De geschiedenis van het scrapbook, van glansplaatje tot journal
Van Victoriaanse plakboeken vol glansplaatjes via Mark Twains zelfplakkende album naar de hobby van nu: zo ontstond het scrapbook.

Wie vandaag een pagina plakt met foto's, een kaartje en een paar regels tekst, doet iets wat mensen al eeuwen doen. Alleen de materialen zijn veranderd. Het scrapbook heeft een lange, rommelige geschiedenis vol knipsels, plaatjes, lijmpotten en een beroemde schrijver die een hekel had aan plakken.
Waar het woord vandaan komt
Een scrap is in het Engels een snipper, een restje, iets wat overblijft. Een scrapbook is dus letterlijk een boek met snippers: knipsels uit kranten, gedichten, brieven, plaatjes. In het Nederlands sprak men gewoon van een plakboek.
In de negentiende eeuw kreeg het woord scraps een tweede betekenis. Zo heetten de gestanste, glanzend bedrukte plaatjes die je los kon kopen: engeltjes, bloemen, kinderkopjes, dieren. In Nederland kennen we ze als glansplaatjes of poëzieplaatjes. Een scrapbook was toen vaak een boek vol van zulke plaatjes.
In Engeland was het woord in de eerste decennia van de negentiende eeuw al zo gangbaar dat er boeken en tijdschriften met scrapbook in de titel verschenen, met tips om je snippers te verzamelen en te ordenen.
De voorlopers
Het idee is ouder dan het woord. Na de uitvinding van de boekdrukkunst kregen geletterde mensen ineens veel meer drukwerk onder ogen. Om grip te houden schreven ze mooie passages, recepten en citaten over in een commonplace book, een soort persoonlijk naslagboek. Studenten in Noord-Europa lieten vrienden en docenten schrijven en tekenen in een vriendenalbum, de verre voorouder van het poesiealbum. Families noteerden geboortes en huwelijken op de lege bladzijden van de familiebijbel.
In de tweede helft van de achttiende eeuw verscheen in Engeland een geschiedenisboek van James Granger met lege pagina's, zodat de lezer er zelf prenten bij kon plakken. Boeken die op die manier werden aangevuld, gingen gegrangeriseerde boeken heten. Ook dat is een stapje richting het scrapbook: een gedrukt boek dat je zelf afmaakt.
Victoriaanse plakboeken en glansplaatjes
De grote bloei kwam in de negentiende eeuw, in de tijd van koningin Victoria. Twee dingen maakten dat mogelijk: papier werd goedkoper en er kwam een nieuwe druktechniek, de chromolithografie. Daarmee kon je voor het eerst op grote schaal kleurrijke plaatjes drukken. Wenskaarten, reclamekaartjes, sigarenbandjes en etiketten werden ineens prachtig, en mensen vonden ze te mooi om weg te gooien.
Die kleurplaatjes belandden in plakboeken, naast krantenknipsels, gedichten, gedroogde bloemen, stukjes stof en handgeschreven notities. Vooral vrouwen en kinderen maakten ze. Rond 1880 was het plakken van glansplaatjes onder kinderen een echte rage. Meisjes bouwden in hun boeken zelfs complete papieren huizen: kamers ingericht met meubels en mensen die ze uit tijdschriften en reclames knipten.
Ook bekende schrijvers hielden plakboeken bij. Lucy Maud Montgomery, de schrijfster van Anne van het Groene Huis, plakte er knipsels, ansichtkaarten, stukjes stof en gedroogde bloemen in. Zo'n boek was geen dagboek met geheimen, maar een verzameling van wat iemand mooi of belangrijk vond. Het was bedoeld om te laten zien.
Mark Twain en zijn zelfplakkende scrapbook
Een van de bekendste plakkers was Mark Twain, de schrijver van Tom Sawyer. Hij plakte zijn hele leven knipsels in boeken, maar vond het gedoe met lijm verschrikkelijk. Lijm was er nooit als je hem nodig had, of hij was opgedroogd, of hij liet de inkt van je krantenknipsel uitlopen.
Dus bedacht hij iets beters. In 1873 kreeg hij patent op een scrapbook waarvan de pagina's al met een laagje gom waren bedekt, vaak in smalle stroken, precies breed genoeg voor een krantenkolom. Je maakte de gom een beetje nat, legde je knipsel erop en klaar. Hij grapte dat zijn album mensen veel gevloek bespaarde.
Het album werd een groot succes en bleef jarenlang te koop. Van alle uitvindingen waar Twain aan knutselde, was dit volgens zijn biografen de enige die hem echt geld opleverde. Het laat zien dat plakken toen al een massahobby was.
Waarom het plakboek daarna verdween
Aan het eind van de negentiende eeuw kwam de handzame camera op de markt. Voor het eerst kon een gewoon gezin zelf foto's maken. Het fotoalbum werd populair, en dat veranderde het plakboek. Foto's namen de pagina's over, terwijl brieven, kaartjes en knipsels in dozen verdwenen.
