Naar de inhoud
Alle artikelen
Tips · 7 min lezen

Papier dat niet golft bij lijm, verf en water

Rimpels na het plakken, een bolle pagina na aquarel of een krul na het embossen: zo voorkom je golvend papier, en zo krijg je het weer vlak.

Twee handen schilderen met een penseel een groene bloemsteel op een vel papier, naast een waterverfdoos en potten penselen
Foto: Pavel Danilyuk · Pexels

Je plakt een mooi vel designpapier op je pagina en een uur later staan er rimpels in. Of je schildert een zachte aquarelachtergrond en de hele pagina staat bol als een dakpan. Golvend papier is een van de meestgestelde vragen van scrappers, en het goede nieuws is dat je het grotendeels kunt voorkomen. En als het toch gebeurt, krijg je het meestal weer redelijk vlak.

Waarom papier golft

Papier bestaat uit vezels, meestal van hout. Die vezels nemen vocht op en zwellen dan op, vooral in de breedte. Komt er water, natte lijm of verf op één kant van het vel, dan zet die kant uit terwijl de andere kant droog blijft. Het papier kan geen kant op, en gaat bollen.

Bij het drogen krimpen de vezels weer, maar niet overal even snel en niet altijd terug naar hun oude vorm. Waar het papier het natst was, blijven ribbels staan. Daarom zie je bij natte lijm vaak golven in één richting: de richting waarin de vezels in het vel liggen, de looprichting.

Warmte werkt op dezelfde manier, maar dan andersom. Bij het embossen met een heat tool droogt één kant van het papier razendsnel uit en krimpt, zodat het vel vaak naar de warmte toe krult.

Drie dingen bepalen dus hoeveel last je krijgt: hoe dik en stevig het papier is, hoeveel vocht je erop brengt, en of je beide kanten gelijk behandelt.

Welk papier water en verf verdraagt

Dun papier golft het snelst. Gewoon tekenpapier of printpapier van 80 tot 120 grammen trekt al krom van een beetje lijm. Wil je met nat materiaal werken, kies dan papier dat daarvoor gemaakt is.

  • Aquarelpapier is gemaakt om nat te worden. Het is gelijmd, zodat het water niet meteen diep intrekt, en het is zwaar. Hoe dikker, hoe minder het golft. Papier van rond de 300 grammen blijft een stuk rustiger dan dunnere soorten.
  • Mixed-mediapapier is stevig en verdraagt verf, inkt en wat water. Fijn voor art journals en achtergronden.
  • Stevige cardstock, het effen karton dat veel scrappers als basis gebruiken, verdraagt droge lijm prima en een beetje verf. Grote hoeveelheden water niet.
  • Korrelig tekenpapier lijkt stevig, maar zuigt natte lijm gretig op en gaat daardoor juist golven. Glad papier van dezelfde dikte doet het beter.

Wil je toch verven op een dun of mooi designpapier, dan kun je het eerst afsluiten. Een dunne laag doorzichtige gesso of een mat acrylmedium zorgt dat verf en water niet in de vezels trekken. Laat die laag helemaal drogen voordat je verder gaat.

Een andere oplossing: schilder of kleur op een los stuk aquarelpapier en plak dat daarna op je pagina. Veel journalers doen dat in hun dunne agenda of notitieboek. De pagina blijft vlak en je kunt het stuk eerst laten drogen en pas daarna vastzetten.

Natte lijm zonder rimpels

In veel gevallen ligt het niet aan het papier maar aan de lijm. Witte knutsellijm en houtlijm bestaan voor een groot deel uit water, en dat water gaat het papier in. Op een kaart of pagina is dat vaak precies het moment waarop het misgaat.

Het makkelijkste is droog plakken. Dubbelzijdige tape, een tape-roller of een goede lijmstift brengen bijna geen vocht in het papier en laten het dus niet golven. Voor grote vlakken, zoals een vel designpapier op een basispagina, is dat verreweg de rustigste keuze.

Werk je toch met natte lijm, bijvoorbeeld bij een collage of een stuk dun papier dat precies moet aansluiten, dan helpen deze gewoontes:

  1. Gebruik zo weinig mogelijk. Een dunne, gelijkmatige laag. Te veel lijm droogt ongelijk en laat bobbels achter.
  2. Smeer de lijm met een paletmes of een zachte kwast uit, van het midden naar de randen.
  3. Bij dun papier: zet de lijm op de ondergrond, niet op het dunne papier zelf.
  4. Laat het papier even ontspannen. Wacht na het insmeren een minuutje: het papier krult eerst, en wordt daarna weer slap. Pas dan plakken.
  5. Strijk het vast vanuit het midden naar buiten, met een oude bankpas of een plastic schraper. Veeg de lijm die aan de randen naar buiten komt meteen weg.
  6. Werk op bakpapier of op oude tijdschriften die je tussendoor weggooit, zodat je werk niet aan de tafel vastplakt.

Je kunt dun papier ook vooraf licht bevochtigen met een plantenspuit. Het golft dan eerst, en ontspant daarna. Doordat het al uitgezet is voordat het vastzit, krimpt het daarna gelijkmatiger.

Let ook op de looprichting. Liggen de vezels van het papier en de ondergrond in dezelfde richting, dan trekken ze bij het drogen samen op en blijft het vlakker. De looprichting vind je door een vel licht te buigen: in de ene richting gaat dat makkelijker dan in de andere.

