Bullet journal: zo werkt het en zo zet je er een op
Een bullet journal is een agenda, takenlijst en dagboek in één notitieboek. Zo werken de index, de logs, de symbolen en het migreren.

Een bullet journal ziet er op internet vaak uit als een kunstwerk: handgeletterde koppen, aquarelbloemen, ingeplakte kaartjes. Daardoor lijkt het ingewikkelder dan het is. In de kern is het een eenvoudig systeem om alles wat in je hoofd zit op papier te zetten, in één notitieboek. Hieronder lees je hoe het werkt, welke pagina's je nodig hebt en hoe je begint, ook als het jaar al half voorbij is.
Wat een bullet journal is
Een bullet journal, vaak afgekort tot bujo, is agenda, takenlijst, notitieboek en dagboek tegelijk. Je hoeft geen kant-en-klare planner te kopen: je bouwt de pagina's zelf op, precies zoals jij ze nodig hebt. De naam komt van de opsommingstekens, de bullets, waarmee je alles noteert.
Het systeem is bedacht door Ryder Carroll, een ontwerper van digitale producten uit New York. Hij zocht al jaren naar een manier om grip te houden op zijn dagen. Als kind was bij hem een aandachtsstoornis vastgesteld, en gewone agenda's werkten voor hem niet. In 2013 zette hij zijn methode online, waarna die zich snel verspreidde. In 2018 verscheen zijn boek The Bullet Journal Method.
Veel mensen werkten overigens al jaren op een vergelijkbare manier. Carroll gaf het een naam en een vaste vorm.
De index
Voor de basis heb je maar vier soorten pagina's nodig. De eerste is de index, de inhoudsopgave van je boek. Reserveer er de eerste twee tot vier pagina's voor. Nummer daarna alle pagina's, als je notitieboek dat nog niet voor je gedaan heeft. Telkens als je een nieuwe pagina begint, zet je de titel en het paginanummer in de index.
Je hoeft niet elke dag apart op te nemen. Het gaat om pagina's die je terug wilt vinden: het maandoverzicht van maart, een leeslijst, de plannen voor een verbouwing. Veel bujo-gebruikers merken dat ze de index tijdens het jaar weinig nodig hebben, maar erg blij zijn met hem als ze later in een vol boek iets zoeken.
De future log
De future log is je overzicht van de komende maanden. Je verdeelt een of twee spreads (twee pagina's naast elkaar) in vakken, één per maand. Drie maanden per pagina is gebruikelijk. Daarin noteer je wat verder weg ligt: een verjaardag in juli, een vakantie, een afspraak bij de tandarts, de dag dat je verzekering verlengd moet worden.
Zet de future log direct na de index, zodat je hem snel vindt. Geef hem genoeg ruimte. Een propvolle pagina gebruik je minder graag.
Het maandoverzicht
Aan het begin van elke maand maak je een maandoverzicht, ook wel monthly log. Op de linkerpagina schrijf je onder elkaar de data van de maand met de beginletter van de dag erachter. Daar zet je afspraken en gebeurtenissen bij. Op de rechterpagina komt een takenlijst voor die maand.
Houd links een smalle kantlijn vrij, dan kun je er later een teken voor zetten. Kijk bij het opzetten even in je future log: wat daar voor deze maand staat, schrijf je over.
De dagelijkse lijst
De dagelijkse lijst, of daily log, is waar het eigenlijke werk gebeurt. Je schrijft de datum op en daaronder alles wat er die dag langskomt: taken, afspraken, gedachten. Kort, met een teken ervoor.
Maak de dagelijkse lijsten niet weken vooruit. Je weet niet hoeveel ruimte een dag nodig heeft. Begin een nieuwe dag gewoon onder de vorige, of op de avond ervoor. Sommige mensen werken liever met een weekoverzicht. Dat hoort niet bij de basis, maar het mag natuurlijk. Raakt een week te vol, dan kun je voor drukke dagen alsnog een losse dagelijkse lijst maken.
Collecties
Alles wat geen datum heeft, krijgt een eigen pagina: een collectie. Denk aan boeken die je wilt lezen, cadeau-ideeën, recepten om te proberen of een gewoontetracker. Je begint zo'n pagina pas als je er echt iets op te schrijven hebt, en je zet hem in de index. Begin bij een tracker met één gewoonte. Tien vakjes per dag houd je zelden vol.
De symbolen
Het hart van het systeem heet rapid logging: snel noteren in korte zinnen met een teken ervoor. De gangbare tekens zijn:
- een stip (•) voor een taak
- een open rondje (o) voor een gebeurtenis of afspraak
- een streepje (–) voor een notitie, idee of gedachte
De stip voor een taak verander je later, zodat je in één oogopslag ziet hoe het ervoor staat:
- een kruisje (x) over de stip: gedaan
- een pijltje naar rechts (>): doorgeschoven naar een volgende lijst
- een pijltje naar links (<): verplaatst naar de future log, omdat het pas later speelt
- een doorgestreepte taak: niet meer nodig
Daarnaast kun je een extra teken links van de bullet zetten. Een sterretje (*) voor iets belangrijks en een uitroepteken (!) voor een goed idee zijn het bekendst. Gebruik het sterretje zuinig. Als alles prioriteit heeft, heeft niets het.
Noteer gebeurtenissen kort en feitelijk: "Contract getekend", niet een halve pagina over hoe je je voelde. Wil je meer kwijt, zet dan een streepje met een notitie eronder. Op dezelfde manier kun je kleine stapjes onder een grote taak zetten, iets ingesprongen.
