Titels maken zonder letterstickers
Geen e meer op je vel, of net de verkeerde kleur? Met je eigen hand, een stempel, de printer of een oud tijdschrift maak je een titel die precies past.

Je hebt de foto's, het papier en het verhaal, en dan blijkt dat je vel letterstickers nog maar twee klinkers bevat. Elke scrapper kent het. Het goede nieuws: een titel zonder stickers is vaak mooier, omdat hij precies de kleur, maat en sfeer krijgt die jij wilt. Hieronder vind je de manieren die het meest worden gebruikt, van je eigen handschrift tot letters uit een tijdschrift.
Waar zet je je titel
Een titel werkt het best vlak bij je hoofdfoto. Het oog gaat eerst naar die foto en zoekt daarna naar woorden; als de titel ernaast of eronder staat, lezen foto en titel als één geheel. Een titel die ver weg in een hoek zweeft, voelt los.
Een paar plekken die bijna altijd werken:
- direct boven of onder de grootste foto
- op een strook papier die over de rand van de foto loopt
- verticaal langs de zijkant van een foto, als je pagina smal oogt
- in een blok samen met je journaling, zodat titel en tekst bij elkaar horen
Leg je titel er eerst los bij voordat je iets vastplakt. Schuif wat heen en weer en kijk van een afstandje. Wat vanaf een meter goed oogt, klopt meestal.
Hoe groot maak je hem
Er is geen vaste maat, maar een titel moet zichtbaar groter zijn dan de rest van je tekst. Op een pagina van 30,5 x 30,5 cm (12 x 12 inch) zie je vaak hoofdletters van ongeveer 2 tot 5 cm hoog. Op een A4 of een kleiner formaat kan het met minder.
Wil je een lang woord groot laten opvallen, maak dan één woord de titel en zet de rest kleiner eronder. "Zomer" in grote letters met "bij oma in Zeeland" klein eronder is rustiger dan zes woorden die allemaal even hard roepen.
Handlettering voor beginners
Handlettering is letters tekenen in plaats van schrijven. Je hebt er geen mooi handschrift voor nodig, wel wat oefening. Voor de start heb je genoeg aan een potlood, een gum, een liniaal en één pen met een flexibele penseelpunt, een brushpen. Koop pas meer kleuren als je merkt dat je hem echt gebruikt.
Zo pak je het aan:
- Trek met potlood twee lichte hulplijnen, zodat je letters even hoog worden.
- Schets je woord eerst in potlood. Begin bij de middelste letter en werk naar buiten, dan staat je titel vanzelf gecentreerd.
- Werk het uit met pen en gum de potloodlijnen weg zodra de inkt goed droog is.
Met een brushpen druk je harder op de neergaande lijnen en lichter op de opgaande. Zo krijg je dikke en dunne lijnen, net als bij kalligrafie. Lukt dat nog niet, probeer dan nepkalligrafie: schrijf je woord met een gewone fineliner en zet daarna naast elke neergaande lijn een tweede lijn, die je inkleurt. Het effect is bijna hetzelfde.
Kies in het begin één letterstijl en schrijf dat hele alfabet een paar keer over tot het in je hand zit. Daarna pas een volgende. Tien minuten per dag levert sneller resultaat op dan één lange avond.
Ben je bang om je pagina te verpesten, schrijf je titel dan op een los stuk papier en knip of scheur dat uit. Wat mislukt, gooi je weg. Een handige truc als je handschrift onzeker is: print het woord op ware grootte, leg het onder dun papier of tegen het raam en trek de vormen over met je eigen pen.
Stempels als alternatief
Een set letterstempels gaat jaren mee. Een set grote en een set kleine letters zijn op den duur voordeliger dan steeds nieuwe stickervellen, omdat je ze in elke kleur inkt kunt gebruiken.
Met clear stempels op een acrylblok zie je precies waar je stempelt. Zet de stempels voor je titel in één keer naast elkaar op het blok, dan staan ze netjes op een rij. Druk recht naar beneden en til recht op.
Stempel je liever niet direct op je pagina, stempel dan op een strook cardstock (stevig, egaal gekleurd karton) of op transparante tape. Lukt het niet, dan pak je een nieuwe strook. De geslaagde versie knip je uit en plak je op.
Wil je meer leven in gestempelde letters, ga er dan met een fijne pen overheen. Een stippellijn langs de rand of een paar kleine bloemetjes in de rondingen maakt van een simpele stempel een eigen titel.
Sjablonen en stencils
Lettersjablonen zijn er van plastic en van karton. Je trekt de letter met potlood over op papier en knipt hem uit, of je legt het sjabloon op je pagina en vult de opening met inkt, verf of een stift. Werk met weinig inkt en dep in plaats van te vegen, dan loopt er niets onder de rand.
Zelf een sjabloon maken kan ook. Print de letters die je vaak gebruikt op stevig papier, plak dat op dun karton en knip ze uit. Een kartonnen sjabloon is stevig genoeg om een paar keer mee over te trekken.
Titels printen
Met een printer heb je ineens honderden lettertypes. Kies voor titels die je wilt uitknippen een letter met dikke lijnen, die zijn makkelijker te knippen en blijven beter heel.
