Een scrapbook of journal zelf binden
Ringen, een naaisteek door de vouw of een Japanse binding: zo bind je je eigen album of journal, met ruimte in de rug voor dikke pagina's.

Een kant-en-klaar album past nooit helemaal. Het formaat klopt niet of de rug is te smal voor alles wat je erin wilt plakken. Zelf binden lost dat op, en het is minder moeilijk dan het lijkt. Met een naald, wat garen en een paar stukken karton kom je al een heel eind.
Eerst de vraag die alles bepaalt: hoe dik wordt het
Een leeg boek en een vol scrapbook zijn twee verschillende dingen. Foto's, kaartjes, envelopjes en embellishments (versieringen zoals knopen, stickers en bloemetjes) maken elke pagina dikker, maar alleen aan de voorkant van het blad. De rug blijft even dun. Het gevolg is een boek dat als een waaier openvalt en niet meer dicht wil.
Daarom zitten in gekochte albums brede ruggen of losse strookjes tussen de bladen. Wie zelf bindt, moet die ruimte ook inbouwen. Bedenk dus vooraf: wordt dit een journal waarin je vooral schrijft, of een album dat vol foto's en lagen komt? Het antwoord bepaalt welke binding je kiest.
Ringen: de makkelijkste start
Binderringen zijn metalen ringen die je openklikt. Je ponst twee of drie gaten in elk blad en in de omslag, en klaar. Het grote voordeel is dat je altijd pagina's kunt toevoegen, verwisselen of eruit halen. Daardoor groeit het boek gewoon mee met wat je erin plakt.
Een paar dingen om op te letten:
- Kies ringen die ruim zijn: een scrapbook wordt dikker dan je denkt.
- Pons op elke pagina op precies dezelfde plek. Maak één mal van karton en leg die steeds op het blad.
- Voor de omslag werkt grijsbord van ongeveer 2 mm het best. Dunner karton gaat wiebelen aan de ringen.
- Plak een stukje versterking rond de gaten van dunne bladen, anders scheuren ze er na een tijdje uit.
Ringen zijn ook de oplossing als je geen machine hebt en het toch snel klaar moet zijn, bijvoorbeeld voor een cadeau.
Katernen vouwen
Een katern is een stapeltje gevouwen bladen dat je in elkaar schuift, zoals een schrift zonder kaft. Neem vier of vijf vellen, vouw ze dubbel en leg ze in elkaar. Meer vellen per katern maakt de vouw bol en de binnenste bladen steken dan uit aan de voorkant.
Vouw met een vouwbeen, een plat stuk been of kunststof waarmee je de vouw scherp strijkt. Let op de looprichting van het papier: de vezels liggen bij de meeste vellen in één richting, en langs die richting vouwt papier strak en zonder te barsten. Buig een vel licht in beide richtingen; waar het het minst weerstand geeft, loopt de vezel. Voor een scrapbook kies je papier dat goed vouwt en niet breekt op de vouwlijn. Aquarelpapier en stevig tekenpapier doen het vaak goed.
Gewoon printpapier van 80 gram is te dun voor foto's. Voor pagina's waar je in plakt, is 120 tot 200 gram fijn, en voor zware layouts mag het nog wat steviger.
Eén katern naaien
De eenvoudigste genaaide binding is één katern met drie of vijf gaten in de vouw. Prik de gaten eerst voor met een priem, met de katern open in een gevouwen stuk karton zodat de gaten precies op de vouwlijn komen. Gebruik een mal, dan zit alles netjes op een rij.
Zo naai je met drie gaten:
- Begin aan de binnenkant in het middelste gat en ga naar buiten.
- Ga aan de buitenkant naar het bovenste gat en steek terug naar binnen.
- Ga binnen langs het middelste gat door naar het onderste gat en steek naar buiten.
- Kom via de buitenkant terug in het middelste gat.
- Leg een knoop om de lange draad die over het middelste gat loopt en knip af.
Trek de draad steeds aan in de richting van de vouw, niet dwars erop, anders scheurt het papier. Voor een mini-album of een reisjournal is dit vaak genoeg.
Meerdere katernen
Wil je een dikker boek, dan naai je meerdere katernen aan elkaar. Bij een koptische binding blijft de naad zichtbaar op de rug en ligt het boek helemaal plat open. Dat is handig om in te werken, al vinden sommige scrappers het minder geschikt voor een album met veel foto's, omdat de rug weinig speelruimte heeft. Een eenvoudige variant is een A4-vel dubbelvouwen tot vier bladzijden, daar katernen van maken en er vijf of zes aan elkaar naaien. Zo heb je in een uurtje een eerste boekje.
Elke katern hecht je aan de vorige met een kleine lus om de draad eronder, de zogenoemde kettingsteek.
Japanse binding
Bij een Japanse binding naai je niet door een vouw, maar door een stapel losse bladen, vlak langs de rugkant. Het garen loopt zichtbaar om de rug heen en vormt een patroon. Er zijn eenvoudige versies met vier gaten en sierlijkere patronen voor formele albums.
Zo pak je het aan:
- Leg de bladen en de omslag precies recht op elkaar en zet ze vast met klemmen.
- Teken een lijn op ongeveer 1 tot 1,5 cm van de rugkant en verdeel daarop de gaten.
- Prik de gaten met een priem of boor, een paar bladen tegelijk.
- Vouw elk blad vooraf naar achteren langs een lijn net naast de gaten. Dan slaat de pagina makkelijker om.
