Naar de inhoud
Alle artikelen
Materialen · 7 min lezen

Welk papier kies je: cardstock, designpapier en grammage

Cardstock of designpapier, 160 of 250 gram, een blok of losse vellen: zo weet je welk papier je nodig hebt en waar je op let bij het kopen.

Lichtblauw vierkant papier, op de punt gezet, omringd door paarse gedroogde bloemetjes op een witte ondergrond
Foto: Tamanna Rumee · Pexels

In een hobbywinkel lijkt al het papier op elkaar, tot je thuis merkt dat je achtergrond golft onder de lijm of dat je kaart slap blijft hangen. Papier is de basis van elke pagina, en met een paar begrippen kies je het veel gerichter. Hier lees je wat het verschil is tussen cardstock en designpapier, wat die grammen op het etiket betekenen en wanneer goedkoop papier goed genoeg is.

Cardstock en designpapier

Cardstock is stevig papier, dikker dan printpapier en dunner dan karton. Het is meestal effen van kleur, soms met een structuur zoals linnen of een fijne ribbel. Je gebruikt het als basis van een pagina, als mat achter een foto (een rand van papier die de foto laat opvallen), voor tags, labels en alles wat stevig moet blijven.

Designpapier, ook wel patterned paper of scrappapier genoemd, is het bedrukte papier: bloemen, ruitjes, stippen, teksten, kaartjes van steden. Het is dunner dan cardstock en bedoeld om sfeer te geven. Je gebruikt het als achtergrond, als laag, voor strookjes en uitgeknipte vormen.

De twee vullen elkaar aan. Een veelgebruikte opbouw is een basis van cardstock, daarop een vel of strook designpapier, en de foto op een mat van effen cardstock. Het effen papier geeft rust, het bedrukte papier vertelt het verhaal.

Let op: de naam op de verpakking zegt niet altijd hoe dik het is. Sommig designpapier is eigenlijk licht cardstock, ander is niet veel dikker dan gewoon papier. Kijk daarom naar het gewicht dat erop staat.

Wat grammage betekent

Het gewicht van papier staat in gram per vierkante meter, g/m². Een vel van 80 g/m² weegt 80 gram als het precies een vierkante meter groot zou zijn. Gewoon printpapier zit daar meestal rond, cardstock ligt ruim twee keer zo hoog.

Hoe hoger het getal, hoe dikker en stijver het papier meestal is. Maar het is een gewicht, geen dikte. Twee soorten papier van hetzelfde gewicht kunnen anders aanvoelen: kraftpapier kan bijvoorbeeld stijver aanvoelen dan satijnachtig glad papier van dezelfde grammage, omdat het anders gemaakt is. Sommige fabrikanten geven daarom ook de dikte van één vel op, in micron of in mil.

Als richtlijn:

  • 80 tot 100 g/m²: printpapier, voor kladjes, sjablonen en journaling die je erop plakt.
  • 120 tot 170 g/m²: designpapier en dunne lagen, strookjes, uitgeknipte vormen en vouwwerk.
  • 200 tot 250 g/m²: gewoon cardstock, voor paginabases, matten, kaarten en gestanste vormen.
  • 270 tot 300 g/m² en meer: extra stevig, voor omslagen, doosjes, kaarten met veel lagen en mini-albums.

Hoe meer lagen, lijm en embellishments (versieringen zoals knopen, stickers en bloemetjes) er op een pagina komen, hoe steviger de basis moet zijn. Bij een dun vel buigt alles door zodra je het optilt.

Tegelijk wil je niet alles dik maken. Een album met alleen zwaar papier sluit slecht en wordt log. Bij een mini-album combineer je dus stevige pagina's met dunner decoratiepapier, zodat de vouwen en de rug het houden.

Werk je met een snijplotter of stansmachine, kijk dan wat je machine aankan. Heel dik papier snijdt niet altijd netjes door. Andersom kan heel dun papier scheuren bij fijne vormen.

Dun papier zonder golven

Dunner papier trekt sneller krom van natte lijm. Gebruik er dan zo weinig mogelijk van en verdeel het goed, of kies dubbelzijdige tape op een roller. Leg een vers beplakt vel een paar uur onder een stapel boeken, dan droogt het vlak.

Ga je met verf, inkt en water werken, dan is gewoon designpapier niet genoeg. Daarvoor gebruik je aquarelpapier of mixed-mediapapier van zo'n 250 tot 300 g/m².

Enkelzijdig, dubbelzijdig en kerngekleurd

Designpapier is enkelzijdig of dubbelzijdig bedrukt. Enkelzijdig is vaak iets goedkoper en makkelijk: je weet meteen welke kant de achterkant is, waar de lijm op komt. Dubbelzijdig papier heeft aan beide kanten een ander, bijpassend dessin. Dat is handig als beide kanten zichtbaar zijn, bij flapjes, envelopjes, vlaggetjes en gevouwen kaarten. En je hebt eigenlijk twee vellen in één.

Bij cardstock let je op of het kerngekleurd is, in het Engels core dyed. Dan is het papier door en door gekleurd. Gewoon gekleurd cardstock heeft soms een witte kern, die je ziet zodra je een rand scheurt, schuurt of een embossingfolder gebruikt. Bij kerngekleurd papier blijft de kleur ook op de rand gelijk. Wil je juist dat contrast, dan is papier met een witte kern weer mooi voor gescheurde en geschuurde randen.

