alleen echt mislukte weg, zoals wazige foto's en dubbelen.
- Maak een zakje of envelopje op de pagina, of plak er een achterop, voor een paar losse extra foto's. Insteekhoezen met vakjes werken hiervoor ook goed.
- Verzamel de mooiste afvallers voor een mini-album of een pagina met kleine afdrukjes, later.
- Schrijf op de achterkant van losse afdrukken wie, wat, waar en wanneer, met een fotopen of zacht potlood, zonder hard te drukken.
Zie het zo: je album is de selectie, en je map is het archief. Alles blijft bewaard, alleen niet alles hoeft op tafel.
Vragen over dit onderwerp
Hoeveel foto's passen er op een scrapbookpagina?
Op een pagina van 30,5 x 30,5 cm zijn één tot drie foto's rustig, vier van 10 x 15 cm kan als je ze dicht bij elkaar houdt. Op A4 werken twee of drie foto's meestal het best.
Hoe kies je foto's uit tientallen foto's van één dag?
Bedenk eerst welk moment je wilt onthouden en werk dan in drie rondes: snel op gevoel kiezen, groeperen, en binnen elk groepje de beste houden. Als vuistregel houd je vaak ongeveer één op de tien over.
Wat doe je met foto's die niet op de pagina komen?
Bewaar digitale foto's per gebeurtenis in een eigen map. Van afdrukken kun je een zakje achter de pagina maken of ze bewaren voor een mini-album. Schrijf op losse afdrukken wie, wat, waar en wanneer.
Mag je maar één foto op een pagina zetten?
Ja, dat werkt goed als die ene foto alles zegt. Laat hem groter afdrukken en zet hem op een contrasterende mat, dan heb je meteen een duidelijk middelpunt.


