Welke lijm gebruik je voor foto's, papier en versiering
Tape runner, lijmstippen of toch vloeibare lijm? Wat veilig is voor je foto's, wat je beter laat liggen en wat je pakt voor lint, vellum en zware versiering.

Lijm is het minst spannende in je voorraad, en toch bepaalt het of je pagina over twintig jaar nog heel is. Wie ooit door een oud album bladerde, kent de vergeelde stroken plakband en de foto's die zomaar loslaten. Hieronder lees je per soort wat het doet, wat je beter kunt laten liggen en wat je pakt voor lint, vellum en zware versiering.
Natte en droge lijm
Natte lijm is alles wat vloeibaar of smeerbaar is en moet drogen: vloeibare knutsellijm, lijmstift, lijmpasta en spuitlijm. Het houdt vaak sterk en vult oneffenheden op. Het nadeel is het vocht: papier kan gaan golven, en je moet wachten tot het droog is.
Droog plakmiddel zit al klaar op een rol of vel en plakt meteen. Er is geen droogtijd en er komt geen vocht aan te pas, dus je pagina blijft vlak. De bekendste soorten:
- Tape runner of lijmroller: een houder waarmee je een dun laagje lijm of kleine stipjes over de achterkant van je papier trekt. Snel en schoon, voor papier op papier en voor foto's. Er zijn navulbare en wegwerpversies. Druk licht en gelijkmatig, anders loopt de rol scheef of vast.
- Dubbelzijdig tape: vaak sterker dan een lijmroller en op maat te knippen. Gebruik daarvoor een oude schaar of een antikleefschaar, want je goede schaar wordt er plakkerig en bot van.
- Fotoplakkers: kleine vierkantjes dubbelzijdig tape, ook wel mounting squares genoemd. Eén in elke hoek van een foto is genoeg, en onder de foto zie je ze niet.
- Lijmstippen (glue dots): rondjes plakmiddel op een vel of rol. Je hebt ze plat voor licht papier, dikker voor knopen en andere embellishments (versieringen zoals knopen, bloemen en bedels), en als smalle strip voor lint. Er zijn permanente en verwijderbare soorten.
- Foamtape en 3D-pads: dikke stukjes schuim met lijm aan twee kanten, om iets op te tillen en diepte te geven.
Wat veilig is voor foto's
Foto's zijn chemisch gevoelig. Zure lijm, zuur papier of zure hoezen kunnen na jaren in de foto trekken, met vergeling en verkleuring als gevolg. Kijk daarom op de verpakking naar zuurvrij (acid-free), pH-neutraal en fotoveilig (photo safe of archival). Staat er PAT op de verpakking, dan is het product getest op schadelijke reacties met foto's. Wat zuurvrij papier precies inhoudt, leggen we in een apart artikel uit.
Voor foto's hebben droge plakmiddelen de voorkeur: een tape runner, fotoplakkers of dubbelzijdig tape dat als fotoveilig wordt verkocht. Zet het plakmiddel altijd op de achterkant, nooit op de beeldkant.
Zuurvrij betekent niet automatisch dat iets lang blijft houden. Vooral goedkope lijmstiften verliezen na verloop van tijd hun kracht, waardoor foto's na een paar jaar loslaten. Voor papier op papier is een goede lijmstift prima, voor foto's kies je liever een droog plakmiddel.
Het veiligste zijn fotohoekjes: kleine driehoekjes waar je de foto in schuift. Alleen de hoekjes plakken vast, de foto zelf komt nergens met lijm in aanraking. Heb je een origineel dat je niet kwijt wilt, plak dan een afdruk of kopie in en bewaar het origineel apart.
Wat je beter niet gebruikt
Sommige plakmiddelen liggen in elke la, maar horen niet in een album dat lang mee moet.
- Gewoon plakband: vergeelt, wordt bros en laat na jaren los, met een bruine vlek als aandenken.
- Rubbercement: plakt sterk en blijft soepel, maar de klassieke soorten verkleuren en geven het na verloop van tijd op. Conservatoren komen oude albums tegen waarin de rubbercement het heeft laten afweten en alles los in het boek ligt. Er bestaan zuurvrije varianten, maar die zijn kliederig en schijnen door dun papier heen.
- Natte schoollijm of witte knutsellijm zonder vermelding van zuurvrij: veel water, dus golven en vlekken. Niet bedoeld om tientallen jaren goed te blijven.
- Hete lijm: de hitte kan foto's beschadigen en de klodders maken je pagina dik en bobbelig.
- Foam rechtstreeks op een foto: niet elk schuim is zuurvrij. Wil je een foto optillen, zet hem dan eerst op een matje van cardstock (stevig, effen karton) en plak het schuim onder dat matje.
Lint, vellum, stof en zware versiering
Lint plak je het netst met een smalle strook dubbelzijdig tape of een lijmstrip aan de achterkant. Je kunt de uiteinden ook omvouwen en aan de achterkant van de pagina vastplakken, dan zie je niets. Werk je met vloeibare lijm, zet het lint dan vast met een knijpertje of speldje tot de lijm droog is.
Vellum is lastig, omdat bijna elke lijm erdoorheen schijnt. Plak alleen op plekken waar later iets overheen komt, zoals een titel, een foto of een versiering. Of maak het mechanisch vast met brads (splitpennen), nietjes of een paar steken met naald en draad. Een dun, gelijkmatig laagje spuitlijm geeft ook een egaal resultaat, zonder strepen of stippen.
Dunne stof plak je met een dun laagje spuitlijm of met vloeibare knutsellijm die je uitstrijkt met een kwastje. Gebruik weinig, zodat de lijm niet door het weefsel heen trekt.
