Hoe de collage ontstond: van Picasso en Braque tot Hannah Höch
Een stukje behang, een krantenkop, een tramkaartje. Waar de collage vandaan komt, en wat je van de kunstenaars erachter meeneemt naar je eigen journal.

Wie in een journal een strookje krant, een kassabon en een bloem uit een tijdschrift over elkaar plakt, doet iets wat ruim honderd jaar geleden nog als een kleine revolutie gold. De collage is nu zo gewoon dat we vergeten dat iemand het ooit voor het eerst deed. De geschiedenis is verrassend leuk, en ze geeft je een paar bruikbare ideeën voor je eigen pagina's.
Waar het woord vandaan komt
Collage komt uit het Frans. Het werkwoord coller betekent plakken of lijmen, en colle is lijm. Het woord zelf zegt dus niet meer dan: iets dat geplakt is.
De kunstenaars die de techniek groot maakten, gebruikten eerst een andere term: papier collé, geplakt papier. Pas later werd collage het verzamelwoord voor alles wat je op een ondergrond plakt, of het nu papier, stof, foto's of kleine voorwerpen zijn. Steekt het werk duidelijk uit in de ruimte, dan spreek je eerder van een assemblage.
De surrealist Max Ernst merkte later droog op dat het niet de lijm is die de collage maakt. Daar zit iets in. Het gaat niet om het plakken, maar om wat er gebeurt als je dingen naast elkaar zet die niet bij elkaar horen.
Er werd al eeuwen geknipt en geplakt
Picasso en Braque worden vaak de uitvinders van de collage genoemd, maar knippen en plakken is veel ouder. Japanse kalligrafen schreven al rond de twaalfde eeuw hun gedichten op vellen die waren samengesteld uit gescheurd en gekleurd papier, soms met goud en zilver. In China ontwikkelde zich het papierknippen.
In Europa plakten mensen eeuwenlang van alles in albums. In de achttiende eeuw begon de Engelse Mary Delany op haar tweeënzeventigste met botanische 'mozaïeken' van piepkleine stukjes gekleurd papier. Ze maakte er bijna duizend. In de negentiende eeuw knipten Victoriaanse dames foto's uit en plakten ze in getekende of geschilderde decors, al decennia voor de kubisten. En valentijnskaarten, plakboeken en poesiealbums zaten vol uitgeknipte plaatjes.
Dat dit allemaal lang als huisvlijt gold en niet als kunst, komt verderop nog terug.
Papier collé bij Picasso en Braque
In 1912 gebeurde er iets in de schilderkunst. Pablo Picasso en Georges Braque werkten toen nauw samen aan het kubisme, een manier van schilderen die voorwerpen in vlakken uit elkaar haalt en van meerdere kanten tegelijk laat zien.
In het voorjaar van 1912 maakte Picasso een klein stilleven waarin hij een stuk zeil plakte dat bedrukt was met het vlechtwerk van een rieten stoelzitting. Rond het ovale doek legde hij een touw als lijst. Een echt stuk werkelijkheid midden in een schilderij: dat was nieuw.
Later dat jaar zag Braque in een winkel behangpapier dat hout imiteerde. Hij kocht een rol, knipte er stukken uit en plakte die op een houtskooltekening van een fruitschaal en een glas. Dat wordt gezien als het eerste papier collé. Picasso was meteen enthousiast. In de maanden erna maakten ze er samen tientallen, met krantenpagina's, etiketten, bladmuziek, sigarettenpapier en speelkaarten.
Waarom was dat zo bijzonder? Een schilder bootste de werkelijkheid altijd na met verf. Nu stond er een echt stuk krant op het doek, met echte letters. Het krantenpapier was tegelijk een vlak in de compositie, een stukje grijs, en een verwijzing naar het nieuws van die dag. Het spel tussen wat iets is en wat het voorstelt, maakte de collage tot een serieuze kunstvorm.
Dada: knippen als protest
Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam in Zürich een groep kunstenaars bij elkaar die de oorlog, de burgerlijke orde en de kunst zelf belachelijk wilde maken. Ze noemden zich Dada. Het begon in 1916 in het Cabaret Voltaire. Hans Arp liet het toeval meewerken: hij liet papiersnippers vallen en plakte ze vast waar ze terechtkwamen.
Dada verspreidde zich snel naar Berlijn, en daar werd de collage scherper. Kunstenaars knipten foto's uit kranten en tijdschriften en zetten ze in een nieuwe, vaak wrange samenhang. Dat noemden ze fotomontage. De Berlijnse dadaïsten zagen zich niet als kunstenaars maar als monteurs: mensen die in elkaar zetten wat er al is.
Hannah Höch: de schaar als scherp mes
De bekendste vrouw in die kring is Hannah Höch (1889-1978). Samen met Raoul Hausmann ontwikkelde ze de fotomontage, en ze wordt gezien als een van de uitvinders ervan.
Haar bekendste werk heeft een titel die al een collage is: Schnitt mit dem Küchenmesser Dada durch die letzte Weimarer Bierbauchkulturepoche Deutschlands, ruwweg 'snee met het keukenmes van Dada door de laatste Weimarse bierbuikcultuur van Duitsland'. Het is een groot, druk werk vol uitgeknipte hoofden van politici, militairen en kunstenaars, met machines, menigten en losse letters ertussen.
Wat opvalt is het keukenmes. Höch gebruikte bewust een huishoudelijk beeld, en ze werkte jarenlang bij een uitgeverij, waar ze handwerkpatronen voor damesbladen maakte. Ze knipte uit damesbladen, modeplaatjes en borduurpatronen en zette die naast beelden van macht en techniek. Zo liet ze zien hoe vrouwen in de media werden afgebeeld, en ze stelde vragen bij de nieuwe vrouw van de jaren twintig. Ondanks haar talent kreeg ze binnen Dada minder erkenning dan haar mannelijke collega's.
