Stempelen voor beginners: zo krijg je een scherpe afdruk
Te licht, vlekkerig of net scheef: de eerste afdrukken vallen vaak tegen. Met de juiste stempel, een acrylblok en een paar gewoontes wordt elke afdruk scherp.

Een stempel lijkt het eenvoudigste gereedschap op je tafel: inkt erop, drukken, klaar. Toch is de eerste afdruk vaak te licht, vlekkerig of net een beetje scheef. Dat ligt zelden aan jou. Met de juiste stempel, een acrylblok en een paar vaste gewoontes wordt je afdruk scherp en gelijkmatig.
Clear stamps, rubber en hout
Er zijn grofweg drie soorten stempels, en elke soort vraagt een iets andere aanpak.
Clear stamps zijn doorzichtige, buigzame stempels van siliconen of fotopolymeer. Ze hechten vanzelf aan een glad acrylblok en je ziet precies waar het motief terechtkomt. Meestal zitten er meerdere stempels op één vel, en na gebruik plak je ze daar weer op terug. Ze zijn vaak goedkoper dan andere stempels, en een stukje dat je niet wilt, knip je er gewoon af.
Rubberen stempels zijn harder en zwaarder. Je komt ze in drie vormen tegen:
- Cling stamps: rubber met een klevende foamlaag aan de achterkant, zodat je ze op een acrylblok kunt gebruiken.
- Unmounted rubber: los rubber zonder achterkant. Dit is de goedkoopste vorm, maar je moet de stempels zelf bijknippen en vastzetten, bijvoorbeeld met tape op een acrylblok. Reken bij een volle bestelling op flink wat knipwerk.
- Rubber op hout: zie hieronder.
Houten stempels zijn rubberen stempels die vast op een houten blok zitten. Ze liggen stevig in de hand en gaan lang mee. Het nadeel is dat ze duurder zijn, veel ruimte innemen en dat je niet ziet waar je stempelt. Kijk naar de afdruk van het motief op de bovenkant als die er is, en draai het blok zo dat die afdruk recht staat.
Daarnaast bestaan er foamstempels: sponsachtige stempels voor grovere motieven, die je ook met acrylverf kunt gebruiken.
Waarom je een acrylblok gebruikt
Een acrylblok is een doorzichtig blok van kunststof waar clear stamps en cling stamps op vastplakken. Het grootste voordeel is dat je erdoorheen kijkt en dus precies ziet waar je het motief neerzet. Dat helpt vooral bij tekst, randen en motieven die je over elkaar stempelt.
Met één blok gebruik je tientallen stempels, dus het scheelt ruimte op je plank. Veel blokken hebben rasterlijnen. Leg je stempel langs zo'n lijn, dan staat hij meteen recht.
Kies een blok dat net iets groter is dan je stempel. Op een te groot blok druk je snel ongelijk, en de randen kunnen hinderen. Een klein vierkant blok en een langwerpig blok voor tekst zijn voor het begin genoeg.
De hechting komt overigens van de stempel, niet van het blok. Blijft een stempel niet goed zitten, dan zit er meestal stof, pluis of oude inkt op. Was stempel en blok met lauw water en een beetje afwasmiddel. Een stempel die al veel gebruikt is, plakt vaak weer even beter als je hem licht vochtig maakt. Bewaar je blokken niet los tussen scherpe spullen, want krassen maken de hechting slechter.
Wat je verder op tafel legt
- Een vlakke werkmat of snijmat, zodat je een egale ondergrond hebt en je tafel schoon blijft.
- Glad papier voor fijne details. Papier met structuur, zoals aquarelpapier, geeft een ruwere afdruk. Stevig cardstock (dik, stevig papier) golft minder en laat de inkt minder uitlopen.
- Eén zwart stempelkussen dat geschikt is voor fijne lijnen. Over de verschillen tussen inktsoorten lees je meer in ons artikel over stempelinkt.
- Een vel kladpapier voor proefafdrukken.
Zo maak je een scherpe afdruk
- Zet de stempel schoon en droog op het acrylblok, recht langs een rasterlijn.
- Breng de inkt aan met een paar lichte tikjes op het kussen. Druk de stempel er niet hard in, want dan loopt de inkt in de open delen van het motief. Bij een grote stempel draai je het om: leg de stempel met het motief naar boven en tik het kussen erop.
- Houd de stempel even schuin tegen het licht. Glanst het hele motief, dan zit de inkt overal.
- Zet de stempel recht naar beneden op het papier. Niet eerst één kant en dan de andere.
- Druk stevig en gelijkmatig met beide handen over het hele blok. Niet schuiven, niet wiebelen. Te hard drukken is ook niet goed: de stempel vervormt en de randen gaan meedrukken.
- Til de stempel recht omhoog.
- Laat de inkt drogen voordat je er met je hand of een liniaal overheen gaat.
Maak altijd eerst een proefafdruk op kladpapier, zeker met een nieuwe stempel of een ander soort papier.
Waarom een afdruk vlekkerig of onvolledig wordt
Bijna elke mislukte afdruk is terug te voeren op een paar oorzaken.
- Te licht of vlekkerig: er zit te weinig inkt op de stempel, het kussen is uitgedroogd of je hebt de inkt ongelijk aangebracht. Tik vaker en lichter, en vervang een kussen dat geen kleur meer afgeeft.
