Alcoholmarkers: hoe ze werken en welk papier je nodig hebt
Alcoholmarkers geven zachte, egale kleurovergangen, maar alleen op het juiste papier en met de juiste stempelinkt. Zo haal je eruit wat erin zit.

Wie ooit een gestempelde bloem heeft zien opbloeien onder een paar markers, begrijpt waarom scrappers er zo enthousiast over zijn. Alcoholmarkers geven kleurverlopen die eruitzien alsof ze gedrukt zijn. Tegelijk zijn ze duur, ruiken ze, en lopen ze op het verkeerde papier alle kanten op. Hier lees je hoe ze werken, wat je eronder legt en hoe je zonder strepen blendt.
Wat alcoholmarkers anders maakt
In een alcoholmarker zit kleurstof opgelost in alcohol. Zodra de inkt op papier komt, verdampt de alcohol en blijft de kleur achter. Dat gaat snel, de inkt is daarna watervast en hij is transparant. Leg je een tweede kleur over de eerste, dan zie je de onderste er nog doorheen.
Het grote voordeel is blenden. Zolang de inkt nog niet helemaal droog is, lost een nieuwe laag de vorige een beetje op. Daardoor vloeien kleuren in elkaar over, zonder harde randen. De meeste alcoholmarkers hebben twee punten: een flexibele penseelpunt voor het blenden en een stevige, smallere punt voor details en kleine vlakjes.
Een marker op waterbasis werkt anders. De inkt trekt langzamer in, zet zich vast in de vezels en geeft makkelijk strepen waar je lijnen overlappen. Ga je er te vaak overheen, dan gaat het papier pluizen. Daar staat tegenover dat je waterbasismarkers met een natte kwast kunt laten vervloeien, als een soort aquarel. Ze ruiken niet, zijn goedkoper en zijn prima voor letteren en vrije tekeningen.
Kort gezegd: voor egaal inkleuren van stempels en zachte schaduwen zijn alcoholmarkers sterker, voor letters en losse, waterige effecten volstaat waterbasis. Wat alcoholmarkers wel vragen, is een geventileerde ruimte. Zet bij een lange kleursessie een raam open.
Papier dat niet doorloopt of vlekt
Het papier bepaalt voor een groot deel hoe je kleuren eruitzien. Alcoholinkt zoekt de weg van de minste weerstand en loopt in losse vezels uit. Op kopieerpapier zie je dat meteen: de kleur waaiert uit voorbij je lijn en slaat door naar de achterkant.
Waar je op let:
- Glad en dicht. Een gesloten oppervlak houdt de inkt bij elkaar, zodat je randen strak blijven en je kunt blenden. Ruw of zacht papier zuigt de inkt weg en geeft vlekken.
- Stevig genoeg. Als vuistregel houdt papier vanaf ongeveer 120 gram meer inkt vast zonder te golven. Veel scrappers kleuren op gladde cardstock (stevig, effen karton) van rond de 250 grammen.
- Speciaal voor markers. Er bestaat papier en karton dat juist voor alcoholmarkers gemaakt is, vaak met de naam van een markermerk erop of een term als blending card. Dat is de makkelijkste keuze als je begint.
- Ongecoat. Glanzend fotopapier of gecoat designpapier laat de inkt niet goed intrekken.
Reken erop dat alcoholmarkers bijna altijd tot aan de achterkant doordringen. Leg dus altijd een kladvel of een stuk karton onder je werk, anders kleur je je tafel of de volgende pagina mee. Kleur daarom ook liever op een los stuk karton dat je daarna op je pagina plakt dan direct in een album. In een notitieboek of journal gebruik je maar één kant van het blad.
Kraftpapier, dat bruine karton, kan ook, maar de kleuren worden er donkerder en minder fel op. Op een speciaal plastic papier zoals Yupo, dat de inkt helemaal niet opneemt, krijg je juist een glanzend, vloeiend effect. Dat is leuk voor een achtergrond, maar een ander soort werk dan stempels inkleuren.
Blenden zonder strepen
Strepen ontstaan als inkt al droog is voordat je de volgende haal zet. De oplossing is vooral: genoeg inkt en een vlot tempo.
- Kies twee of drie kleuren uit dezelfde familie die dicht bij elkaar liggen, bijvoorbeeld licht-, middel- en donkerroze. Hoe kleiner het verschil, hoe zachter de overgang. Veel merken verkopen daarom kleine sets van drie verwante tinten.
- Leg met de lichtste kleur een basis over het hele vlak. Werk in kleine rondjes of korte overlappende halen, en zorg dat het papier echt nat wordt.
- Zet de donkerste kleur in de schaduwkant: waar het licht niet komt. Bepaal vooraf waar je lichtbron zit, bijvoorbeeld linksboven.
- Ga met de middelste kleur over de grens tussen licht en donker, zodat die vervaagt.
- Ga tot slot weer met de lichtste kleur over het hele vlak. Daarmee trek je de kleuren in elkaar.
Een paar dingen helpen:
- Vul één vlak in één keer, dan droogt de rand niet tussendoor op.
- Kleur niet tot vlak tegen de lijn aan met een natte penseelpunt. De inkt kruipt verder dan je denkt. Begin iets van de lijn af en laat de inkt de laatste millimeter zelf vullen.
- Wil je een egaal vlak zonder verloop, kleur dan met kleine rondjes en blijf doorgaan tot er geen droge plekjes meer zijn.