Het nadeel: deze binding is eigenlijk niet gemaakt voor dikke inhoud. De rug is zo dik als de stapel papier. Plak je er foto's in, dan moet je vulstroken toevoegen.
Ruimte in de rug maken
Een vulstrook is een smal stukje papier of karton dat je tussen de bladen in de rug meebindt. Het maakt de rug dikker, zodat er later ruimte is voor wat je op de pagina's plakt. Een veelgebruikte manier: snijd per blad een strook zo hoog als de pagina en een paar centimeter breed, vouw die dubbel en bind hem mee. Je hebt dan aan de rug twee laagjes extra per pagina.
Bij genaaide katernen werkt het net zo. Je kunt een smal reepje tussen elke vouw leggen, of minder bladen per katern gebruiken zodat er meer katernen in de rug zitten. Bij ringen los je het op door gewoon grotere ringen te nemen.
Een handige vuistregel: kijk wat je per pagina gaat plakken. Een foto op stevig papier vraagt weinig extra ruimte, een envelopje met kaartjes of een laag embellishments veel meer.
Welk garen, welke naald en welke lijm
Garen moet sterk zijn en niet rafelen. Gewaxt linnen garen is de klassieke keuze: het glijdt goed, knoopt vast en gaat lang mee. Fijn katoen perlé, zoals haakgaren, is een mooi alternatief voor een Japanse binding, vooral als je een kleur wilt laten zien. Gewoon naaigaren is meestal te dun; een koptische binding wordt daarmee te los. Te dik garen in een klein boekje oogt dan weer lomp.
Neem een boekbindersnaald: die is stomp, zodat hij het papier niet extra scheurt. Prik de gaten altijd voor met een priem en laat de naald alleen het garen volgen.
Voor de omslag gebruik je boekbinderslijm of witte houtlijm (PVA). Verdun die als hij erg stroperig is met een beetje water en strijk hem in een dunne laag uit met een platte kwast, van het midden naar de randen. Dikke klodders slaan door dun papier heen en geven golven. Voor het plakken van papier op de pagina's werkt dubbelzijdig tape vaak rustiger dan natte lijm. Wil je meer weten over lijm voor foto's en papier, dan staat dat in een apart artikel.
Een stevige omslag
Voor een harde kaft snijd je twee platen grijsbord van ongeveer 2 mm, iets groter dan je bladen, en een smalle rugplaat. Leg ze met een kleine tussenruimte op het bekledingsmateriaal, zodat de kaft kan scharnieren. Een strookje karton als afstandshouder helpt om die ruimte overal gelijk te houden.
Boekbinderslinnen is fijn om mee te werken. Het heeft aan de achterkant een papieren laag, waardoor de lijm niet door de stof heen trekt. Ook stevig papier, kunstleer en kurk kunnen. Laat rondom 1,5 tot 2 cm over om naar binnen te slaan. Knip de hoeken schuin af, maar laat op elke hoek ongeveer de dikte van het karton staan; dan blijft de punt bedekt.
Smeer de lijm bij dun papier of stof liever op het karton dan op het materiaal zelf. Strijk het bekledingsmateriaal glad vanuit het midden en vouw de randen om. Plak er tot slot een schutblad over, een vel aan de binnenkant dat de omgeslagen randen afdekt. Laat de kaft drogen onder een paar zware boeken, met een vel bakpapier ertussen.
Een zachte omslag mag ook. Een stuk stevig tekenpapier of dun karton, met een rug die je op de gewenste breedte vouwt, is genoeg voor een journal.
Bindmachines zoals de Cinch en de Bind-it-All
Veel scrappers kopen na een tijdje een kleine bindmachine. Bekende merken zijn de Cinch en de Bind-it-All. Ze ponsen een rij gaatjes langs de rand en drukken daarna draadringen dicht, zoals je die van een gebonden rapport kent. Hoe dik het karton mag zijn dat de machine aankan, verschilt per model; kijk wat de fabrikant opgeeft. Je kiest de dikte van de draad naar de dikte van het boek.
Het voordeel is snelheid: een mini-album of planner is in een paar minuten gebonden en ligt plat open. Het nadeel is dat je achteraf geen pagina's meer toevoegt zonder de draad open te buigen, en het blijft een aanschaf. Begin dus gerust met ringen of naald en draad, en kijk later of je zo'n machine echt mist. Heb je er geen, dan kan een copyshop een draadbinding vaak voor je zetten.
Klein beginnen
Maak je eerste boek klein en van goedkoop papier. Een boekje van één katern met een zachte kaft leert je meer dan elke uitleg.
Vragen over dit onderwerp
Wat is de makkelijkste manier om zelf een scrapbook te binden?
Met binderringen. Je ponst gaten in de bladen en de omslag en klikt de ringen dicht, zodat je altijd pagina's kunt toevoegen of verwisselen.
Hoe zorg je dat een zelfgebonden album dik genoeg wordt voor foto's en versiering?
Bouw ruimte in de rug in met vulstroken of minder bladen per katern. Bij ringen kies je gewoon grotere ringen.
Welk garen en welke naald gebruik je om een boekje te naaien?
Gewaxt linnen garen of katoen perlé werkt goed, gewoon naaigaren is meestal te dun. Neem een stompe boekbindersnaald en prik de gaten vooraf voor met een priem.
Hoe maak je een stevige kaft voor een zelfgemaakt album?
Snijd twee platen grijsbord van ongeveer 2 mm en een smalle rugplaat, en leg ze met een kleine tussenruimte op boekbinderslinnen of stevig papier. Plak de randen om en dek ze af met een schutblad.