- Witte plekken in grote vlakken: je werkt op een te harde ondergrond, of het papier heeft te veel structuur. Een dun schuimrubber matje of een paar vellen papier onder je werk helpen vaak. Je kunt ook een tweede keer stempelen met een stempelhulp.
- Dikke, uitgelopen lijnen: te veel inkt, te hard gedrukt, of papier dat de inkt opzuigt. Gebruik minder inkt en gladder papier.
- Dubbele randen of een schaduw: de stempel is geschoven of je hebt gewiebeld. Zet hem recht neer en til hem recht op.
- Er drukt een rand mee: de rand van de stempel of van het foam heeft inkt gekregen. Tik voorzichtiger en knip clear stamps strak langs het motief bij.
- Inkt parelt op de stempel: dat zie je vooral bij nieuwe clear stamps. Was de stempel eerst met lauw water en afwasmiddel en laat hem goed drogen.
- Net scheef: lijn je stempel uit op het raster van het blok, of gebruik een stempelhulp.
Een stempel met een vrolijk motief mag best een keer iets te zwaar uitvallen. Op een pagina valt dat minder op dan je denkt.
Recht en op dezelfde plek met een stempelhulp
Een stempelhulp is een soort klapmap met een scharnier. Je legt het papier in een hoek en zet het vast, vaak met magneten. De stempel leg je met het motief naar beneden op het papier. Klap de klep dicht, dan plakt de stempel aan de binnenkant vast. Daarna open je de klep, breng je inkt aan en klap je hem weer dicht.
Zo landt de stempel elke keer precies op dezelfde plek. Dat heeft een paar grote voordelen:
- Is je afdruk niet helemaal vol, dan breng je opnieuw inkt aan en stempel je gewoon nog een keer.
- Je kunt lagenstempels gebruiken: sets waarbij je een motief in meerdere kleuren over elkaar stempelt.
- Maak je een stapel kaarten of uitnodigingen, dan gaat het een stuk sneller.
- De druk verdeelt zich over het hele motief, wat een scherpe afdruk geeft.
Er zijn verschillende maten, ook grotere voor pagina's van 30,5 x 30,5 cm (12 x 12 inch). Let erop dat niet elk model met rubberen stempels werkt. Sommige zijn alleen voor clear stamps, bij andere moet je het meegeleverde foammatje weghalen voor rubber.
Heb je (nog) geen stempelhulp, dan kom je ook ver met de rasterlijnen op je blok, een lichte potloodlijn die je later uitgumt, of een liniaal die je als geleider tegen het blok legt.
Welke stempels koop je als eerste
Het is verleidelijk om alles te kopen wat er leuk uitziet. Begin liever met een paar sets die je op bijna elke pagina gebruikt.
- Clear stamps: ze zijn betaalbaar, je ziet wat je doet en je hebt maar een paar blokken nodig.
- Een set korte teksten, zoals datums, woorden als "zomer" of "samen" en kleine zinnetjes. Die passen op veel pagina's.
- Een alfabetset voor korte woorden en accenten.
- Een handvol kleine motieven, zoals bloemetjes, sterretjes, pijltjes en stipjes, om een hoekje of een stukje journaling op te vrolijken.
- Een datumstempel als je ook een planner of journal bijhoudt.
Kies voor het begin motieven met duidelijke lijnen en kleine vlakken. Grote dichte vlakken en heel fijne details zijn lastiger om gelijkmatig te krijgen. Een achtergrondstempel of herhalend patroon komt later wel. En kies wat bij je eigen pagina's past, niet wat toevallig in de aanbieding is.
Na het stempelen
Maak je stempel direct schoon, voordat de inkt opdroogt. Stempel eerst een paar keer op kladpapier tot er bijna niets meer afkomt en veeg hem daarna af met een vochtig doekje. Gebruik geen keukenpapier, want dat laat pluisjes achter. Een clear stamp die wat kleur aanneemt, is gewoon gebruikt, niet kapot.
Bewaar clear stamps op hun vel, uit de zon en weg van warmte. Over schoonmaken en opbergen lees je meer in ons artikel over stempels schoonmaken en bewaren.
Vragen over dit onderwerp
Welke stempels zijn het beste voor beginners?
Clear stamps zijn het makkelijkst, omdat je door het acrylblok ziet waar je stempelt. Ze zijn vaak betaalbaar en je hebt maar een paar blokken nodig.
Hoe krijg je een scherpe stempelafdruk?
Tik de inkt in een paar lichte tikjes op de stempel, zet hem recht neer en druk gelijkmatig zonder te schuiven. Til hem daarna recht omhoog en maak eerst een proefafdruk op kladpapier.
Waarom wordt mijn stempelafdruk vlekkerig of onvolledig?
Meestal zit er te veel of te weinig inkt op de stempel, werk je op een te harde ondergrond of heeft het papier te veel structuur. Een dun schuimrubber matje of een paar vellen papier onder je werk helpen vaak.
Wat is een stempelhulp en heb je die nodig?
Een stempelhulp is een soort klapmap met een scharnier waarmee je steeds op precies dezelfde plek stempelt, zodat je een zwakke afdruk kunt overdoen. Je hebt hem niet per se nodig: de rasterlijnen op je acrylblok helpen ook.


