Werken met stencils: inkt, verf en pasta zonder uitlopers
Een stencil geeft je in een paar minuten een patroon op je achtergrond. Zo houd je de randen scherp, met inkt, verf of texture paste.

Een stencil is het snelste gereedschap om een lege achtergrond tot leven te brengen. Je legt het op je papier, gaat er met inkt, verf of pasta overheen en tilt het op. Klaar. Het lastige zit in de randen: een beetje te veel kleur en het patroon loopt uit tot een vage vlek. Met een paar gewoontes voorkom je dat.
Stencils en maskers
Een stencil is een dun vel kunststof waar een patroon uit is gesneden. De kleur gaat door de openingen en komt op je papier terecht, de rest blijft schoon. Denk aan ruitjes, druppels, golven, bladeren, tekst of een fijn bloemmotief.
Een masker werkt andersom. Het is de uitgesneden vorm zelf, bijvoorbeeld een cirkel of een blad. Die leg je op je papier, en alles eromheen kleur je in. Onder het masker blijft het papier wit, of de kleur die er al lag. Bij veel stencils krijg je het masker er gratis bij: het stuk dat eruit gesneden is.
Je kunt maskeren ook met andere dingen doen. Een gestempeld figuurtje dat je met maskeerpapier afdekt, blijft schoon terwijl je de achtergrond eromheen inkleurt. En met smalle masking tape (afplaktape die makkelijk loslaat) zet je vakken of strepen af, die na het inkten wit blijven.
Wat je door een stencil kunt halen
Ruwweg heb je drie soorten materiaal, elk met een eigen effect.
- Inkt geeft een plat, zacht patroon. Je brengt hem aan met een blending tool (een handvat met een rond schuimpje) of een stencilborstel. Waterbasis-inkt zoals distress ink laat zich mooi overvloeien, zodat je een kleurverloop kunt maken.
- Verf, zoals acrylverf, dekt meer en geeft een stevigere kleur. Je dept hem op met een spons of een stencilborstel.
- Texture paste, ook structuurpasta of modelling paste genoemd, geeft reliëf. Je smeert hem met een paletmes over het stencil, zodat het patroon voelbaar op je pagina komt te staan.
Daarnaast zijn er sprays: inkt in een spuitbusje die je over het stencil nevelt. Dat geeft een losser, spikkelig patroon, mooi als zachte achtergrond onder foto's.
Inkt door een stencil
Neem weinig inkt op je tool, tik hem eerst af op een kladvel en begin naast het stencil, op het plastic. Werk dan in kleine rondjes naar de openingen toe. Zo komt er nooit een klodder inkt in één keer op de rand. Liever drie dunne lagen dan één dikke.
Wil je een verloop, begin dan met de lichtste kleur en voeg aan één kant een donkerder tint toe. Door verschillende maten borstels te gebruiken, kun je een patroon aan één kant zacht laten uitlopen, alsof het wegwaait. Ook leuk: hetzelfde stencil een stukje verschuiven en in een tweede kleur herhalen.
Een variant is omgekeerd stencilen. Je zet de inkt op het stencil zelf, nevelt er wat water over en drukt het met de inktkant op je papier. Dan krijg je een waterig, gespiegeld patroon. Hetzelfde kan met een roller: inkt op het stencil rollen en het patroon met de roller op het papier overbrengen, wat een zachter, wat onregelmatig resultaat geeft.
Verf door een stencil
Bij verf is de verleiding groot om flink op te scheppen. Doe het niet. Neem een klein beetje op je spons of borstel, dep het meeste af op keukenpapier en tik dan loodrecht op het stencil. Niet vegen: met een vegende beweging duw je de verf onder de rand.
Texture paste door een stencil
Pasta is het meest vergevingsgezind, zolang je het stencil goed vasthoudt. Schep wat pasta op een paletmes en strijk hem in één of twee halen over het stencil, zoals boter op brood. Strijk daarna nog een keer over met de rand van het mes om wat te veel is weg te halen. Een dunne laag geeft scherpere vormen dan een dikke.
Til het stencil direct op, recht omhoog, voordat de pasta begint te drogen. Laat de pasta daarna helemaal drogen voordat je er iets bovenop plakt.
Witte pasta kun je vooraf kleuren door er een drupje acrylverf of inkt doorheen te mengen. Of je kleurt hem na het drogen met inkt of verf. Ook mooi: embossingpoeder op de natte pasta strooien, wat te veel is eraf tikken en het met een heat tool verwarmen. Pas wel op met te lang verhitten, want dan kan de pasta gaan opbollen. Soms is dat juist een leuk effect, maar reken er niet op.
Het stencil op zijn plek houden
Een stencil dat verschuift, geeft dubbele randen. Zet het daarom altijd vast voor je begint.
- Laagplakkende tape: masking tape of washi tape aan twee of vier kanten. Tik de tape eerst even op je kleding of je hand, dan plakt hij minder hard en scheurt je papier niet.
- Een magneetbord: een metalen plaat met magneetjes of magneetstrips die het stencil en het papier tegelijk vastzetten. Handig als je veel stencilt.
- Herpositioneerbare spray: een lichtplakkende lijmspray voor de achterkant van het stencil. Het stencil ligt dan overal plat, ook in het midden. Gebruik hem spaarzaam en laat hem even drogen voor je het stencil neerlegt.
Werk je op twee stukken papier naast elkaar, bijvoorbeeld voor een kaart in twee kleuren, plak de stukken dan eerst aan de achterkant aan elkaar. Draai ze om, leg het stencil precies in het midden en zet het ook aan de zijkanten vast. Dan schuift er niets meer tijdens het smeren.
