Een traveler's notebook gebruiken en inrichten
Een leren omslag, een elastiekje en losse boekjes die je zelf kiest. Zo werkt een traveler's notebook, en zo maak je hem van jou.

Een traveler's notebook ziet er eenvoudig uit: een omslag van leer, een elastiekje langs de rug en een elastiek om hem dicht te houden. Toch is het een van de meest veelzijdige boeken die je kunt hebben. Je kiest zelf welke boekjes erin gaan, je haalt ze eruit als ze vol zijn, en de omslag gaat jaren mee. Hieronder lees je hoe het werkt en hoe je begint.
Wat is een traveler's notebook?
De naam komt van een Japans merk dat zo'n leren omslag met losse boekjes al jarenlang maakt. Inmiddels gebruiken veel mensen het woord voor elk notitieboek dat zo werkt, ook als het van een ander merk komt of zelf gemaakt is.
Het principe is steeds hetzelfde. Aan de binnenkant van de rug loopt een elastiekje van boven naar onder. Daar schuif je een dun boekje onder, precies in het midden. Een tweede elastiek gaat om het hele boek heen en houdt het dicht. Die losse boekjes heten inserts of refills.
Het leer wordt mooier door gebruik. Er komen krasjes, vlekjes en een zachte plooi in, en dat hoort erbij. Veel scrappers vinden juist dat het leukste: je ziet aan de omslag waar je overal mee bent geweest.
Welke formaten zijn er?
Er zijn twee gangbare maten.
- Regular is lang en smal; de boekjes zijn ongeveer 11 x 21 cm. Denk aan een A5 waar aan de zijkant een stuk is afgehaald. Je hebt ruimte om te schrijven en te plakken, en toch past hij in een tas.
- Passport is kleiner, met boekjes van ongeveer 9 x 12,5 cm, zo groot als een paspoort. Hij past in een jaszak of klein tasje en is daardoor fijn om altijd bij je te hebben.
Daarnaast bestaan er kleinere en grotere varianten, en andere merken maken eigen maten, bijvoorbeeld A5 of A6. Let wel op: inserts zijn per maat gemaakt. Een boekje voor regular past niet in een passport-omslag.
Twijfel je, kijk dan naar hoe je schrijft. Wie groot schrijft of veel wil plakken, raakt in een passport snel krap. Een klein boekje ligt ook minder makkelijk plat open, en dat schrijft lastiger. Een regular blijft meestal thuis of in de tas, een passport gaat overal mee. Sommige mensen hebben daarom allebei.
Inserts kiezen en combineren
Er zijn boekjes met lijntjes, ruitjes, stippen of helemaal blanco, en boekjes met kraftpapier, aquarelpapier of dun, licht papier. Daarnaast heb je planners per week of per maand, en handige extra's.
- Een kartonnen map om losse papiertjes, kaartjes en folders in te steken.
- Een insert met een rits voor bonnetjes, postzegels of een paar stickers.
- Een insert met plastic hoesjes of insteekvakjes voor kaartjes.
Wat je combineert, hangt af van wat je ermee wilt. Een paar indelingen die veel scrappers gebruiken:
- Een planner per week plus een blanco boekje als dagboek.
- Een maandplanner, een boekje voor losse aantekeningen en een map voor papiertjes.
- Een blanco boekje om in te plakken, met een ritsinsert vol stickers en tape erachter.
Gebruik je wat lijm, waterverf of stempels, kies dan wat dikker papier. Dun papier is licht en lekker voor schrijven, maar gaat golven als je er veel op plakt of nat op werkt.
Inserts kun je ook zelf maken. Vouw een stapeltje papier dubbel, leg er een vel van wat steviger papier omheen en zet het met nietjes vast of naai het in de vouw. Met tien tot twintig vellen blijft zo'n boekje lekker dun. Gekochte boekjes zijn meestal wat dikker.
Waarvoor gebruik je hem: reis, dagboek, planner?
Het merk draait om reizen, en daar is hij ook ideaal voor. Onderweg steek je kaartjes, folders en bonnetjes achterin, en 's avonds plak je ze in en schrijf je er een paar regels bij. Thuis kun je er later foto's bij zetten.
Maar je hoeft niet te reizen om hem te gebruiken. Mensen houden er een dagboek in bij, een leeslog, een lijst met films die ze zagen, een planner of een boekje vol verpakkingen en stickers van dingen die ze aten en dronken. Ook een dag in de stad of een bezoek aan een museum is een kleine reis.
Een handige regel: geef elk boekje één taak. Dan hoef je niet te zoeken en weet je bij elk boekje waar je het voor pakt. Een planner en een dagboek zijn twee verschillende dingen. Wie al plant, kan het dagboek heel klein houden, of alleen schrijven op dagen dat er echt iets te vertellen is.
