Een notitieboek kiezen waar inkt niet doorheen komt
Vulpen, markers of een beetje waterverf: zo kies je papier dat het houdt, test je het voordat je begint en red je een pagina die toch doorslaat.

Je schrijft de eerste pagina van je nieuwe journal met je mooiste pen. Je slaat om, en daar staat alles nog een keer, in spiegelschrift. Wie met vulpen, markers of een beetje verf werkt, kent dat. Het goede nieuws: je kunt het grotendeels voorkomen door te weten waar je op let, en door te testen voordat je begint.
Drie problemen die op elkaar lijken
Scrappers en journalers gooien het vaak op één hoop, maar het zijn drie verschillende dingen. Het helpt om ze uit elkaar te houden, want de oplossing verschilt.
- Doorschijnen (in het Engels ghosting of show-through): je ziet de tekst van de andere kant als een schaduw door het papier heen. De inkt is niet door het vel gegaan, het papier is gewoon wat dun of licht doorzichtig. Je kunt er vaak prima overheen schrijven.
- Doorslaan (bleed-through): de inkt is echt door het papier getrokken en staat als vlekjes of lijnen op de achterkant. Soms zelfs op de pagina eronder. Die achterkant is dan eigenlijk niet meer bruikbaar.
- Uitlopen (feathering): de inkt kruipt langs de vezels van het papier, waardoor je lijnen pluizig worden in plaats van strak. Dat gebeurt aan de voorkant, ook als er niets doorslaat.
En dan is er nog het letterlijke doordrukken: met een harde pen en stevige hand druk je een reliëf in de volgende vellen. Daar helpt een kartonnetje of een los schrijfvel onder je pagina het snelst tegen.
Waar let je op bij het papier
Het eerste waar iedereen naar kijkt, is het papiergewicht, ook grammage genoemd: het gewicht in grammen per vierkante meter. Veel bekende notitieboeken zitten rond de 70 tot 80 g/m², sommige gaan naar 90 of 100 g/m². Dikker papier schijnt minder door. Een veelgehoorde vuistregel tegen doorschijnen is 90 g/m² of meer, maar het blijft een richtlijn.
Maar grammage is niet alles. Ervaren journalers merken steeds weer dat dun papier soms beter presteert dan dik. Het verschil zit in de lijming en de afwerking. Papier dat goed gelijmd of licht gecoat is, laat inkt bovenop liggen in plaats van hem op te zuigen. Dat geeft scherpe lijnen en weinig doorslag, ook bij een laag gewicht. Dun Japans planner- en notitiepapier wordt daar vaak als voorbeeld van genoemd: flinterdun, en toch gaat het met veel vulpennen goed. Dat verschilt wel per papiersoort en uitvoering, dus test het.
Let ook op de kleur. Crème of licht gebroken wit papier laat schaduwen minder opvallen dan helderwit. En wie alles scant, ziet doorschijnen op een scan vaak sterker dan in het echt.
Papier voor vulpen, markers en waterverf
Wat goed is, hangt af van wat je ermee doet. Er bestaat geen notitieboek dat alles aankan.
Voor een vulpen wil je glad, goed gelijmd papier. Natte inkt en een brede punt zijn het zwaarst; met een fijne punt en een droger schrijvende inkt red je het op meer papiersoorten. Donkere inkt schijnt het meest door. Gelpennen en balpennen geven meestal weinig doorslag, al kan hard drukken wel een afdruk achterlaten.
Markers zijn een ander verhaal. Markeerstiften en brush pens op waterbasis gaan op dun plannerpapier al snel door. Alcoholmarkers slaan door vrijwel elk gewoon notitieboekpapier heen. Leg daar altijd een vel onder en reken erop dat de achterkant verloren is, of kies speciaal markerpapier of stevig cardstock (dik, stijf papier).
Stempelinkt hoort hier ook bij. Dunne inkt op waterbasis, de dye-inkten, trekt makkelijk door. Pigmentinkt blijft meer bovenop liggen en geeft op dun papier meestal minder problemen.
Waterverf is het lastigst. Gewoon notitieboekpapier gaat golven en laat verf doorlopen. Voor af en toe een klein accent kun je één kant beschilderen en de achterkant leeg laten. Wil je echt schilderen in je journal, kies dan een schetsboek met mixed-media- of aquarelpapier. Dat is veel zwaarder; echt aquarelpapier is meestal 200 tot 300 g/m².
