Scrapbooktermen uitgelegd, van brads tot vellum
LO, chipboard, fussy cutting, quick page: wie gaat scrappen, struikelt over Engelse woorden. Hier staan de belangrijkste, in gewoon Nederlands.

Je kijkt een filmpje, leest een blog of bladert door een tijdschrift en ineens gaat het over een LO met vellum, fussy cut flowers en een paar enamel dots. Scrapbooken is in Amerika groot geworden, en de vaktaal is Engels gebleven, ook in Nederland. Dat is niet erg, als je weet wat er bedoeld wordt. Hieronder staan de woorden die je het vaakst tegenkomt, gegroepeerd per soort.
Pagina's: layout, LO en spread
Een layout is één afgewerkte scrapbookpagina: achtergrondpapier, foto's, versiering en tekst bij elkaar. Scrappers korten het vaak af tot LO. Als iemand schrijft dat ze "drie LO's" heeft gemaakt deze week, zijn dat dus drie pagina's.
Een spread is een dubbele pagina: de linker- en rechterpagina die naast elkaar liggen als je het boek openslaat, ontworpen als één geheel. Je hoort ook two-page layout of double layout. In het Nederlands zeg je gewoon dubbele pagina.
Het verschil doet ertoe bij het plannen. Bij een enkele pagina hoeft de rechterpagina niets met de linker te maken te hebben. Bij een spread laat je kleuren, een titel of een strook papier over de vouw doorlopen, zodat het oog van links naar rechts wordt meegenomen.
Twee woorden die je daarbij vaak ziet:
- Journaling: alle tekst die je op een pagina zet, van een datum tot een heel verhaal.
- Sketch: een simpele schets van een indeling met vakken voor foto's, titel en tekst, die je als startpunt gebruikt.
Papier en karton: cardstock, vellum, chipboard en ephemera
Cardstock is stevig, effen papier, dikker dan printpapier. Het is de basis van veel pagina's: als achtergrond, als lijstje achter een foto of om uit te snijden. Je koopt het in allerlei kleuren en diktes. Naast cardstock bestaat er designpapier (patterned paper): papier met een print, soms aan beide kanten verschillend.
Het standaardformaat in de scrapwereld is 30,5 x 30,5 cm, in het Engels 12x12 inch. Kleinere blokken van 15 x 15 cm (6x6 inch) zijn ook gangbaar.
Vellum is doorschijnend papier, vergelijkbaar met kalkpapier. Je ziet er de ondergrond vaag doorheen, waardoor het zacht en luchtig oogt. Het bestaat effen, gekleurd en bedrukt. Scrappers gebruiken het voor wolkjes, envelopjes, een laagje achter een foto of een tekst die over een patroon heen ligt. Let op met natte lijm: die schijnt door. Kleine stukjes dubbelzijdige tape onder een versiering, of een brad, werken netter.
Chipboard is dik, geperst karton. In winkels betekent het meestal voorgesneden figuurtjes, letters of lijstjes van dat karton, vaak bedrukt of met een laagje glans. Ze geven reliëf zonder dat het een bobbelige berg wordt. Wie zelf albums bouwt, gebruikt grijs chipboard ook als stevige kaft.
Ephemera is oorspronkelijk alles wat bedoeld was om weg te gooien: kaartjes, bonnetjes, etiketten, postzegels, een plattegrond. Op je pagina vertellen die dingen het verhaal mee. In winkels en bij junk journals is ephemera ook de naam voor losse, voorgesneden papieren stukjes met kaartjes, labels en oude teksten erop, die bij een collectie horen.
Kleine versieringen: brads, eyelets en enamel dots
Alles wat je op een pagina zet om te versieren heet een embellishment. Drie kleine soorten hebben een eigen naam.
Brads zijn splitpennen: een kopje met twee pootjes eronder. Je prikt een gaatje, steekt de pootjes erdoor en buigt ze aan de achterkant plat. Zo bevestig je papier zonder lijm, of zet je een decoratief puntje neer. Door een brad te gebruiken als scharnier kun je ook iets laten draaien, zoals een wieltje of een flapje.
Eyelets zijn kleine metalen ringetjes, zoals de gaatjes in een schoen. Je zet ze met een eyeletzetter en een hamer of met een speciale tang die gaten slaat en de eyelet vastklemt. Ze verstevigen het gat in een label, zodat het touwtje er niet doorheen scheurt. Je kunt er ook lint of touw doorheen rijgen, of er een hele rand mee vullen in verschillende kleuren en maten. Eyelets waren een tijd heel populair en daarna wat minder, dus veel scrappers hebben er nog een doosje van liggen.
Enamel dots zijn platte, glanzende plakstipjes in allerlei kleuren, met een plaklaag aan de achterkant. Je zet ze als accentje rond een foto of titel, vaak in groepjes van drie. Ze zijn handig om een kleur uit je papier terug te laten komen op een andere plek van de pagina.
Snijden en omlijsten: die cuts, fussy cutting en matting
Een die cut is een voorgesneden vorm. Dat kan een kant-en-klaar papieren figuurtje uit een pakje zijn, maar het woord wordt ook gebruikt voor wat je zelf uitstanst met een metalen mal (een die) in een stansmachine, of uitsnijdt met een snijplotter. Bloemen, lijstjes, letters en labels zijn de bekendste.