Zo knip je geprinte letters zonder dat je randen zichtbaar worden: spiegel je woord in je tekstprogramma en print het in lichtgrijs op de achterkant van je designpapier. Na het knippen draai je de letters om, en dan is er geen potloodlijntje of printrand meer te zien.
Nog wat tips:
- Print alleen de letters die je nodig hebt, eventueel een paar per vel, en bewaar de rest van het vel voor later.
- Zet bij het printen de optie "aanpassen aan pagina" uit, anders worden je letters verkleind of verschoven.
- Print je blokletters, dus letters in een vierkantje, dan heb je eigenlijk drie sets in één: je plakt het blokje zoals het is, je knipt de letter eruit, of je vult het gat in het blokje met ander papier.
Bij het uitknippen begin je met de kleinste stukjes, zoals het binnenste van een a of een o. Maak kleine knipjes en draai het papier, niet je schaar. Scheurt er toch een letter, plak de stukjes dan met een lijmpen netjes tegen elkaar op de pagina. Een dun contour eromheen maskeert de scheur.
Letters uitknippen uit restpapier of tijdschriften
Uit de vrije hand letters knippen klinkt moeilijk, maar dikke, wat hoekige letters zijn juist charmant. Teken ze op de achterkant van je restpapier, in spiegelbeeld, en knip ze uit. Ze hoeven niet gelijk te zijn.
Letters uit tijdschriften, folders en verpakkingen geven een collagegevoel. Zoek koppen en grote cijfers, knip elke letter met een klein randje eromheen en verzamel ze in een envelop. Wissel lettertypes en kleuren af, of houd juist één kleur aan voor rust. Deze stijl past goed bij een vrolijke of eigenwijze pagina, minder bij een ingetogen erfgoedalbum.
Ook restjes designpapier zijn bruikbaar. Een titel waarbij elke letter uit een ander patroon van dezelfde collectie komt, ziet er bewust uit en ruimt meteen je doos op.
Leesbaar op een drukke achtergrond
Een prachtige titel die je niet kunt lezen, mist zijn doel. Op een druk patroon of een foto heb je contrast nodig. Een paar manieren:
- Zet je titel op een rustig vlak: een strook effen cardstock, een label of een kaartje.
- Plak letters op een egale ondergrond en knip ze uit met een smal randje eromheen, zodat elke letter een eigen lijst krijgt.
- Trek een contour om je letters met een witte gelpen op donker papier of een zwarte fineliner op licht papier.
- Knip elke letter twee keer, in een donkere en een lichte kleur, en leg ze een paar millimeter verschoven op elkaar. Dat geeft een schaduw.
- Til je titel op met foamtape, dan komt hij los van de achtergrond.
Twijfel je, maak dan een foto van je pagina met je telefoon en bekijk hem klein. Wat je dan nog kunt lezen, is leesbaar genoeg.
Hoeveel lettertypes combineer je
De vuistregel: twee, en hooguit drie. Laat één letter de hoofdrol spelen, bijvoorbeeld een sierlijke handlettering of een vette blokletter, en kies daarnaast een rustige letter voor de rest. Twee opvallende stijlen naast elkaar gaan met elkaar in gevecht.
Contrast mag juist wel: een schrijfletter naast strakke hoofdletters, of groot naast klein. Houd de kleuren dan dicht bij elkaar. Kies een of twee kleuren uit je foto en gebruik die in de titel, dan hoort alles bij elkaar.
Varieer de stijl gerust per pagina. Een album hoeft niet overal dezelfde letter te hebben, als elke spread op zich maar rustig blijft.
Kleine fouten die je makkelijk voorkomt
- Letters die tegen elkaar aan staan of juist ver uit elkaar zweven. Leg alles eerst los neer en kijk naar de ruimte tussen de letters, niet naar de letters zelf.
- Een titel die scheef loopt. Een potloodlijn of de rand van een liniaal onder je letters helpt.
- Een spelfout die je pas ziet als alles vastzit. Schrijf het woord eerst uit op een briefje.
- Te veel woorden. Een korte titel met een rijke journaling eronder vertelt meer dan een lange titel.
Begin met één manier en probeer de volgende keer een andere. Na een paar pagina's merk je vanzelf welke titels bij jouw boek passen.
Vragen over dit onderwerp
Hoe maak je een titel voor een scrapbookpagina zonder letterstickers?
Je kunt de letters zelf tekenen, stempelen, met een sjabloon invullen, printen en uitknippen, of koppen en letters uit tijdschriften knippen. Leg je titel eerst los neer, dan zie je of hij bij je pagina past.
Hoe groot moet een titel op een scrapbookpagina zijn?
Een titel moet zichtbaar groter zijn dan de rest van je tekst. Op een pagina van 30,5 x 30,5 cm zie je vaak hoofdletters van ongeveer 2 tot 5 cm hoog, op een kleinere pagina kan het met minder.
Hoeveel lettertypes mag je op één pagina combineren?
Als vuistregel twee, hooguit drie. Laat één lettertype de hoofdrol spelen en kies voor de rest een rustige letter, zodat de stijlen niet met elkaar in gevecht gaan.
Hoe maak je een titel leesbaar op een drukke achtergrond?
Zet de titel op een rustig vlak, zoals een strook effen cardstock of een label, of trek een contour om de letters. Ook een schaduw van een tweede, verschoven letterlaag helpt.


