Naar de inhoud
Alle artikelen
Tips · 8 min lezen

Wat schrijf je bij je foto's? Journaling in je scrapbook

Een naam, een datum, één zin of een heel verhaal. Zo bedenk je wat je bij je foto's schrijft en maak je er plek voor op de pagina.

Een hand schrijft met een zwarte pen in een opengeslagen notitieboek op iemands schoot
Foto: Roberto Hund · Pexels

Een foto laat zien hoe het eruitzag. Wat je erbij schrijft, vertelt wie er waren, wat er gebeurde en waarom je dit moment wilde bewaren. Scrappers noemen dat journaling, en voor veel mensen is het het moeilijkste deel van de pagina. Met een paar vaste vragen en wat handige trucs komt er bijna altijd iets op papier.

Wat journaling is en waarom het telt

Journaling is alles wat je in woorden aan een pagina toevoegt: een naam, een datum, een bijschrift van één zin, een lijstje of een heel verhaal. Het mag op een dagboek lijken, maar dat hoeft niet. Samen met de foto's, de titel, de embellishments (de versieringen) en de achtergrond hoort het bij de vaste onderdelen van een pagina.

Wie een album openslaat, kijkt eerst naar de foto's en zoekt daarna naar de woorden. Zonder tekst blijft de kijker raden, en na een paar jaar geldt dat ook voor jou. Veel scrappers kennen het: een pagina die ze pas jaren later maakten, met twee kinderen die zo op elkaar leken dat niemand meer zeker weet wie er op de foto staat. Wat nu vanzelfsprekend voelt, ben je sneller kwijt dan je denkt.

Begin met vijf vragen

Weet je niet waar je moet beginnen, stel jezelf dan de vijf vragen die scrappers overal ter wereld gebruiken. In het Engels heten ze de vijf W's.

  1. Wie staan erop? Schrijf de namen op, ook als het voor jou overduidelijk is.
  2. Wat gebeurde er? Een carnavalspak ziet er zonder uitleg al snel uit als een heel ander verhaal.
  3. Waar was het? Niet elke plek is herkenbaar. Noteer het dorp, het huis of de camping.
  4. Wanneer was het? Een exacte datum is mooi, maar een jaar of seizoen is ook goed. Weet je het niet, schrijf dan iets als 'zomer, ergens begin jaren negentig'. Misschien vult iemand anders het later aan.
  5. Waarom nam je deze foto? Vaak is dat antwoord zelf al het verhaal.

Ben je details vergeten, kijk dan in je agenda of in de berichten die je toen stuurde, of bekijk de datum en plaats van de foto op je telefoon. Sommige scrappers houden daarom elke dag een kort lijstje bij van wat ze deden, zodat ze later iets hebben om op terug te vallen.

Bij oude familiefoto's werkt het anders. Vraag ooms, tantes en grootouders wat ze nog weten, zoek in oude brieven en knipsels, en schrijf ook het kleine detail op dat iemand op een verjaardag vertelde. Schrijf de naam en datum licht met een zacht potlood op de achterkant van afgedrukte foto's, aan de rand, zodat die informatie niet verloren gaat. Pakt potlood niet op een gladde achterkant, schrijf het dan op een kaartje bij de foto.

Als je niet weet wat je moet zeggen

Een leeg vak waar tekst moet komen, kan verlammend werken. Het helpt om het niet als een opstel te zien. Kies een vorm, dan volgen de woorden vaak vanzelf.

  • Eén woord als begin. Schrijf 'vandaag' of 'net nu' op en maak de zin af. Stempels en stickers met een woord of een vraag werken op dezelfde manier: je hoeft alleen nog te antwoorden.
  • Een lijstje. Met streepjes, genummerd of als alfabet, met voor elke letter iets over de persoon of de dag. Zo leg je snel veel vast op weinig ruimte.
  • Een tijdlijn. Dat kan één dag zijn, van ontbijt tot bedtijd, of een reeks jaren, zoals alle eerste schooldagen op een rij.
  • Een gesprek. Schrijf letterlijk op wat er werd gezegd. Vooral de opmerkingen van jonge kinderen ben je anders snel kwijt.
  • Een citaat of liedregel. Laat die op zichzelf staan of gebruik hem als opstapje voor je eigen zinnen.
  • Humor. Wie zich niet plechtig hoeft te voelen, schrijft makkelijker.
  • Geef de pen door. Laat je kind, je partner of je oma iets schrijven. Dan staat er een andere stem op de pagina, en zo'n handschrift wordt later vaak een van de dierbaarste dingen in het boek.

Lukt het nog steeds niet, schrijf dan eerst ongeordend alles op wat in je opkomt, op een kladblaadje. Kies daarna de twee of drie zinnen die het moment het best vangen.

Hoeveel schrijf je, en vanuit wie?

Er is geen regel voor hoeveel je schrijft. Bij een foto van een bos tulpen is een titel met een datum misschien genoeg. Een moment dat je raakte, verdient een alinea. Niet elke pagina heeft veel tekst nodig, en in een album over één reis hoef je niet op elke pagina opnieuw uit te leggen waar je was.

Belangrijker dan de lengte is wat je opschrijft. 'Wij op het strand' vertelt niets wat de foto niet al laat zien. Schrijf liever over wat buiten beeld bleef: wat er vlak voor de foto gebeurde, wat jullie daarna deden, hoe het rook of klonk. Concrete details zeggen meer dan grote woorden. 'Hij sjouwde de hele middag een fles water van anderhalve liter mee' blijft beter hangen dan 'hij was zo schattig'.