Deze tekens zijn geen wet. Werkt een vierkantje voor een taak voor jou beter, gebruik dat dan. Zet je eigen tekens wel op een sleutelpagina voorin, dan blijf je ze consequent gebruiken.
Migreren
Migreren klinkt technisch, maar het is gewoon overschrijven. Aan het eind van de maand loop je alle open taken langs. Bij elke taak neem je een besluit:
- Is het nog nodig en kan het nu? Schrijf het over naar het nieuwe maandoverzicht en zet een > bij de oude.
- Speelt het pas later? Zet het in de future log en geef het een <.
- Doet het er niet meer toe? Streep het door.
Het overschrijven is juist de bedoeling. Doordat je elke taak opnieuw met de hand moet opschrijven, sta je er even bij stil. Vind je iets niet de moeite van het overschrijven waard, dan is het waarschijnlijk ook niet belangrijk. Zo blijft je lijst eerlijk en wordt hij niet eindeloos lang.
Merk je dat een taak al drie keer is doorgeschoven, vraag je dan af of je hem echt wilt doen.
Moet je het versieren?
Nee. Een bullet journal is in de eerste plaats een hulpmiddel, geen kunstwerk. Veel mensen haken af omdat ze denken dat elke pagina eruit moet zien zoals op de foto's die ze online zien. Dat is nooit de bedoeling geweest.
Vind je versieren leuk, ga je gang. Een strookje washi tape (dun, ophaalbaar plakband van papier) om je maanden van elkaar te scheiden, een stempel voor je koppen of een paar stickers maken het boek persoonlijk. Je hoeft daar niet voor te kunnen tekenen. Een tip die vaak terugkomt: richt eerst alles functioneel in en versier pas achteraf. Dan staat de versiering het plannen niet in de weg. En wordt je bujo meer een plek voor kleur en collages dan voor lijstjes, dan schuif je ongemerkt richting art journal. Ook prima.
Welk notitieboek en welke pen
Elk notitieboek werkt. Wel maken een paar dingen het makkelijker:
- Stippenraster (dot grid). Kleine puntjes in plaats van lijnen geven houvast voor rechte kolommen, maar blijven bijna onzichtbaar. Ruitjes of lijntjes kan ook.
- A5-formaat. Groot genoeg om op te werken, klein genoeg om mee te nemen.
- Genummerde pagina's en een paar indexpagina's voorin besparen je werk. Sommige notitieboeken worden zo verkocht.
- Stevig papier, rond 80 tot 100 g/m² of meer, zodat inkt minder doorschijnt.
Bij de pen geldt: neem er een die je prettig vindt om mee te schrijven. Een zwarte fineliner of gelpen is een veelgebruikte keuze. Test een nieuwe pen altijd eerst op de achterste pagina, om te zien of hij doordrukt of doorschijnt. Een liniaal helpt bij trackers en tabellen, en een potlood is handig om eerst lijnen te schetsen of om paginanummers in de index te zetten die nog kunnen veranderen.
Vind je je handschrift lelijk? Schrijf iets langzamer of in blokletters. Het hoeft alleen leesbaar te zijn.
Halverwege het jaar beginnen of opnieuw beginnen
Een bullet journal is niet gebonden aan januari. Je kunt op elke dag beginnen, omdat je de pagina's pas maakt als je ze nodig hebt. Begin je in juni? Maak een future log voor de komende zes maanden, een maandoverzicht voor juni en je eerste dagelijkse lijst. Klaar.
Ben je een paar weken gestopt, dan hoef je niets in te halen. Sla een pagina om, schrijf de datum van vandaag op en ga verder. Lege dagen zijn geen fout, en een doorgestreept woord ook niet.
Is je boek vol, of heb je het gevoel dat je vastgelopen bent, begin dan in een nieuw notitieboek. Neem alleen over wat je echt nodig hebt: de open taken, je future log en de collecties die je nog gebruikt. Controleer bij een nieuw jaar even of je de data van het juiste jaar overschrijft. Het oude boek zet je op de plank, met de index als samenvatting van die periode.
Zo begin je vandaag
Leg een notitieboek en een pen klaar en maak deze vijf pagina's:
- Twee pagina's voor de index.
- Een sleutelpagina met jouw tekens.
- Een future log voor de komende maanden.
- Een maandoverzicht voor deze maand.
- Je eerste dagelijkse lijst.
Gebruik het een maand zonder er iets aan toe te voegen. Kijk daarna rustig wat werkt en wat niet, en pas het aan. Dat aanpassen hoort erbij: na een paar maanden is je bullet journal van niemand anders dan van jou.
Vragen over dit onderwerp
Wat is een bullet journal?
Een plansysteem in een gewoon notitieboek, bedacht door Ryder Carroll. Het is agenda, takenlijst, notitieboek en dagboek tegelijk, en je bouwt de pagina's zelf op.
Welke pagina's heb je nodig voor een bullet journal?
De basis is een index, een future log, een maandoverzicht en een dagelijkse lijst. Alles zonder datum, zoals een leeslijst of cadeau-ideeën, krijgt een eigen pagina: een collectie.
Wat betekenen de symbolen in een bullet journal?
Een stip is een taak, een open rondje een gebeurtenis en een streepje een notitie. Een kruisje over de stip betekent gedaan, een pijltje naar rechts doorgeschoven en een pijltje naar links verplaatst naar de future log.
Wat betekent migreren in een bullet journal?
Aan het eind van de maand loop je alle open taken langs. Wat nog nodig is schrijf je over naar de nieuwe maand, wat later speelt zet je in de future log en de rest streep je door.