- Veel merken hebben een kleurloze blender: een marker met alleen het oplosmiddel. Daarmee kun je een overgang verzachten of een piepklein foutje wat lichter maken. Wegpoetsen lukt niet, dus zie het als een hulpmiddel en niet als gum.
Gekleurde potloden zijn een handige aanvulling. Over de droge markerkleur zet je er extra schaduw of fijne lijntjes mee. Een witte gelpen geeft lichtpuntjes in ogen of op glanzende plekken.
Op een klad uitproberen is geen tijdverspilling. Maak een kleurenkaart van je eigen markers op hetzelfde papier waar je op kleurt: de kleur op de dop klopt lang niet altijd met wat er op papier verschijnt.
Welke inkt voor stempels die je inkleurt
Stempel je een afbeelding en kleur je hem daarna in, dan moet de stempelinkt bestand zijn tegen alcohol. Anders lost de zwarte lijn op zodra je er met een marker overheen gaat en sleep je grijze vegen door je kleuren.
Kies een inkt die door de fabrikant uitdrukkelijk als geschikt voor alcoholmarkers wordt genoemd. Vaak is dat een snel drogende inkt op waterbasis. Memento is een bekend voorbeeld, dat veel kaartenmakers hiervoor gebruiken. Laat de afdruk even goed drogen voordat je gaat kleuren.
Inkt op basis van oplosmiddel, bedoeld voor plastic en glas, kan juist gaan uitlopen onder alcohol. Pigmentinkt droogt traag op glad karton en kan gaan vegen, tenzij je hem heet embost met embossingpoeder. Twijfel je over je eigen inkt, stempel dan een proefje, laat het drogen en ga er met een lichte marker overheen.
Kleur je liever digitale stempels, zoals een afbeelding die je zelf afdrukt? Een afdruk van een laserprinter blijft meestal mooi staan. Inkjetinkt kan gaan uitlopen, dus test ook die eerst.
Dure en goedkope sets vergeleken
Alcoholmarkers zijn er in elke prijsklasse, en het verschil zit niet alleen in de naam.
Duurdere merken, zoals Copic, verkopen hun markers los, zodat je precies de kleuren koopt die je mist. Ze zijn bijvulbaar, de punten zijn te vervangen en een kleur blijft hetzelfde als je hem opnieuw koopt. Dat maakt ze duur in aanschaf, maar je doet er jaren mee.
Goedkopere sets, bijvoorbeeld van Ohuhu, geven je in één keer veel kleuren voor weinig geld. De inkt is vaak prima, maar de penseelpunt is soms stugger, losse kleuren zijn niet altijd na te kopen en bijvullen of een punt vervangen kan meestal niet. Daartussen zitten merken als Promarker.
Wat werkt voor de meeste beginners:
- Begin met een klein aantal kleuren in plaats van een set van zeventig. Liever drie tinten huid, drie groen en een paar grijzen dan van alles één.
- Kies sets met verwante tinten, zodat je meteen kunt blenden.
- Merk je dat je het vaak doet en dat bepaalde kleuren snel opraken, koop die dan in een bijvulbaar merk.
Of ze het geld waard zijn, hangt af van hoe vaak je stempels inkleurt. Maak je af en toe een kaart, dan is een goedkope set genoeg. Kleur je elke week, dan verdienen bijvulbare markers zich terug.
Navullen en bewaren
Een alcoholmarker die opdroogt, is meestal niet kapot maar leeg. Voor veel merken bestaan navulflesjes in dezelfde kleur. Je druppelt de inkt op de punt of in de buis, afhankelijk van het merk; volg de aanwijzing van de fabrikant. Ook versleten punten kun je bij die merken vervangen. Dat is goedkoper dan een nieuwe marker en het scheelt afval.
Bij het bewaren gaat het om drie dingen:
- Dop er goed op. Hoor je geen klik, dan verdampt de alcohol en droogt de punt uit.
- Liggend bewaren. Bij markers met twee punten zorgt dat ervoor dat de inkt niet allemaal naar één kant zakt. Een simpel rek of een doos waarin ze plat naast elkaar liggen, werkt prima.
- Koel en uit de zon. Warmte versnelt het verdampen, dus niet op de vensterbank of naast de verwarming.
Sorteer ze op kleurfamilie en leg je kleurenkaart erbij. Dan pak je bij het blenden zo de drie tinten die bij elkaar horen, en zie je meteen welke je mist.
Vragen over dit onderwerp
Welk papier heb je nodig voor alcoholmarkers?
Glad, dicht en stevig papier dat bij voorkeur voor markers bedoeld is. Cardstock van rond de 250 gram is een veelgebruikte keuze, en een kladvel eronder voorkomt dat de inkt je tafel bereikt.
Hoe blend je alcoholmarkers zonder strepen?
Kies twee of drie verwante tinten, werk met genoeg inkt en een vlot tempo en zet de donkerste kleur in de schaduw. Strepen ontstaan als de inkt al droog is voordat je de volgende haal zet.
Welke stempelinkt is geschikt voor alcoholmarkers?
Kies een inkt die de fabrikant uitdrukkelijk geschikt noemt voor alcoholmarkers, vaak een snel drogende inkt op waterbasis. Twijfel je, stempel dan een proefje, laat het drogen en kleur er met een lichte marker overheen.
Kun je alcoholmarkers bijvullen?
Bij veel duurdere merken wel: er zijn navulflesjes en vervangbare punten. Goedkopere sets zijn meestal niet bij te vullen.