Dan het perspectief. Elke vorm heeft zijn eigen sfeer:

  • Ik: je vertelt hoe jij het beleefde. Dat is persoonlijk, en zo sta je zelf ook eens in het boek.
  • Jij: je schrijft aan de persoon op de foto, als een korte brief. Dat werkt mooi in een album voor een kind of als cadeau.
  • Hij of zij: je vertelt het als een verslag. Dat is rustiger en neutraler, en handig in een familiealbum met oude foto's.

Kies per pagina één perspectief en houd dat vast. Wisselen binnen één tekst leest onrustig.

Ruimte maken voor tekst

De meeste scrappers ontwerpen eerst en schrijven als laatste. Dat kan prima, maar soms blijkt er dan te weinig plek te zijn. Weet je al dat er een verhaal bij hoort, schrijf het dan eerst in klad. Dan zie je hoeveel ruimte je nodig hebt en plan je die meteen in de opbouw van je pagina.

Deze plekken werken bijna altijd:

  • Een journalingkaartje naast of onder de foto, gemaakt van cardstock (stevig, effen papier) of een restje designpapier.
  • Een strook onder de foto. Maak het matje, de papieren rand achter je foto, aan de onderkant ongeveer 7 tot 10 mm breder dan aan de zijkanten, zodat er een kort bijschrift op past.
  • Een rustig, leeg stuk van de pagina. Witruimte is ook een goede plek voor woorden.
  • Smalle stroken met een paar woorden, als je geen heel verhaal nodig hebt.

Schrijf het liefst op een los kaartje en plak dat pas vast als het af is. Gaat er iets mis, dan maak je een nieuw kaartje in plaats van een nieuwe pagina. Voor rechte regels trek je dunne lijntjes met potlood en liniaal, die je weggumt als de inkt droog is. Moet je tekst in een vast vak passen, oefen dan eerst op kladpapier, zodat je weet hoeveel erin past.

Typ je liever? Kies dan een goed leesbare letter die niet te klein is, bijvoorbeeld rond de 11 tot 12 punt, en gebruik hooguit twee lettertypes per pagina. Veel scrappers combineren het: de feiten getypt en één zin met de hand. Ook als je je eigen handschrift niet mooi vindt, maakt juist dat de pagina persoonlijk. Gebruik een pen met watervaste inkt en probeer die eerst uit op een restje van hetzelfde papier.

Als je meer wilt vertellen dan er past

  • Kort je tekst in. Schrap wat de foto al laat zien en houd de zinnen over die je echt wilt bewaren.
  • Pas het ontwerp aan. Een foto minder of een kleinere foto geeft ruimte aan het verhaal.
  • Verstop de tekst. In een klein envelopje (C7 of C8 is een handig formaat), achter een flapje of op een kaartje dat je uit een vakje trekt, past een lange tekst. Zet de namen en de datum wel zichtbaar op de pagina zelf.
  • Neem er een pagina bij. Zet de foto's links en het verhaal rechts, zodat ze samen een spread vormen: twee pagina's die bij elkaar horen.
  • Vertel het algemene verhaal één keer. Een openingspagina voor in het album, met waar en wanneer, scheelt herhaling op alle pagina's daarna.

Vragen die altijd werken

Leg dit lijstje naast je werkplek of plak het voor in je boek. Kies er één, beantwoord die eerlijk, en je journaling staat op papier.

  • Waarom pakte ik op dat moment mijn camera?
  • Wat gebeurde er vlak voor of vlak na deze foto?
  • Wat zei iemand, en hoe klonk dat?
  • Wat zie je niet op de foto, maar weet ik nog wel?
  • Wat wil ik dat iemand hierover weet als ik het zelf niet meer kan vertellen?
  • Hoe zag een gewone dag er in deze periode uit?
  • Wat vonden de anderen ervan, in hun eigen woorden?
  • Waar moesten we om lachen?
  • Wat is nu heel gewoon, maar zal later bijzonder lijken? Denk aan de liedjes op de radio, het nieuws van die week of wat er op tafel stond.
  • Wat heb ik hiervan geleerd, of wat ben ik meer gaan waarderen?
  • Wat zou ik over tien jaar graag teruglezen?

De gewone dagen verdienen net zo goed woorden als de grote gebeurtenissen. Een dinsdagochtend aan de ontbijttafel is over twintig jaar vaak precies het verhaal waar je naar zoekt. Begin vandaag bij één pagina met de vijf vragen, en kijk wat er nog meer bovenkomt.

Vragen over dit onderwerp

Wat is journaling in een scrapbook?

Journaling is alles wat je in woorden aan een pagina toevoegt: een naam, een datum, een bijschrift van één zin, een lijstje of een heel verhaal.

Wat schrijf je bij foto's in een album?

Begin met de vijf vragen: wie, wat, waar, wanneer en waarom. Schrijf liever over wat buiten beeld bleef, zoals wat er vlak voor de foto gebeurde of wat iemand zei, dan over wat je al ziet.

Wat doe je als je niet weet wat je moet schrijven?

Kies een vorm: één woord als begin, een lijstje, een tijdlijn, een gesprek of een citaat. Lukt het nog niet, schrijf dan eerst alles op een kladblaadje en kies daarna twee of drie zinnen.

Wat als je tekst niet op de pagina past?

Kort de tekst in, maak een foto kleiner, of verstop de tekst in een envelopje of achter een flapje. Zet namen en datum wel zichtbaar op de pagina. Je kunt ook een pagina erbij nemen.

Verder lezen