Welke stempelinkt kies je? Dye, pigment en distress uitgelegd
Je afdruk verdwijnt op zwart karton of loopt uit bij aquarel? Meestal ligt het aan de inkt. Zo kies je de juiste soort voor je techniek en je papier.

Een stempelkussen lijkt simpel: stempel erin, op het papier, klaar. Tot je afdruk op zwart karton verdwijnt, je lijnen uitlopen zodra je met aquarel inkleurt, of een stempel op glanzend papier na een uur nog steeds nat is. Bijna altijd ligt dat aan de soort inkt. Als je weet hoe de grote families werken, kies je veel gerichter en koop je minder voor niks.
Dye-inkt en pigmentinkt
Dye-inkt bevat opgeloste kleurstof, meestal op waterbasis. De inkt trekt in het papier, droogt binnen een paar seconden en geeft scherpe, fijne lijnen. De kleur is transparant: stempel je twee kleuren over elkaar, dan mengen ze. Op donker papier zie je er bijna niets van, en in fel licht verbleken de kleuren vaak sneller dan bij pigment.
Pigmentinkt bevat kleine kleurdeeltjes die bovenop het papier blijven liggen. Hij is dikker, dekt beter en blijft zichtbaar op zwart of donkerblauw karton. Hij droogt wel langzaam. Op gewoon cardstock (stevig, ongecoat karton) duurt dat even, op gecoat of glanzend papier droogt hij soms helemaal niet zonder hitte. Die trage droging is juist handig als je wilt embossen.
Er bestaan ook tussenvormen. Sneldrogende pigmentinkt, zoals VersaFine, combineert scherp detail met dekking. Hybride inkt zit qua eigenschappen tussen dye en pigment in. Als vuistregel:
- fijne lijnen en snel doorwerken op wit of licht papier: dye
- donker papier, dekkend wit en embossen: pigment
- plastic, foto's, metaal of glas: solventinkt, daarover verderop meer
Distress ink en distress oxide
Distress ink is een dye-inkt uit de lijn van ontwerper Tim Holtz, gemaakt om mee te mengen en papier oud te laten lijken. Hij reageert op water en loopt mooi in elkaar over. Daarom gebruiken scrappers hem voor zachte kleurverlopen, achtergronden en randjes die je inkleurt met een spons of een blendingtool, een handvat met een rond schuimpje. Voor scherpe stempelafdrukken is hij minder geschikt, en op donker papier verdwijnt hij.
Omdat hij op water reageert, kun je er veel mee spelen. Tik het kussen op een anti-aanbakmat, spray er wat water op en haal je papier door het plasje. Of spat druppels water op een gekleurde tag en laat ze drogen, dan ontstaan lichtere vlekken. Maak elke laag droog met een embossingföhn voordat je verdergaat. Werk je over geprinte plaatjes, print die dan met een laserprinter, want inkjetinkt loopt uit zodra hij nat wordt.
Distress oxide combineert dye en pigment. De inkt ligt meer op het papier, droogt mat en wat krijtachtig, en laat zich makkelijker zonder strepen mengen. Met water erbij krijg je een vlekkerig, geoxideerd effect: hoe meer water, hoe sterker. Door het pigment blijft oxide meestal beter zichtbaar op donker karton en geeft hij een egalere stempelafdruk, al verschilt de dekking per kleur. Je kunt beide soorten gewoon combineren.
Twee trucs voor oxide:
- Wil je een zacht, poederig verloop, veeg dan eerst wat inkt van je spons af op je mat voordat je op het papier begint.
- Nieuwe clear stamps (doorzichtige stempels van fotopolymeer) stoten oxide soms af, waardoor je alleen stipjes krijgt. Helpt wassen niet, stempel dan eerst in een lichte pigmentinkt, veeg die grotendeels af en stempel daarna in de oxide. Het dunne laagje pigment geeft houvast.
Kies distress ink als je van vintage, waterspelletjes en transparante lagen houdt. Kies oxide voor zachte, dekkende achtergronden en voor kraft of donker papier. Beide soorten kun je bijvullen met een flesje navulinkt, een reinker.
Waterproof inkt om in te kleuren
Wil je een stempelafdruk inkleuren, dan moet de lijn tegen je kleurmiddel bestand zijn. Kleur je met aquarel, aquarelpotlood of een waterpenseel (een penseel met water in de steel), gebruik dan een permanente, waterbestendige inkt, zoals Archival Ink of een hybride zwart. Laat de afdruk goed drogen voordat je met water begint, anders lopen de lijnen alsnog uit.
Bij alcoholmarkers ligt het anders, want die kunnen sommige inkten juist oplossen. Een dye-inkt die niet op alcohol reageert, zoals Memento, is daar een veelgebruikte keuze. Ook met sommige waterbestendige inkten gaat het mis als je met een alcoholmarker direct over verse lijnen kleurt. Kijk op de verpakking of de inkt geschikt is voor alcoholmarkers en maak altijd eerst een proefje op een restje papier.
Stempel je in een album naast foto's, kies dan inkt die als zuurvrij en archival wordt verkocht. Dat geldt voor teksten en lijntekeningen net zo goed als voor achtergronden.