Fussy cutting is het met de hand, meestal met een klein scherp schaartje, uitknippen van een motief dat op papier is gedrukt. Je knipt bijvoorbeeld een bloem, een vogeltje of een woord uit designpapier en zet het los op je pagina. Het kost wat geduld, maar zo haal je meer uit een vel dat je mooi vindt. Je ziet het soms ook gespeld als fuzzy cutting. Een kleine schaar met een fijne punt maakt het een stuk makkelijker, en een snijplotter met scanfunctie kan het overnemen bij heel kleine vormen.
Matting betekent dat je een foto of een stuk tekst op een iets groter stuk cardstock of papier plakt, zodat er een randje omheen ontstaat. Dat randje werkt als een lijstje en laat de foto loskomen van een drukke achtergrond. Een paar millimeter tot een centimeter rand is meestal genoeg. Het verwante woord mounting betekent gewoon dat je iets op papier vastzet.
Samen en kopen: crop, kit en design team
Een crop is een bijeenkomst waar scrappers samen aan hun eigen pagina's werken, thuis, in een winkel of in een zaal. Je neemt je eigen spullen mee. Een crop van een dag of een weekend heet ook wel crop day. Hier zou je het een scrapmiddag noemen.
Verwarrend genoeg betekent croppen ook iets anders: een foto bijsnijden, zodat de achtergrond die er niet toe doet wegvalt. Uit de zin blijkt meestal welke betekenis bedoeld is. Wees voorzichtig met croppen bij oude of unieke foto's: een afdruk die je hebt bijgeknipt krijg je niet meer heel.
Een kit is een pakket met materiaal dat bij elkaar past: papier, stickers, die cuts en ander klein spul uit één thema of collectie. Er bestaan losse kits en kits die je elke maand toegestuurd krijgt. Voor een beginner is een kit een makkelijke manier om te starten, omdat de kleuren al op elkaar zijn afgestemd.
Een design team is een groep scrappers die voor een merk of winkel pagina's en kaarten maken met nieuw materiaal, zodat anderen zien wat je ermee kunt. Daar komt veel van de inspiratie online vandaan. Je ziet ook regelmatig challenges: een opdracht met een thema of sketch, waarop scrappers met hun eigen pagina reageren.
Een woord dat daar vaak bij valt is scraplift: een pagina van iemand anders nadoen op je eigen manier. Het is de gewoonte om dan te vermelden waar je het idee vandaan hebt.
Digitale termen: quick page, template en overlay
Bij digitaal scrapbooken maak je je pagina op de computer of tablet, met digitaal papier en digitale versieringen. Een paar woorden komen daar steeds terug.
Een quick page is een kant-en-klare pagina waarop alle papier en versiering al is samengevoegd. Er zijn alleen open plekken voor je foto's. Je zet je foto's eronder of erin, voegt eventueel tekst toe en je bent klaar. Ideaal als je weinig tijd hebt, maar je kunt er weinig aan schuiven.
Een template is een bestand met losse lagen in vaste vormen: een rechthoek voor een foto, een strook voor papier, een vak voor tekst. Je plakt je eigen foto's en papier in die vormen, zodat de indeling klopt maar de inhoud helemaal van jou is. Het is de digitale tegenhanger van een sketch, alleen al op maat gesneden.
Een overlay is een laag die je over je pagina legt, vaak met een transparante achtergrond. Denk aan een stempelachtig patroon, spetters, een lijstje, een tekst of een structuur van stof of papier. Je kunt de kleur en de doorzichtigheid aanpassen, zodat het met de rest meekleurt.
Andere woorden die je tegenkomt: een kit (ook digitaal een bij elkaar passend pakket), een freebie (iets wat gratis te downloaden is) en een printable (een bestand om zelf af te drukken en op papier te gebruiken). Wie digitaal en papier mengt, noemt dat hybride scrappen.
Een paar woorden die vaak verkeerd vallen
- Acid-free betekent zuurvrij. Het zegt iets over hoe lang papier en lijm goed blijven, en of je foto's ervan gaan verkleuren.
- Washi tape is dunne, scheurbare papiertape met een print, om te versieren en lichte dingen vast te zetten.
- Distressing is papier bewust oud en gebruikt laten lijken, met inkt, schuurpapier of door randen op te ruwen.
- Een shaker is een venstertje met een doorzichtig laagje waarachter losse pailletjes of kraaltjes kunnen bewegen.
Je hoeft deze lijst niet uit je hoofd te leren. Leg hem naast je als je een uitleg volgt, en na een paar pagina's merk je dat je zelf ook over je LO en je stapeltje cardstock praat.
Vragen over dit onderwerp
Wat is een layout of LO bij scrapbooken?
Een layout, vaak afgekort tot LO, is één afgewerkte scrapbookpagina met achtergrondpapier, foto's, versiering en tekst. Een spread is een dubbele pagina die als één geheel is ontworpen.
Wat is het verschil tussen cardstock, vellum en chipboard?
Cardstock is stevig, effen papier dat vaak als achtergrond dient. Vellum is doorschijnend papier, vergelijkbaar met kalkpapier, en chipboard is dik, geperst karton waar vaak figuurtjes en letters van gemaakt worden.
Wat is een crop in de scrapbookwereld?
Een crop is een bijeenkomst waar scrappers samen aan hun eigen pagina's werken, thuis, in een winkel of in een zaal. Croppen kan ook een foto bijsnijden betekenen.
Wat is een quick page bij digitaal scrapbooken?
Een quick page is een kant-en-klare pagina waarop papier en versiering al zijn samengevoegd, met open plekken voor je foto's. Je kunt er weinig aan schuiven, maar het gaat snel.