Laat een geplakte pagina tot slot plat drogen, met een vel bakpapier erop en wat gewicht, zoals een paar boeken. Een dag drogen voordat je hem in je album schuift, is geen overbodige luxe.

Aquarelpapier vooraf voorbereiden

Ga je echt nat werken, met veel water en zachte verlopen, dan golft zelfs dik aquarelpapier een beetje. Dat kun je op twee manieren beperken.

De eenvoudige manier: plak het vel rondom vast met afplaktape op een stevige ondergrond, zoals een plank, een glasplaat of een snijmat. Het papier kan dan niet omhoog komen en droogt vlakker. Laat het helemaal droog worden voordat je de tape eraf haalt, en trek de tape langzaam van het papier af, schuin naar buiten, zodat je de rand niet scheurt.

De grondige manier is opspannen, zoals schilders dat doen:

  1. Maak het hele vel nat, met een spons of door het kort in een bak water te leggen.
  2. Laat het even uitlekken, zodat het helemaal uitgezet is.
  3. Leg het plat op een plank en zet de randen rondom vast met gegomde papiertape, die je nat maakt om te plakken.
  4. Laat het liggend drogen. Het papier krimpt en trekt strak als een trommelvel.

Op dat strakke vel kun je daarna flink nat werken. Pas als je klaar bent en alles droog is, snijd je het los. Voor een kaartje is dit wat veel moeite, maar voor een grote achtergrond of een spread die je met waterverf wilt vullen, maakt het echt verschil.

Laat nat werk liever vanzelf drogen dan met een heat tool. Snel en ongelijk drogen geeft juist meer kromtrekken.

Gegolfd papier weer vlak krijgen

Is het toch gebeurd, dan zijn er een paar manieren om het te redden. Heel perfect wordt het niet altijd, maar vaak wel goed genoeg om op een pagina te plakken.

  • Pers het. Leg het vel tussen twee vellen schoon papier onder een flinke stapel zware boeken. Hoe zwaarder en hoe langer, hoe beter. Een paar dagen is niet te lang.
  • Strijk het met vochtige theedoeken (voor onbeschilderd papier). Maak twee theedoeken licht vochtig met een plantenspuit; ze moeten vochtig zijn, niet nat. Leg het papier ertussen en strijk er met een middelwarm strijkijzer overheen, rustig en gelijkmatig, tot de bovenste doek droog is. Draai het pakketje om en herhaal. Leg het daarna nog een nacht onder de boeken.
  • Strijk droog werk met bakpapier ertussen. Een geschilderd stuk dat alleen een beetje krom staat, kun je ook met bakpapier tussen strijkijzer en papier op een lage stand vlakstrijken. Blijf bewegen en blijf niet op één plek staan, anders kan de kleur veranderen.

Maak het beschilderde papier zelf nooit nat om het vlak te krijgen; dan kunnen je kleuren gaan uitlopen. Probeer strijken eerst op een restje van hetzelfde papier, zeker bij verf, gesso of embossingpoeder: die kunnen door warmte zacht worden of gaan glanzen.

Komt het in een lijst of tussen pagina's met een hoes, dan verdwijnt een lichte golving vaak vanzelf doordat het plat wordt gedrukt.

Warmte bij embossen zonder kromtrekken

Bij heet embossen smelt je embossingpoeder met een heat tool. Op dun papier geeft dat al snel een krul. Wat helpt:

  • Gebruik stevige cardstock in plaats van dun papier.
  • Houd de heat tool in beweging en een paar centimeter van het papier, zodat je niet langer verwarmt dan nodig is. Zodra het poeder glanst, ben je klaar.
  • Warm de heat tool eerst even op, naast je werk. Dan smelt het poeder sneller.
  • Laat het vel na het embossen afkoelen onder een boek. Een lichte krul trekt dan meestal weer recht.

Bij dun papier blijft een lichte krul vaak lastig te voorkomen. Plak een geëmbost stuk dun papier dan op een stevigere ondergrond, of probeer het eerst op een proefje.

Bij droog embossen, met een embossingfolder in een stansmachine, maken sommige scrappers het papier vooraf vochtig voor een scherper reliëf. Met water gaat het papier daarvan juist krullen en droogt het traag. Spuit liever een klein beetje op de folder zelf in plaats van op het papier, of laat het helemaal weg. Leg ook die pagina na afloop even onder gewicht, en je houdt het vlak.

Vragen over dit onderwerp

Waarom golft papier als je er lijm of verf op doet?

De vezels nemen vocht op en zetten uit, aan de natte kant meer dan aan de droge kant. Bij het drogen krimpen ze ongelijk, waardoor het papier blijft golven.

Hoe voorkom je dat papier golft bij het plakken?

Plak waar het kan droog, met dubbelzijdige tape of een lijmstift. Werk je met natte lijm, gebruik dan weinig, smeer van het midden naar buiten en laat de pagina plat drogen onder gewicht.

Hoe krijg je gegolfd papier weer vlak?

Leg het tussen schoon papier onder een stapel zware boeken; een paar dagen is niet te lang. Onbeschilderd papier kun je ook strijken tussen licht vochtige theedoeken en daarna nog een nacht onder de boeken leggen.

Hoe voorkom je dat aquarelpapier bol gaat staan?

Plak het vel rondom vast met afplaktape op een stevige ondergrond, of span het op met gegomde papiertape. Laat het liggend drogen en snijd het pas los als alles droog is.

Verder lezen