Kurt Schwitters en Merz
In Hannover werkte Kurt Schwitters (1887-1948) op zijn eigen manier. Hij raapte op wat anderen weggooiden: tramkaartjes, etiketten, stukjes karton, touw, draad, knopen, verpakkingen. Daarvan maakte hij collages die rustig en zorgvuldig zijn opgebouwd, eerder poëtisch dan agressief.
Hij noemde zijn werk Merz. Het woord kwam uit een uitgeknipte advertentie van een bank, waarin van het woord Kommerz alleen dat stukje overbleef. Merz werd voor Schwitters meer dan een naam. Het stond voor een hele manier van werken: alles kan materiaal zijn, en de kunstenaar geeft het een nieuwe plek.
Hij ging steeds verder. In zijn huis in Hannover bouwde hij jarenlang aan de Merzbau, een collage die uitgroeide tot een ruimte waar je doorheen kon lopen. Die ging in de Tweede Wereldoorlog verloren en is alleen nog bekend van foto's en reconstructies.
Wie een junk journal maakt van bonnetjes en verpakkingen, zit dichter bij Schwitters dan je misschien denkt.
Femmage: vrouwen en de collagetraditie
In de jaren zeventig keken twee Amerikaanse kunstenaars, Miriam Schapiro en Melissa Meyer, opnieuw naar die geschiedenis. Ze vroegen zich af waarom de collage pas als kunst gold toen Picasso hem maakte. Vrouwen knipten, plakten, borduurden, verzamelden en naaiden al eeuwen. Ze maakten quilts van restjes stof, plakboeken, albums, valentijnskaarten en versierde dozen.
Schapiro en Meyer gaven die praktijk een naam: femmage. Een samentrekking van femme, vrouw, en het achtervoegsel van collage en montage. Ze beschreven het eind jaren zeventig in een essay. Femmage combineert papier en beeld met huiselijke materialen zoals stof, kant, knopen en steken, en maakt het dagelijks leven tot onderwerp én tot werkwijze.
Wat hun idee zo sterk maakt: het zet de scrapper, de quiltster en de vrouw met het plakboek in dezelfde lijn als de grote namen. Het verschil zat nooit in de techniek, maar in wie er kunst mocht maken.
Van kunstwerk naar journal
Na de Tweede Wereldoorlog werd de collage overal gebruikt: in de popart, in de mail art, in boekillustraties en in de reclame. Met de computer kwamen knippen en plakken als woorden in elk menu terecht. Tegelijk bleef de handgemaakte collage bestaan, in de kunst en daarbuiten.
Het art journal en het junk journal zijn rechtstreekse erfgenamen van al die stromingen. Je werkt met gevonden materiaal, je stapelt lagen, je laat randen zien, je combineert beeld en tekst. Alleen staat het niet aan de muur van een museum, maar in een boek dat je openslaat.
Wat je van deze kunstenaars kunt leren
- Gebruik echte dingen. Een kaartje, een stuk behang of een envelop vertelt meer dan een plaatje ervan. Picasso's stuk zeil werkt omdat het echt is.
- Zet tegenstellingen naast elkaar. Höch combineerde het huiselijke met het politieke, zacht met hard, en dat maakte haar werk sterk. Een modeplaatje naast een treinkaartje maakt een verhaal.
- Kijk naar je afval. Schwitters liet zien dat weggegooid materiaal zeggingskracht heeft. Bewaar een doosje voor bonnetjes, etiketten en verpakkingen met mooie letters.
- Laat de randen zien. Gescheurde en ruw geknipte randen laten zien dat iets geplakt is, en dat is juist de charme.
- Gebruik woorden als beeld. Losse letters en stukjes krant zijn bij de kubisten grijze vlakken en tegelijk tekst. Een paar uitgeknipte woorden kunnen je journaling zijn.
- Denk na over context. Een beeld verandert van betekenis door wat ernaast ligt. Probeer eerst te schuiven voor je plakt.
- Neem je eigen traditie serieus. Wat jij aan tafel doet met schaar en lijm, deden vrouwen al eeuwen. Het is geen knutselen, het is een vak.
Leg morgen eens drie dingen naast elkaar die niets met elkaar te maken hebben: een etiket, een foto, een woord uit de krant. Schuif tot er iets gebeurt. Zo begon het in 1912 ook.
Vragen over dit onderwerp
Waar komt het woord collage vandaan?
Het komt uit het Frans: coller betekent plakken of lijmen en colle is lijm. De kunstenaars die de techniek groot maakten, spraken eerst van papier collé, geplakt papier.
Wie maakte de eerste collage?
Picasso en Braque worden vaak de uitvinders genoemd: in 1912 plakte Picasso een stuk zeil met rieten stoelzitting in een schilderij en maakte Braque het eerste papier collé. Knippen en plakken is veel ouder, zoals de papiermozaïeken van Mary Delany uit de achttiende eeuw.
Wat is Dada en wat is fotomontage?
Dada was een kunststroming die in 1916 in Zürich begon en de oorlog en de burgerlijke orde belachelijk maakte. In Berlijn knipten dadaïsten foto's uit kranten en tijdschriften en zetten ze in een nieuwe samenhang; dat heet fotomontage. Hannah Höch was daarin een pionier.
Wat is femmage?
Femmage is een term van Miriam Schapiro en Melissa Meyer voor kunst die met huiselijke technieken is gemaakt, zoals knippen, plakken en naaien. Ze wilden laten zien dat vrouwen dat al eeuwen deden, lang voordat het kunst werd genoemd.