Elastiekjes en dikte: hoeveel past erin?
Standaard zit er één elastiekje in de rug, en dus past er één boekje in. Meer boekjes kan ook. Daarvoor heb je losse verbindingselastiekjes: een kort elastiek met twee lussen waarmee je twee boekjes aan elkaar vastmaakt. Je kunt ook extra elastiek door de gaatjes in de rug rijgen, zodat er meer boekjes los naast elkaar komen te zitten.
Dan de dikte. Drie à vier gewone boekjes gaan meestal prima. Daarboven wordt hij dik, zwaar en sluit het elastiek slecht. Plak je veel in, dan groeit één boekje vanzelf al flink. Houd daar rekening mee en begin liever met minder boekjes.
Twee trucs voor een dik boek:
- Zet het boekje dat je het vaakst gebruikt vooraan. Dan sla je het meteen open en hoef je niet langs de andere te bladeren.
- Haal er voor een dag alleen uit wat je nodig hebt. Je kunt een boekje ook gewoon los meenemen.
Ligt een pagina niet plat terwijl je schrijft? Houd hem vast met je hand of zet er een klemmetje op. Zit de knoop van het sluitelastiek in de weg, dan kun je hem verplaatsen of het elastiek vervangen.
Wat schrijf je in een nieuw boekje?
Een nieuw boekje voelt soms te mooi om te beginnen. Wat helpt, is niet op de eerste pagina beginnen met iets moois, maar met iets praktisch.
- Je naam en een telefoonnummer of e-mailadres, voor als je hem kwijtraakt.
- De begindatum en waarvoor dit boekje is.
- Een lijstje: wat je wilt bijhouden, waar je naartoe gaat of wat je wilt onthouden.
Daarna kun je gewoon beginnen met vandaag. Schrijf drie regels over wat je deed, plak er een kaartje of verpakking bij en klaar. Plakken is een fijne manier om te starten als je niet weet wat je moet schrijven, en je hoeft er niet voor te kunnen tekenen. Folders, flyers en kaartjes zijn al mooi ontworpen; een stukje uitknippen en inplakken geeft meteen een pagina die je herkent.
Vergelijk je eigen boek niet met de afgewerkte pagina's die je online ziet. Daar zie je het mooiste, niet de dagen met drie haastige regels. Het boekje is voor jou later, niet voor iemand anders.
Afgemaakte inserts bewaren
Een vol boekje haal je onder het elastiek vandaan en vervang je door een nieuw. De omslag blijft, de boekjes groeien uit tot een eigen plankje.
Zo blijven ze bij elkaar:
- Schrijf op de voorkant of rug de begin- en einddatum en het onderwerp. Over een jaar weet je anders niet meer welk boekje wat was.
- Zet ze rechtop in een doos, een tijdschriftencassette of een speciale houder. Zo staan ze naast elkaar als boeken op een plank.
- Zijn ze dik van het plakwerk, bind ze dan met een lintje of elastiek dicht, dan buigt het boekje niet open.
- Kies een droge plek, uit de zon.
Sommige soorten plakband en tapelijm verkleuren na een paar jaar, en dat zie je terug in oude boekjes. Een lijmstift of dubbelzijdig plakband dat voor papier bedoeld is, blijft netter. Kies voor foto's een zuurvrij, fotoveilig plakmiddel. Volle boekjes zijn ook mooi om te scannen, zodat je ze kunt doorbladeren zonder het echte boekje telkens te openen.
Vragen over dit onderwerp
Wat is een traveler's notebook?
Een traveler's notebook is een omslag, meestal van leer, met een elastiek langs de rug waaronder je losse boekjes schuift. Een tweede elastiek houdt het geheel dicht. Volle boekjes vervang je door nieuwe.
Welke maten heeft een traveler's notebook?
De twee gangbare maten zijn regular, met boekjes van ongeveer 11 x 21 cm, en passport, met boekjes van ongeveer 9 x 12,5 cm. Inserts zijn per maat gemaakt en passen dus niet in een omslag van een andere maat.
Hoeveel boekjes passen er in een traveler's notebook?
Met extra elastiekjes passen er meer boekjes in, maar drie à vier is voor de meeste mensen genoeg. Daarboven wordt het boek dik en zwaar en sluit het elastiek slecht.
Wat kun je in een traveler's notebook doen?
Je kunt er een reisdagboek, planner, leeslog of plakboekje in bijhouden. Een handige regel is om elk boekje één taak te geven, zodat je weet waar je wat opschrijft.


