Naar de inhoud
Alle artikelen
Uitleg · 6 min lezen

Artist trading cards maken en ruilen

Een kunstwerkje zo groot als een speelkaart, gemaakt om weg te geven en terug te krijgen. Zo maak je je eerste artist trading cards en zo vind je iemand om mee te ruilen.

Vier handgemaakte kaartjes met vintage plaatjes van een taart, bloemen en handen op boekpagina's en aquarelpapier
Foto: Semanur Çoban · Pexels

Een artist trading card, kortweg ATC, is een miniatuurkunstwerk ter grootte van een speelkaart. Je maakt hem niet om te houden, maar om te ruilen met een andere scrapper of kunstenaar. Juist dat kleine formaat maakt het laagdrempelig: in een halfuur heb je iets af, en als het mislukt, ben je bijna niets kwijt.

Wat zijn ATC's precies

De ATC's zoals we ze nu kennen, komen uit de kunstwereld van eind jaren negentig. Een Zwitserse kunstenaar organiseerde in Zürich ruilsessies waar mensen zelfgemaakte kaartjes met elkaar uitwisselden. Het idee verspreidde zich snel, eerst via ruilavonden en later via internet en de post.

Kunstenaars maakten al veel langer kleine werkjes om te ruilen of om zichzelf voor te stellen. Wat nieuw was, is de vaste maat. Die is overgenomen van honkbalkaarten en andere verzamelkaarten, en daardoor passen ATC's in dezelfde hoesjes en mapjes.

ATC of ACEO

Je komt ook de term ACEO tegen. Dat staat voor Art Cards, Editions and Originals. Het formaat is precies hetzelfde, maar het doel verschilt: een ACEO is gemaakt om te verkopen. Het kan een origineel zijn of een afdruk in een kleine, genummerde oplage.

Een ATC ruil je of geef je weg. Wil je je kaartjes verkopen, noem ze dan ACEO's. Zo blijft voor iedereen duidelijk wat de afspraak is.

De twee basisregels

Er zijn eigenlijk maar twee regels waar iedereen zich aan houdt.

  1. Het formaat is 6,4 x 8,9 cm, of 2,5 x 3,5 inch. Staand of liggend mag allebei, maar de maat zelf ligt vast. Een kaartje dat groter of kleiner is, is geen ATC.
  2. Je verkoopt ze niet. ATC's gaan van hand tot hand, als ruil of als cadeautje.

Daarnaast zijn er gewoonten die de meeste ruilers aanhouden. Een ATC is met de hand gemaakt en uniek, of hooguit onderdeel van een kleine serie. Een kant-en-klare afdruk die je alleen uitknipt, telt niet. En de kaart heeft een stevige basis, meestal cardstock (stevig, effen karton), zodat hij niet buigt in een hoesje of envelop.

Waar maak je ze van

Begin met een stevig vel en snijd daar een paar basiskaartjes uit op de juiste maat. Aquarelpapier van ongeveer 300 gram is fijn als je met water of verf werkt. Voor collages volstaat gewoon cardstock of het karton van een cornflakesdoos.

Daarna kan bijna alles erop. Een paar ideeën die goed werken op dit formaat:

  • Een stukje oude boekbladzijde als achtergrond. Kies een bladzijde met een mooi lettertype of aantekeningen in de kantlijn, en gebruik maar een klein deel.
  • Verpakkingen: de bedrukte kant van een theedoosje, een logo of een rij cijfers, en ook de grijze binnenkant van karton. Een klein stukje is genoeg.
  • Stempels, washi tape, oude postzegels, een knoopje of een stukje kant.
  • Een achtergrond met distress ink: druk wat inkt op een glad kunststof matje, spray er water op tot het parelt, en haal je kaartje erdoorheen. Laat drogen en herhaal tot je het mooi vindt. Stempel daarna een motief in een contrasterende kleur.
  • Een kleine afdruk van een eigen foto, uitgesneden in de vorm van een postzegel.
  • Losse woorden uit een gedicht of tijdschrift, geknipt in reepjes.

Ontwerpen op een klein formaat

Op 6,4 bij 8,9 cm is weglaten belangrijker dan toevoegen. Kies één onderwerp en geef dat de ruimte. Zet het in het midden of op een van de snijpunten als je de kaart in drieën verdeelt, zowel in de lengte als in de breedte.

Houd het bij drie of vier kleuren en laat een rustig stukje leeg. Werk van achter naar voren: eerst de achtergrond, dan de middelste laag, dan pas de lijntjes en details. Veel scrappers maken eerst een achtergrond en bedenken pas als die droog is wat erop komt.