Voor zware versiering van metaal, plastic of chipboard (dik, stevig karton) is vloeibare knutsellijm het sterkst. Gebruik er weinig van: lijm die onder een bedel uit loopt, kan het papier eromheen verkleuren. Knopen en kleine stipjes van emaille zitten vast met dikke lijmstippen.
Doorzichtige acrylvormen plak je met een heldere lijm die transparant opdroogt, zodat je geen witte vlekken door het plastic ziet. Zulke lijm droogt langzaam. Een handige truc is om er een lijmstip bij te zetten die alles op zijn plaats houdt tot de lijm hard is, want een lijmstip alleen kan op een rechtopstaande pagina gaan schuiven.
Voor pailletten, steentjes en fijne stansvormen werkt een lijmpen met een fijne punt goed. Bij veel lijmpennen geldt: druk je iets aan terwijl de lijm nog nat is, dan zit het vast. Laat je de lijm eerst opdrogen tot hij kleverig is, dan kun je het later weer verplaatsen. Lees de verpakking, want dit verschilt per merk.
Zo voorkom je rimpels en bobbels
Natte lijm en papier gaan prima samen, als je een paar dingen aanhoudt.
- Gebruik minder dan je denkt. Strijk de lijm dun uit met een kwastje of een plastic spatel, of zet kleine stipjes in plaats van een heel vlak.
- Smeer de lijm op het stuk dat je opplakt, niet op de achtergrond. Zo weet je precies waar de lijm zit.
- Werk op stevig papier. Dun printpapier golft veel sneller dan cardstock.
- Strijk na het plakken aan met een vouwbeen, van het midden naar buiten, met een vel kladpapier ertussen tegen vlekken.
- Laat plat drogen onder gewicht, bijvoorbeeld onder een paar zware boeken, met bakpapier ertussen zodat niets aan elkaar vastplakt.
- Moet er een groot vlak vast? Pak dan een tape runner of spuitlijm in plaats van vloeibare lijm.
- Doe eerst een proefje op een restje, zeker bij thuis geprinte foto's. Natte lijm kan inkt laten uitlopen.
Spuitlijm gebruik je in een goed geventileerde ruimte, met een grote doos of oude krant om je werkplek te beschermen. Spuitlijm is meestal niet gemaakt voor foto's: gebruik hem op papier en versiering, en alleen op foto's als er fotoveilig op staat. Leg verder alles eerst los op de pagina voordat je iets vastplakt. Wat nog niet vastzit, hoef je ook niet los te halen.
Als je foto's later wilt loshalen
Denk je dat je een foto ooit wilt verwisselen of eruit wilt halen, bijvoorbeeld omdat er iets op de achterkant geschreven staat? Kies dan een van deze manieren.
- Fotohoekjes. Schuif de foto in de hoekjes en plak eerst de twee bovenste vast. Bij dikke foto's, zoals polaroids, plak je eerst twee hoekjes die schuin tegenover elkaar liggen.
- Verplaatsbare fotoplakkers. Plak ze eerst langs twee kanten, leg de foto recht en zet dan de andere twee. Zo voorkom je dat de foto bolt.
- Verwijderbare lijmstippen. Ze houden goed, maar laten zich later voorzichtig weer lostrekken.
- Washi tape. Plakt licht en gaat er meestal weer af zonder te scheuren. Mooi als decoratief randje, maar te zwak om een belangrijke foto alleen te dragen.
Verplaatsbare spuitlijm laat je een tijd schuiven, maar zit daarna gewoon vast. Daarmee kun je dus wel corrigeren, maar later niets meer loshalen.
Heb je net een foto op de verkeerde plek geplakt? Schuif een stuk tandzijde achter de foto en werk het met een zagende beweging voorzichtig heen en weer. Voor foto's die al jaren vastzitten is meer nodig dan dat.
Een kleine basisset
Je hebt geen tien soorten lijm nodig. Met twee of drie kom je een heel eind: een tape runner voor papier en foto's, een vloeibare lijm met fijne punt voor details en zware versiering, en lijmstippen of foamtape voor knopen en hoogte. Leg er een zakje fotohoekjes bij voor de foto's die je wilt kunnen loshalen.
Doe na gebruik de dop op je lijmstift en lijmpen, anders drogen ze uit. En schrijf op de verpakking wanneer je hem gekocht hebt. Een plakmiddel dat al jaren in de la ligt, plakt vaak minder goed dan je denkt.
Vragen over dit onderwerp
Welke lijm is veilig voor foto's?
Kies een droog plakmiddel dat zuurvrij en fotoveilig is, zoals een tape runner of fotoplakkers, of gebruik fotohoekjes. Zet het plakmiddel altijd op de achterkant van de foto, nooit op de beeldkant.
Welke lijm kun je beter niet gebruiken in een fotoalbum?
Gewoon plakband, rubbercement, hete lijm en natte schoollijm zijn niet bedoeld voor een album dat lang mee moet. Ze vergelen, verliezen hun kracht of beschadigen de foto.
Hoe voorkom je rimpels bij het plakken met natte lijm?
Gebruik weinig lijm, strijk hem dun uit en werk op stevig papier. Laat het geplakte vel daarna plat drogen onder gewicht, bijvoorbeeld onder een paar zware boeken.
Hoe kun je foto's later weer losmaken uit een scrapbook?
Kies voor fotohoekjes, verplaatsbare fotoplakkers of verwijderbare lijmstippen. Zit een foto per ongeluk op de verkeerde plek, schuif dan voorzichtig tandzijde achter de foto en werk met een zagende beweging.


