Zelf kaarten maken met je scrapmateriaal
Met je restjes designpapier maak je zo een kaart. Dit is de basis: het juiste karton, een maat die in de envelop past, een scherpe vouw en een rustige opbouw.

Wie scrapt, heeft alles al in huis om kaarten te maken: restjes designpapier, stickers en een paar uitgestanste vormen die over waren van een pagina. Een kaart is ook een fijne plek om te oefenen, want op een klein formaat zie je snel wat werkt. Of een kaart er verzorgd uitziet, hangt vooral af van de basis: stevig karton, een maat die in een envelop past en een scherpe vouw.
Stevig karton voor de basis
De kaartbasis is het gevouwen stuk karton waar alles op komt. Die moet rechtop blijven staan, ook als er een paar lagen op geplakt zijn. Daarvoor gebruik je cardstock, stevig en effen kaartkarton.
- Als vuistregel is zo'n 220 g/m² genoeg voor een eenvoudige, platte kaart.
- Komen er meerdere lagen of zware versieringen op, kies dan 250 tot 300 g/m². Dunner karton buigt door of valt om.
- Wit, crème en kraft (bruin karton dat er ongebleekt uitziet) zijn de handigste kleuren om mee te beginnen. Op glad wit karton wordt een stempelafdruk het mooist.
Designpapier, het bedrukte papier uit je scrapblokken, is te dun om er een losse kaart van te maken. Plak het als laag op karton. Hetzelfde geldt voor tweekleurig karton met een witte kern. Daar kun je mooi randen van scheuren, maar voor een basis is het meestal te slap.
Formaten en de envelop die erbij past
Begin bij de envelop. Een kaart die net niet past, is zonde van al het werk, dus kies je formaat voordat je gaat versieren. Dit zijn de gangbare maten:
- Een stuk karton van 14,5 x 21 cm, gerild op 10,5 cm. Gevouwen meet de kaart 10,5 x 14,5 cm en die past in een C6-envelop (11,4 x 16,2 cm). Uit een vel A4 haal je er twee.
- Een A6-kaart: een half A4'tje (14,8 x 21 cm), gevouwen tot 10,5 x 14,8 cm. Die past ook in een C6-envelop.
- Een A5-kaart van 14,8 x 21 cm gaat in een C5-envelop (16,2 x 22,9 cm).
- Een slimline-kaart: 21 x 18 cm, gerild op 9 cm, gevouwen 9 x 21 cm. Smal en sierlijk. Hij past in een DL-envelop (11 x 22 cm).
- Een vierkante kaart, bijvoorbeeld 15 x 15 cm, met een vierkante envelop die iets ruimer is.
Een staande kaart heeft de vouw aan de zijkant, een liggende kaart aan de bovenkant, zoals een tentje. Volg je een Amerikaanse uitleg, dan is de basis vaak 4¼ x 5½ inch (10,8 x 14 cm). Ook die maat past in een C6-envelop, dus omrekenen hoeft niet.
Rillen en vouwen
Rillen betekent dat je een ondiepe groef in het karton drukt op de plek waar de vouw moet komen. De vezels worden daar zwakker, zodat het karton netjes knikt in plaats van te barsten. Bij stevig karton is rillen eigenlijk altijd nodig.
Je kunt rillen met:
- een papiersnijder met een rilmesje, zodat je snijden en rillen met één apparaat doet
- een rilplank met een vouwbeen
- een liniaal en iets stomps, zoals een lege balpen, een opengebogen paperclip of een klein haaknaaldje
Een paar dingen die helpen:
- Leg de liniaal precies op de maat en druk stevig, maar niet zo hard dat je door het karton gaat.
- Vouw langs de groef en strijk de vouw plat met een vouwbeen. Leg er een velletje papier tussen, dan krijg je geen glimmende strepen op donker karton.
- Karton heeft een looprichting: de vezels liggen grotendeels in één richting. Een vouw die met de looprichting meeloopt, wordt het gladst. Breekt een vouw rafelig, snijd de volgende basis dan in de andere richting uit het vel.
- Probeer een nieuwe papiersnijder of een nieuw pak karton eerst uit op een restje. Wordt de snede rafelig, dan is het mesje bot en kun je het vervangen.
Een eenvoudige opbouw in vier lagen
Een kaart is eigenlijk een kleine pagina. Met deze vier lagen kom je bijna altijd uit:
- Basis. De gevouwen kaart in wit, crème, kraft of een kleur.
- Matje. Een laag designpapier of gekleurd karton die iets kleiner is dan de voorkant, zodat er rondom een smalle rand van de basis te zien blijft. Bij een kaart van 10,5 x 14,5 cm is 9,5 x 13,5 cm een goede maat, met een halve centimeter rand aan elke kant. Je kunt er een tweede, nog iets kleiner matje op leggen.
- Motief. Het ene ding waar het oog op valt: een gestempelde of uitgestanste bloem, een plaatje uit je scrapblok, een label of een kleine foto. Zet het niet automatisch in het midden. Iets hoger of iets naar links oogt vaak natuurlijker.