Met foamtape of 3D-kussentjes onder het hoofdmotief krijg je diepte. Doe dat met beleid, want een ATC moet ook nog in een hoesje passen. Een donkere rand, gesponst met inkt rondom, maakt het kaartje af.

Een handige gewoonte: snijd tien basiskaartjes tegelijk en werk ze als serie af. Je hoeft je spullen maar één keer te pakken en je ziet na tien stuks echt vooruitgang. Ook zonder tekentalent lukt het met stencils, stempels en afplaktape.

Maak je meer kaartjes die bij elkaar horen, dan heet dat een diptiek (twee kaartjes), triptiek (drie) of een serie. Dat noteer je dan ook op de achterkant.

Wat zet je op de achterkant

De achterkant is het visitekaartje van je ATC. Wie hem krijgt, wil weten van wie hij komt. Zet er in elk geval op:

  • je naam, of de naam waaronder je ruilt
  • de titel van de kaart
  • de datum en eventueel de plaats
  • een manier om je te bereiken, bijvoorbeeld een e-mailadres
  • bij een serie: het nummer, zoals 2 van 3

Sommige ruilers nummeren al hun kaartjes door, zodat ze bijhouden hoeveel ze er gemaakt hebben. Je kunt de achterkant met de hand schrijven, stempelen of een klein etiket plakken. Gebruik een pen die niet uitloopt en niet doordrukt.

Ruilen, zo werkt het

Ruilen kan op twee manieren: in het echt of per post. Bij een ruilsessie leg je je kaartjes op tafel en ruil je met wie je wilt. Dat kan op een scrapmiddag, een hobbybeurs of met een paar vriendinnen.

Per post gaat het meestal via een groep of forum. Er is dan een thema, zoals herfst, vogels of een stapel boeken, en een uiterste datum. Vaak verzamelt één persoon alle kaartjes en stuurt iedereen er evenveel andere voor terug. Je kunt ook rechtstreeks met iemand afspreken: jij stuurt er twee, de ander stuurt er twee terug.

Een paar dingen om op te letten:

  • Stuur alleen kaartjes die je zelf ook graag zou krijgen. Ruilen werkt op vertrouwen.
  • Houd je aan het thema en de deadline.
  • Verpak een ATC in een hoesje of tussen twee stukjes karton, zodat hij niet buigt. Met dikke embellishments erop kan de envelop te dik worden voor een gewone brief, dus kijk dat even na voor je hem op de post doet.
  • Vind je het spannend, begin dan met één ruil met iemand die je kent.

ATC's bewaren

Wie eenmaal ruilt, heeft al snel een stapeltje. Omdat de maat gelijk is aan die van verzamelkaarten, passen ze in de insteekbladen die daarvoor gemaakt zijn, met negen vakjes per vel. Zo zie je de voorkant en kun je het kaartje er even uit halen om de achterkant te lezen. Kies hoesjes van polypropyleen of polyester, zonder pvc.

Je kunt ook zelf een bewaardoosje of mapje maken, bijvoorbeeld met een harmonicavouw en een rij papieren zakjes waar telkens één kaartje in past. Een halve maan uit de bovenrand van elk zakje maakt het makkelijk om ze eruit te pakken. Maak eerst een proefversie van dun papier voor je in je mooie papier snijdt.

Wil je je verzameling ook laten zien aan wie ver weg woont, scan dan voor- en achterkant samen. Dan heb je ook meteen bewaard van wie elk kaartje kwam.

Vragen over dit onderwerp

Wat is een artist trading card?

Een miniatuurkunstwerk ter grootte van een speelkaart, dat je niet voor jezelf maakt maar om te ruilen of weg te geven. Je maakt hem met de hand, vaak met collage, stempels of inkt.

Wat is het verschil tussen een ATC en een ACEO?

Het formaat is hetzelfde, het doel verschilt. Een ATC ruil je of geef je weg, een ACEO (Art Cards, Editions and Originals) is bedoeld om te verkopen.

Welk formaat heeft een artist trading card?

6,4 x 8,9 cm, ofwel 2,5 x 3,5 inch, staand of liggend. Een kaartje dat groter of kleiner is, geldt niet als ATC.

Wat zet je op de achterkant van een artist trading card?

Je naam of ruilnaam, de titel, de datum en een manier om je te bereiken, bijvoorbeeld een e-mailadres. Bij een serie zet je ook het nummer erop, zoals 2 van 3.

Verder lezen