Mixed media en gesso: zo begin je met verf, pasta en lagen
Gesso, acrylverf, sprays en texture paste: wat ze doen, in welke volgorde je ze gebruikt en op welk papier je nat kunt werken.

Verf op een scrapbookpagina voelt de eerste keer spannend. Het papier golft, de kleur trekt weg of alles wordt modder. Met een paar basisregels over gesso, lagen en papier wordt het een stuk rustiger, en blijft het vooral leuk.
Wat is mixed media
Mixed media betekent letterlijk gemengde materialen. Je combineert op één pagina dingen die normaal los van elkaar worden gebruikt: verf, inkt, papier, stempels, stencils, potlood, structuurpasta en soms gevonden spulletjes als stof, karton of kant.
In scrapbooks en journals gebruiken scrappers het vaak op twee manieren. Soms is de hele pagina een geschilderde achtergrond waar een foto of tekst op komt. Soms is het een klein accent, zoals een vlek textuur achter een foto of een paar spetters rond een titel. Allebei is mixed media, en voor beide heb je dezelfde basis nodig.
Je hoeft niet alles tegelijk te kopen. Een pot gesso, twee of drie tubes acrylverf, een potje texture paste, een stencil en een spuitflesje met water brengen je al heel ver.
Wat doet gesso
Gesso is een grondlaag, een soort primer voor papier. Het is een dikke, romige verf die opdroogt tot een licht ruwe, matte laag. Er zijn witte, zwarte en transparante varianten.
Gesso doet drie dingen:
- Het maakt papier minder zuigend. Verf trekt dan niet meteen in de vezels, maar blijft bovenop liggen, laat zich beter mengen en houdt zijn kleur.
- Het geeft verf, pasta en inkt houvast. Lagen blijven beter zitten.
- Het dekt af. Een dun laagje witte gesso over een drukke achtergrond of een bedrukt vel tempert de kleuren, zodat wat je erna aanbrengt meer opvalt.
Dat laatste is ook je reddingsboei. Ben je niet blij met een pagina, dan zet je er een laag gesso overheen en begin je opnieuw. Wat eronder zat schemert soms nog een beetje door, en dat geeft vaak juist diepte.
Je hoeft niet altijd de hele pagina te bedekken. Veel scrappers zetten gesso met een kwast of een oude pinpas grillig neer, zodat er stukjes papier zichtbaar blijven. Ook op karton, chipboard of houten ondergronden is een laag gesso een goede start.
Gesso kun je ook zelf maken, bijvoorbeeld door witte acrylverf te mengen met witte hobbylijm, talkpoeder en water. Recepten verschillen en het resultaat wordt nooit precies hetzelfde als gekochte gesso, dus probeer het eerst op een restje papier. Werk voorzichtig met talkpoeder, zodat je geen stof inademt. Roer tot er geen klontjes meer in zitten en bewaar het in een pot met deksel, anders droogt het in. Met zwarte verf krijg je zwarte gesso.
Acrylverf, sprays en texture paste
Acrylverf bestaat uit pigment in een kunststofbinder. Zodra het water verdampt, ontstaat er een vaste, waterbestendige laag. Dat maakt het ideaal voor lagen: je kunt er na het drogen overheen werken zonder dat de onderste laag oplost. Het nadeel is dat het snel droogt, ook op je kwast. Was die dus meteen uit.
Met water verdund wordt acrylverf transparant, zoals een waas. Onverdund dekt hij. Wil je langer nat-in-nat werken, dan helpt een vertrager (retarder) of een vochtig palet.
Sprays zijn vloeibare inkten of verven in een spuitflesje. Er zijn er die na het drogen blijven reageren op water, zoals de bekende Distress-sprays, en sprays die permanent opdrogen. Die eerste soort is fijn om mee te spelen: je spuit, voegt water toe en laat de kleuren in elkaar overlopen. Gebruik ze spaarzaam, want ze zijn erg sterk van kleur.
Texture paste, in het Nederlands structuurpasta of modelleerpasta, is een dikke pasta die je met een paletmes of spatel aanbrengt, vaak door een stencil. Na het drogen heb je een verhoogd patroon. Een paar trucs:
- Plak je stencil vast met een stukje tape. Dan schuift hij niet en loopt er geen pasta onder.
- Smeer de pasta niet glad. Een ongelijke laag geeft meer reliëf.
- Wil je gekleurde textuur, meng dan een beetje acrylverf door de pasta. Houd het mengsel stevig; met te dunne verf zakt het in.
- Was je stencil en spatel direct af, voordat de pasta erop hard wordt.
Embossing paste gebruik je op dezelfde manier. Geen pasta in huis? Plak verfrommeld zijdepapier met witte hobbylijm op de pagina en schilder er overheen. Dat geeft ook een mooie, grillige structuur.