- Tekst. Een wens, gestempeld, als sticker of met de hand geschreven op een strookje karton. Leg die dicht bij het motief, zodat ze bij elkaar horen.
Met vloeibare lijm heb je even de tijd om een laag recht te schuiven, dubbelzijdig tape werkt sneller. Met 3D-foamtape, dikke schuimtape, til je een laag op en krijg je diepte. Plak die net binnen de randen, zodat je hem van opzij niet ziet.
Is de basis donker, plak dan binnenin een licht vel waar je op kunt schrijven. Twee of drie gemeende zinnen zeggen meer dan een lange, algemene tekst.
Rustig en strak, of juist met lagen
Clean and simple, vaak afgekort tot CAS, is een stijl met veel witruimte: een witte basis, één motief, een korte tekst en verder niets. Het oogt rustig en strak, maar vraagt precisie. Een scheve vouw of een lijmvlek valt meteen op.
Een kaart met lagen werkt met meerdere matjes, verschillende papieren, foamtape en embellishments: versieringen zoals knoopjes, pareltjes, lint of uitgestanste blaadjes. Voor scrappers voelt dat vaak vertrouwd, en het is een goede manier om restjes op te maken. Stroken van gelijke breedte geven een rustige achtergrond, en uitgestanste vormen die over zijn van een pagina krijgen zo alsnog een plek.
Beide stijlen werken, zolang er één duidelijk middelpunt is. Kaarten gaan vooral mis door te veel kleuren, te veel versiering of papieren die niet bij elkaar passen. Een paar houvasten:
- Kies twee of drie kleuren en houd je daaraan.
- Werk uit één papiercollectie, eventueel dezelfde als die van je laatste pagina. Dan passen kaart en album bij elkaar.
- Laat ergens ruimte open, ook op een kaart met lagen.
- Voeg geen versiering toe alleen omdat je die toevallig hebt liggen.
Houd de binnenkant en de delen die tegen elkaar vouwen zo plat mogelijk. Anders sluit de kaart niet goed, en bij bijzondere vouwmodellen blijft hij dan haken.
Een dikke kaart veilig versturen
Foamtape, knoopjes en shakerkaarten, kaarten met een venstertje vol pailletten die heen en weer schuiven, maken een kaart dik. Dat is mooi als je hem in je hand hebt, maar onderweg kan een sorteermachine uitstekende delen platdrukken of lostrekken.
- Plak alles goed vast. Houd de kaart ondersteboven en schud even: wat loszit, plak je opnieuw.
- Houd versieringen een stukje van de randen, daar krijgt een kaart het meest te verduren.
- Controleer bij een shakerkaart of het venster rondom dicht is, zodat er geen pailletten uit lekken.
- Stop de kaart in een cellofaan zakje of vouw er een vel papier omheen, zodat glitter en lijmresten niet aan de envelop blijven plakken.
- Leg aan beide kanten een stuk stevig karton, of kies een envelop met luchtkussens of een plat doosje.
- Neem een envelop die ruim genoeg is, zodat de kaart niet klem zit.
Een dikke envelop past soms niet door de brievenbus of kost meer porto. Kijk bij twijfel naar de actuele regels van de post, of laat hem wegen en meten bij een postpunt voordat je hem op de bus doet. Is een kaart heel kwetsbaar, dan kun je hem het beste zelf afgeven.
Een stapeltje op voorraad
Heb je de basis eenmaal onder de knie, snijd en ril dan een paar kaarten tegelijk en plak er alvast een matje op. Als er een verjaardag op de kalender staat, hoef je alleen nog een motief en een wens toe te voegen. Zo maak je in een kwartier een kaart die er met aandacht uitziet.
Vragen over dit onderwerp
Welk karton gebruik je voor een zelfgemaakte kaart?
Gebruik cardstock voor de basis. Als vuistregel is zo'n 220 g/m² genoeg voor een eenvoudige kaart; voor meerdere lagen of zware versiering kies je 250 tot 300 g/m². Designpapier is te dun voor een basis, plak het als laag op karton.
Welke maat kaart past in een C6-envelop?
Een kaart van 10,5 x 14,5 cm, of een A6-kaart van 10,5 x 14,8 cm, past in een C6-envelop van 11,4 x 16,2 cm. Een A5-kaart van 14,8 x 21 cm past in een C5-envelop.
Waarom moet je karton rillen voordat je het vouwt?
Rillen drukt een ondiepe groef in het karton, waardoor de vezels zwakker worden en het netjes knikt in plaats van te barsten. Bij stevig karton is rillen eigenlijk altijd nodig.
Hoe verstuur je een dikke kaart met foamtape of pailletten?
Plak alles goed vast, houd versieringen een stukje van de randen en stop de kaart in een cellofaan zakje. Gebruik een ruime, stevige envelop en kijk bij twijfel naar de actuele regels van de post.