Donker, glanzend of kraftpapier
Op donker papier verdwijnt dye-inkt. Neem een wit of lichtgekleurd pigmentkussen, oxide, of emboss met wit of goud poeder. Een mooie truc op zwart: stempel met een kleurloos embossingkussen, emboss met doorzichtig poeder en kleur het motief daarna in met een wit aquarelpotlood. De embossinglijn houdt de kleur netjes binnen de vormen.
Glanzend papier, foto's, acetaat en vellum (doorschijnend papier) nemen geen inkt op. Dye parelt of veegt uit, pigment blijft nat tenzij je het meteen embost. Daarvoor is solventinkt, zoals StazOn. Die droogt snel en blijft permanent op bijna elk oppervlak, van plastic en metaal tot glas en leer. Hij ruikt wel, kleurt je vingers en vraagt een eigen stempelreiniger. Op stof is hij niet bedoeld.
Kraftpapier is bruin, en dat dempt transparante kleuren. Lichte dye-inkt wordt dof of verdwijnt bijna. Zwart en donkerbruin staan er juist scherp op, en dekkende inkt zoals wit pigment of oxide geeft meer kleur. Distress ink op kraft geeft een subtiel toon-op-toon effect, wat in een vintage boek prachtig kan zijn.
Inkt voor embossen
Voor warm embossen heb je inkt nodig die lang nat en plakkerig blijft, zodat het poeder blijft hangen. VersaMark is een bijna kleurloze, trage inkt die daar speciaal voor bedoeld is. Zonder poeder geeft hij op gekleurd karton een subtiel watermerk, net een tintje donkerder dan het papier. Ook gewone pigmentinkt werkt voor embossing.
Strooi het poeder meteen na het stempelen, tik het overschot eraf en verwarm tot het smelt en glanst. Met een embossingstift, een pen met plakkerige embossinginkt, kun je ook maar een klein deel van een ingekleurd plaatje met doorzichtig poeder bedekken, zodat de kleur eronder gaat glanzen. Over de technieken zelf staat meer in het artikel over embossen.
Stempelen op stof
Op een katoenen tasje, een stoffen label of een stukje linnen voor op je pagina werkt gewone papierinkt slecht, en na een wasbeurt is hij weg. Gebruik een textielinkt die uitdrukkelijk voor stof bedoeld is, zoals VersaCraft. Zo pak je het aan:
- Was en strijk de stof eerst, zodat appretuur en kreukels weg zijn.
- Kies een gladde stof zoals katoen. Grof, dik canvas geeft een minder scherpe afdruk.
- Test op een restje voordat je aan het echte werk begint.
- Laat de afdruk helemaal drogen.
- Fixeer met een strijkijzer, met een doek ertussen. Volg daarbij de aanwijzingen op het kussen.
Een stof die nooit gewassen wordt, zoals een lintje in je boek, kun je ook kleuren met distress ink. Maak het lint vochtig, tik inkt op een anti-aanbakmat, spray er water op en haal het lint erdoorheen. Natuurlijke vezels nemen de kleur goed op, maar die kan weer uitlopen als het lint later nat wordt.
Je eerste stempelkussens
Je hebt geen complete kleurenreeks nodig. Met een klein setje dat bij elkaar past, kom je heel ver:
- Een zwart, waterbestendig kussen voor teksten en lijntekeningen die je wilt inkleuren.
- Een donkerbruin kussen, of een distress-tint zoals Vintage Photo, voor randjes en een verweerde look.
- Een kleurloos embossingkussen, als je wilt embossen of toon op toon wilt stempelen.
- Een wit pigmentkussen, als je vaak op donker papier of kraft werkt.
Vul dat aan met twee tot vier kleuren die passen bij het papier dat je al hebt. Minikussentjes zijn handig om een kleur eerst uit te proberen en nemen weinig ruimte in, al zijn ze voor grote vlakken onhandig. Gebruik je een kleur veel, koop dan de navulinkt erbij.
Sluit je kussens na gebruik, dan drogen ze niet uit. Stempel met een schone stempel, zodat je geen andere kleur in het kussen brengt. Tik de stempel licht op het kussen in plaats van hard te drukken, zet hem recht neer en til hem recht op. Wordt je afdruk vaal terwijl je stempel schoon is, dan is het tijd om bij te vullen.
Vragen over dit onderwerp
Wat is het verschil tussen dye-inkt en pigmentinkt?
Dye-inkt trekt in het papier, droogt snel en geeft fijne lijnen, maar valt weg op donker papier. Pigmentinkt blijft bovenop liggen, dekt beter en droogt langzamer, wat handig is op donker papier en bij embossen.
Welke stempelinkt gebruik je om in te kleuren met aquarel?
Gebruik een permanente, waterbestendige inkt en laat de afdruk goed drogen voordat je met water begint. Bij alcoholmarkers kies je een inkt die daar niet op reageert, en test je eerst op een restje papier.
Welke stempelinkt werkt op zwart of donker papier?
Dye-inkt verdwijnt op donker papier. Gebruik een wit of licht pigmentkussen, distress oxide, of emboss met wit of goud poeder.
Wat is het verschil tussen distress ink en distress oxide?
Distress ink is een dye-inkt voor zachte kleurverlopen en vintage randjes. Distress oxide combineert dye en pigment, droogt mat en dekt meer, waardoor het beter zichtbaar blijft op donker karton.