Ligt het plat? Binding en formaat
Een notitieboek dat steeds dichtvalt, schrijft niet prettig. Vooral rond het midden van een spread, waar bij een weekoverzicht een paar dagen in de rug verdwijnen.
Dit zijn de gangbare bindingen:
- Genaaid (katernen met draad): ligt na een tijdje gebruiken vaak goed plat en is stevig.
- Gelijmd: goedkoper, maar veert vaak terug en kan bij veel openen en dichtslaan losraken.
- Spiraal of ringband: ligt helemaal plat en kan dubbel worden gevouwen. De ringen zitten wel in de weg bij het schrijven aan de linkerkant.
- Losbladig systeem of traveler's notebook: je kiest zelf het papier en vervangt het als het niet bevalt. Handig als je met verschillende pennen en technieken werkt.
Doe in de winkel de proef. Sla het boek in het midden open en laat los. Blijft het liggen, en kun je zonder moeite tot in de vouw schrijven? Sla ook het omslag een paar keer open en dicht en voel of de rug stevig aanvoelt.
Over formaat: A5 is voor veel journalers een fijne middenweg, groot genoeg om op te werken en klein genoeg om mee te nemen. Hoe meer je erin plakt, hoe dikker het boek wordt. Een losbladig systeem geeft dan meer ruimte, omdat je er vellen uit kunt halen.
Zo test je papier voordat je begint
Test altijd voordat je aan je eerste echte pagina begint. Zo doe je dat:
- Pak de achterste pagina of het laatste vel van je notitieboek.
- Zet van elke pen, marker en stempel die je wilt gebruiken een streep, een woord en een klein vlakje. Schrijf er de naam bij.
- Druk zoals je normaal drukt en schrijf ook met een natte, volle lijn, niet alleen met een droge streep.
- Laat alles goed drogen.
- Draai het vel om en kijk naar de achterkant en naar de pagina eronder. Houd het ook eens tegen het licht.
Kun je niet testen in de winkel, zoek dan naar foto's van de achterkant van pagina's die anderen hebben gemaakt. En koop niet meteen een stapel als je één boek nog niet hebt geprobeerd.
Wat doe je als het toch doorslaat
Het is gebeurd, en je wilt het boek niet weggooien. Dat hoeft ook niet.
- Plak eroverheen. Een stuk designpapier, een foto, een journalingkaartje of een envelopje dekt een doorgeslagen achterkant helemaal af. Veel journalers gebruiken dat juist als begin van een nieuwe pagina.
- Plak twee pagina's op elkaar. Werk alleen aan de voorkant en lijm het volgende vel ertegenaan. Je pagina wordt steviger en de vlek is weg.
- Werk op los papier. Teken of schilder op een los vel en plak het daarna in. Dan maakt het papier van je notitieboek niet meer uit.
- Leg een beschermvel onder je pagina als je met markers of verf werkt, zodat de pagina eronder schoon blijft.
- Kies een fijnere pen, een drogere inkt of een donkerdere kleur voor de pagina's die volgen.
- Laat je inkt rustig drogen of dep hem met een tissue als het papier traag opzuigt.
En soms is het het beste om het te laten zijn. Een beetje schaduw van de vorige dag hoort bij een boek dat echt gebruikt wordt. Een papiersoort die doorschijnt, is niet stuk. Het is gewoon dun papier.
Vragen over dit onderwerp
Wat is het verschil tussen doorschijnen, doorslaan en uitlopen?
Bij doorschijnen zie je de tekst van de andere kant als schaduw. Bij doorslaan is de inkt echt door het papier getrokken, en bij uitlopen kruipt de inkt langs de vezels, waardoor lijnen pluizig worden.
Hoe zwaar moet papier zijn voor een vulpen?
Een veelgehoorde vuistregel tegen doorschijnen is 90 g/m² of meer, maar de lijming en afwerking van het papier zeggen vaak meer dan het gewicht. Test daarom altijd je eigen pen.
Hoe test je of een notitieboek tegen je pen kan?
Zet op de achterste pagina van elke pen, marker en stempel een streep, een woord en een klein vlak. Laat alles drogen en bekijk de achterkant en de pagina eronder.
Wat doe je als inkt door het papier heen slaat?
Plak er een stuk designpapier, een foto of een kaartje overheen, of plak twee pagina's op elkaar. Je kunt ook op los papier werken en dat daarna inplakken.