Voorkomen dat verf eronder loopt
Uitlopers ontstaan bijna altijd door een van deze vier dingen.
- Te veel materiaal tegelijk. Neem minder op je spons of borstel en bouw in lagen op.
- Een stencil dat niet plat ligt. Een krom of nieuw opgerold stencil leg je een nacht onder een paar zware boeken. Lijmspray helpt ook.
- Vegen in plaats van tikken. Dep loodrecht, zeker bij verf, en werk van de rand naar het midden van de opening.
- Te nat werken. Inkt die op het stencil nat is geworden, kruipt via de onderkant naar je papier. Veeg tussendoor de onderkant van het stencil schoon als je het verplaatst.
Een glad, stevig papier helpt ook. Op dun papier gaat verf of pasta golven, waardoor het stencil gaat liften. Kies voor pasta liever stevige cardstock (dik, effen karton) of een paneel dat je later op je pagina plakt.
Is het toch misgegaan, gooi het dan niet meteen weg. Knip het geslaagde deel uit, of dek de mislukte rand af met een stempelafdruk, een stukje tape of een embellishment, een versiering die je bovenop plakt. Niemand die het daarna nog ziet.
Stencils schoonmaken
Maak je stencil schoon zodra je klaar bent, en bij pasta zelfs meteen. Opgedroogde pasta en acrylverf krijg je er bijna niet meer af, en een korstje op de rand geeft de volgende keer een rommelige lijn.
- Pasta en acrylverf: direct onder de lauwe kraan, met een zacht borsteltje of een spons. Leg het stencil daarbij plat in de gootsteen, zodat fijne bruggetjes niet knakken. Zet een bakje water klaar als je niet direct bij de kraan kunt.
- Inkt op waterbasis: een vochtig doekje of een babydoekje is meestal genoeg.
- Lastige inkt, zoals pigment- of oplosmiddelinkt: een stempelreiniger of speciale reiniger voor stencils.
Spoel restjes pasta liever niet in grote hoeveelheden door de afvoer. Veeg het meeste eerst af met keukenpapier of een plamuurmes. Laat het stencil plat drogen op een doek en berg het daarna plat op, bijvoorbeeld in een map met insteekhoezen. Kleine verfvlekken die niet meer weggaan, zijn geen probleem, zolang de randen schoon zijn.
Zelf een stencil maken
Een eigen stencil is makkelijker dan je denkt. Je hebt een vel stevige, doorzichtige folie nodig, zoals een dikke overheadsheet of de folie die speciaal als stencilmateriaal wordt verkocht. Voor één keer gebruiken volstaat zelfs een stevige insteekmap of een stuk karton.
- Teken of print je motief en leg de folie erop.
- Zet het vast met tape op een snijmat.
- Snijd de vormen uit met een scherp hobbymesje. Draai het vel mee in plaats van je hand te verdraaien, dat geeft vloeiender bochten.
- Let op losse binnenvormen, zoals het midden van een O of een A. Laat smalle bruggetjes staan, anders valt dat deel eruit.
Heb je een snijplotter, dan kun je hem ook laten snijden. Kies in de software het materiaal voor stencils en doe eerst een kleine testsnede, zodat je weet of het mes diep genoeg gaat. Er bestaan ook stencilvellen met een lichtplakkende achterkant: die blijven vanzelf liggen, wat uitlopers flink beperkt.
Zelf maken is ideaal voor een titel, een datum of een motief dat bij je foto's past. En als je het goed schoonmaakt, kun je het stencil telkens opnieuw gebruiken.
Een paar ideeën om mee te beginnen
Weet je nog niet wat je met je stencils aan moet, probeer dan een van deze kleine opdrachtjes.
- Een zachte achtergrond: één stencil, één inktkleur, over de hele pagina, en daarbovenop gewoon je foto's.
- Een rand: een golf- of bladstencil alleen langs de onderkant of in één hoek van je pagina.
- Vakken: zet je pagina met smalle tape in vakken en vul elk vak met een ander stencil in dezelfde kleur.
- Reliëf: één motief met witte pasta naast een foto, zodat de pagina iets voelbaars krijgt.
Begin klein, op een los paneel of een tag. Zo ontdek je hoeveel inkt of pasta je nodig hebt, voordat je aan je mooiste pagina begint.
Vragen over dit onderwerp
Hoe voorkom je dat verf of inkt onder een stencil door loopt?
Neem weinig materiaal op je spons of borstel, dep loodrecht in plaats van te vegen en bouw in lagen op. Zorg dat het stencil plat ligt en vastzit, bijvoorbeeld met laagplakkende tape of herpositioneerbare lijmspray.
Wat is het verschil tussen een stencil en een masker?
Bij een stencil gaat de kleur door de uitgesneden openingen en blijft de rest schoon. Een masker werkt andersom: de uitgesneden vorm blijft op je papier liggen en alles eromheen kleur je in.
Hoe maak je een stencil schoon?
Doe dat direct na gebruik. Pasta en acrylverf spoel je meteen af onder de lauwe kraan met een zacht borsteltje, inkt op waterbasis veeg je af met een vochtig doekje.
Hoe maak je zelf een stencil?
Teken of print je motief, leg er stevige doorzichtige folie op en snijd de vormen uit met een scherp hobbymesje. Laat smalle bruggetjes staan bij losse binnenvormen, zoals het midden van een O.