Papiercollecties of losse vellen

Een collectie is een reeks papieren van één ontwerplijn, met dezelfde kleuren en stijl. Ze passen bij elkaar, dus je hoeft zelf niet te puzzelen. Je koopt ze als blok, waarbij de vellen aan één kant zijn vastgelijmd, of als set losse vellen in een hoes.

Zo'n blok is ideaal als je begint of een groot album wilt maken met één sfeer. Het risico: er zitten vaak een paar vellen in die je nooit gebruikt. Wie al een tijd scrapt, koopt daarom vaak liever losse vellen die precies passen bij de foto's van dat moment. Die zijn per vel duurder, maar je houdt minder over.

Een tussenweg die goed werkt: kies je kleuren uit je foto's, neem een kleine stapel in drie of vier kleuren, met een paar vellen van elk, en vul aan met effen cardstock in wit, zwart en kraft. Wit raakt altijd sneller op dan je denkt.

Over formaten: de klassieke maat is 30,5 x 30,5 cm (12 x 12 inch). Blokken van 15 x 15 cm (6 x 6 inch) zijn fijn voor kaarten, matten en mini-albums, omdat de dessins kleiner gedrukt zijn. Welk albumformaat bij je past, lees je in een apart artikel.

Kraft, vellum en ander bijzonder papier

Kraftpapier is het bruine, wat ruwe papier dat je kent van pakpapier en papieren zakken. Als cardstock is het een vergevingsgezinde basis: bijna elke kleur en elk dessin staat erop. Let op dat de achterkant soms een andere tint heeft dan de voorkant, en kijk op het etiket of het zuurvrij is, want niet elk bruin papier is dat.

Vellum is doorschijnend papier, een beetje zoals calqueerpapier. Het geeft een zachte, wazige laag over een foto of dessin, en is mooi voor titels en envelopjes. Het lastige is de lijm: die zie je erdoorheen. Plak vellum daarom op plekken waar iets ondoorzichtigs bovenop komt, of zet het vast met brads (splitpennetjes), nietjes, naaiwerk of een strookje washi tape.

Verder vind je:

  • Glitter- en metallic papier, voor kleine accenten zoals een titel of een rondje achter een datum. Grote vlakken worden al snel te druk.
  • Papier met reliëf of structuur, zoals linnenstructuur of kleine bolletjes. Mooi voor natuurlijke of vintage pagina's, minder geschikt om fijn op te stempelen.
  • Glad cardstock, het beste voor stempels met fijne lijnen en om op te schrijven.
  • Aquarelpapier, voor alles met veel water.

Knutselpapier zoals kinderen op school gebruiken, is goedkoop maar de kleuren verbleken snel. Voor een album dat lang mee moet, is dat geen goede keuze.

Is goedkoop papier goed genoeg?

Soms wel. Voor oefenen, sjablonen, een eerste kaart of een journal dat je flink gebruikt, is budgetpapier prima. Je durft er meer mee te proberen, en dat is in het begin veel waard.

Voor een album dat je wilt bewaren of een cadeau ligt het anders. De bekende nadelen van heel goedkope sets:

  • Het papier is dun en golft onder lijm.
  • De druk is vaag of de kleuren zijn flets.
  • In een blok zitten maar een of twee vellen die je echt mooi vindt.
  • Er staat niet op of het zuurvrij is, waardoor je niet weet hoe het over jaren uitziet.

Voel aan het vel, houd het tegen het licht en kijk naar het gewicht op de verpakking. Een stevig, scherp bedrukt vel uit een voordelige set kan prima zijn, een flinterdun vel uit een duur blok niet. Liever een paar goede vellen dan een stapel die je nooit gebruikt.

Wil je papier dat je foto's niet aantast, kijk dan naar zuurvrij en ligninevrij op het etiket. Wat dat precies betekent en wanneer het ertoe doet, lees je in een apart artikel.

Zelf printen

Je kunt ook digitaal papier kopen en zelf afdrukken. Kijk dan wat je printer aankan: veel thuisprinters hebben een grens voor het gewicht, en bij een laserprinter laat de toner op heel dik papier soms los. Test eerst op één vel, en kies glad papier voor de scherpste druk. Lees ook de licentie, want niet elk ontwerp mag je overal voor gebruiken.

Zo begin je

Wie nog niets heeft, kan met weinig toe: een stapel wit cardstock van zo'n 200 tot 250 g/m², wat zwart en kraft, en één blok designpapier waarvan je de kleuren mooi vindt bij je foto's. Daarmee maak je je eerste pagina's en merk je vanzelf welk papier je fijn vindt in je handen. Dat gevoel is uiteindelijk de beste gids.

Vragen over dit onderwerp

Wat is het verschil tussen cardstock en designpapier?

Cardstock is stevig, meestal effen papier voor de basis van een pagina, matten en labels. Designpapier is dunner en bedrukt en geeft sfeer als achtergrond, laag of strookje.

Welke grammage cardstock heb je nodig voor scrapbooken?

Voor een paginabasis kies je rond de 200 tot 250 g/m². Voor lagen en details is 120 tot 170 g/m² genoeg, en voor omslagen en mini-albums kun je 270 tot 300 g/m² of meer nemen.

Wat is kerngekleurd cardstock?

Dat is cardstock dat door en door gekleurd is, in het Engels core dyed. Als je de rand scheurt, schuurt of embosst, blijft de kleur gelijk en zie je geen witte kern.

Is goedkoop scrapbookpapier goed genoeg?

Voor oefenen, een eerste kaart of een journal dat je flink gebruikt wel. Voor een album dat je wilt bewaren let je op dikte, drukkwaliteit en een vermelding van zuurvrij.

Verder lezen