De volgorde van lagen
Er is geen wet, maar een vaste volgorde voorkomt veel ellende. Werk ruwweg van plat en nat naar hoog en droog.
- Plak eerst papier, kant of andere platte stukken die in de achtergrond moeten opgaan. Wat je nu plakt, wordt straks mee geschilderd.
- Zet een laag gesso, helemaal of met open plekken. Laat drogen.
- Breng texture paste aan, door een stencil of los met een spatel. Laat dit goed doordrogen; bij een dikke laag kan dat uren duren, afhankelijk van het merk.
- Geef kleur met verdunde acryl, sprays of inkt. Begin licht en bouw op naar donker.
- Haal desgewenst wat kleur weg met een vochtig doekje of babydoekje. Op de hoge delen van de pasta komt het wit dan weer tevoorschijn.
- Accentueer reliëf met droogborstelen: een heel klein beetje verf op een bijna droge kwast, licht over de hoge delen. Wit, goud of een contrasterende kleur werkt mooi.
- Werk af met spetters, stempels, tekst en eventueel een foto of embellishments (versieringen zoals stickers, bloemetjes of knopen).
Embellishments die je pas aan het einde plakt, steken af tegen de geschilderde achtergrond. Plak je ze eerder en schilder je eroverheen, dan gaan ze erin op. Beide kan, het is een keuze.
Twijfel je over de compositie, leg dan alles droog neer en maak een foto. Schuif, maak nog een foto en vergelijk. Of loop even weg en kijk een paar uur later opnieuw.
Op welk papier kun je nat werken
Dun papier golft, scheurt of laat los zodra er water op komt. Voor mixed media wil je stevig papier dat vocht verdraagt. Goede keuzes zijn:
- Mixed-mediapapier, gemaakt voor droge en natte technieken.
- Aquarelpapier, dat veel water aankan.
- Zware, gladde cardstock (stevig, effen karton), als je niet te nat werkt.
- Een mixed-media-journal, dat vaak verschillende soorten papier bevat.
Een laag gesso maakt papier iets steviger en minder zuigend, al blijft dun papier bij veel water golven. Werk je in een gewoon notitieboek, plak dan desnoods twee pagina's op elkaar of beperk je tot droge materialen. Golft een pagina toch, leg er dan na het drogen een paar zware boeken op, met een vel bakpapier ertussen.
Meer over gewicht en soorten papier lees je in het artikel over papier dat niet golft bij lijm, verf en water.
Spetters, druppels en textuur maken
Hier wordt het speels. Een paar technieken die bijna altijd werken:
- Spetters: verdun acrylverf of inkt tot hij vloeibaar is, doop een kwast erin en tik hem tegen een andere kwast of je vinger boven de pagina. Met een oude tandenborstel en je duim krijg je fijne spikkels. Laat spetters drogen voor je de volgende laag zet.
- Druppels die lopen: zet een beetje verf of inkt langs de bovenrand, spuit er water op en houd de pagina rechtop. De kleur loopt in straaltjes naar beneden. Herhaal voor meer kleur.
- Kringen: teken met verf of inkt een paar ringen en spuit er wat water op. Hoe meer water, hoe verder ze uitlopen.
- Plassen kleur: spuit een paar sprays naast elkaar over droge texture paste en voeg water toe. De kleur verzamelt zich rond het reliëf.
- Stempelen met huishoudspul: een sponsje, een oude pinpas, noppenfolie of de rand van ribbelkarton geven verrassende patronen.
Bescherm je tafel met een oud kleed of bakpapier, en houd keukenpapier bij de hand. Werk met een paar kleuren tegelijk, liefst allemaal warm of allemaal koel, zodat het geheel niet modderig wordt. Eén afwijkende kleur als accent maakt een rustige pagina juist levendig.
Dat is het hele geheim van mixed media: laag voor laag, laten drogen, kijken en weer verder. Wat niet bevalt, verdwijnt onder een nieuwe laag gesso.
Vragen over dit onderwerp
Wat is gesso en waarvoor gebruik je het?
Gesso is een grondlaag voor papier, een soort primer. Het papier zuigt minder, verf en pasta hechten beter en kleuren blijven helder.
In welke volgorde werk je met gesso, texture paste en verf?
Plak eerst platte stukken, zet dan een laag gesso en laat die drogen. Daarna volgen texture paste, kleur met acryl of sprays, details en als laatste spetters en tekst.
Op welk papier kun je mixed media maken?
Gebruik stevig papier dat water verdraagt, zoals mixed-mediapapier of aquarelpapier. Gewoon dun papier golft, scheurt of laat los zodra er water op komt.
Wat doe je als een mixed-mediapagina mislukt?
Zet er een laag gesso overheen en begin opnieuw. Wat eronder zat, schemert soms nog door en geeft juist diepte.