In de loop van de twintigste eeuw raakte het rijk versierde plakboek steeds meer uit de mode. Wat overbleef was vooral het eenvoudige fotoalbum. Sommige mensen vonden hun oude plakboeken zelfs minderwaardig en gooiden ze weg. Er werd nog wel geplakt, maar thuis, in stilte, zonder winkels of tijdschriften eromheen.
De terugkeer rond 1980
De ommekeer begon eind jaren zeventig in de Verenigde Staten, met een groeiende belangstelling voor stamboomonderzoek. Mensen wilden hun familiegeschiedenis vastleggen, met foto's en verhalen erbij. Rond 1980 trok een vrouw uit Utah aandacht met tientallen zelfgemaakte familiealbums, waarin ze foto's combineerde met tekst en versiering. Ze opende een winkel speciaal voor dat soort albums, en het idee sloeg aan.
In de jaren tachtig volgden bedrijven die albums en materiaal verkochten via thuisdemonstraties, waar je ook leerde hoe je een pagina opbouwt. Belangrijk was het besef dat goedkoop papier en lijm foto's aantasten. Zuurvrij papier, veilige lijm en pennen die niet verbleken werden de nieuwe standaard, net als het vierkante formaat van 30,5 x 30,5 cm (12 x 12 inch).
Een industrie in de jaren negentig
In de jaren negentig groeide scrapbooken in Amerika uit tot een van de snelst groeiende hobby's. Er kwamen tijdschriften, gespecialiseerde winkels, beurzen en eindeloos veel nieuwe producten: designpapier, stickers, stempels, embellishments (kleine versieringen zoals knoopjes en brads). Scrappers kwamen samen op crops: avonden of weekenden waarop je met een tafel vol spullen samen zat te plakken.
Via die winkels, tijdschriften en later internet waaide de hobby over naar Europa, ook naar Nederland en België. Daarom gebruiken we nog steeds zoveel Engelse woorden. Na de grote bloei werd het in de winkels rustiger en verdwenen flink wat speciaalzaken weer, maar de hobby zelf bleef.
Van digitaal naar journaling
Met de digitale camera kwam ook het digitale scrapbook: pagina's die je op de computer maakt met digitaal papier en versiering, en daarna laat afdrukken. Tegelijk ontstonden online fora en blogs waar scrappers hun werk lieten zien en elkaar uitdaagden met sketches en thema's.
Met sociale media als Pinterest en Instagram veranderde het opnieuw. Er kwamen nieuwe vormen bij die dicht bij het oude plakboek liggen: het junk journal, gemaakt van restjes papier, het art journal en de bullet journal. Veel mensen ontdekten het plakken via een versierde planner en niet via een fotoalbum. In zekere zin is de hobby zo teruggekeerd naar haar begin: een boek vol snippers, plaatjes en eigen woorden.
Waarom historici scrapbooks lang links lieten liggen
Lang werden scrapbooks niet serieus genomen. Ze golden als tijdverdrijf van vrouwen en kinderen, gemaakt van wegwerpdrukwerk: kaartjes, reclames, knipsels. Archieven wisten er ook weinig mee. Een plakboek is lastig te bewaren, met broos papier, verschillende materialen door elkaar, lijm die loslaat of verkleurt en ruggen die uitpuilen. Bovendien passen ze in geen enkel vakje: geen brief, geen boek, geen fotocollectie.
Dat beeld is veranderd. Historici, bibliothecarissen en conservatoren zien nu dat plakboeken iets laten zien wat officiële bronnen missen: hoe gewone mensen leefden, wat ze mooi vonden, welke voorstellingen ze bezochten en wie ze liefhadden. Namen en data achterop foto's helpen bij stamboomonderzoek, en een foto van een straat laat zien hoe die eruitzag voordat er geasfalteerd werd. Ook de volgorde en samenstelling van zo'n boek zeggen iets, en daarom bewaren musea ze liefst als geheel.
Wat dit betekent voor jouw boek
Het boek dat jij nu maakt, is over honderd jaar zelf een stukje geschiedenis. Een paar dingen helpen daarbij:
- Plak niet alleen foto's, maar ook echte dingen: een toegangskaartje, een geboortekaartje, een uitnodiging.
- Schrijf erbij wie, wat, waar en wanneer. Een foto zonder namen is voor een volgende generatie een raadsel.
- Schrijf met de hand. Je kleinkinderen herkennen je handschrift later op andere papieren.
- Kies materiaal dat goed blijft, zodat je pagina's niet vergaan zoals veel oude plakboeken.
Wil je zeker weten dat je boek niet verloren gaat, scan het dan ook. Dan blijft het bewaard, ook als het papier het ooit begeeft.
Vragen over dit onderwerp
Waar komt het woord scrapbook vandaan?
Een scrap is in het Engels een snipper of restje, dus een scrapbook is letterlijk een boek met snippers. In de negentiende eeuw kreeg scraps ook de betekenis van gestanste, glanzend bedrukte plaatjes; in het Nederlands heten die glansplaatjes.
Wie vond het scrapbook uit?
Niemand in het bijzonder: het idee is ouder dan het woord, met voorlopers als het commonplace book en het vriendenalbum. De grote bloei kwam in de Victoriaanse tijd, toen goedkoop papier en kleurendrukwerk plakboeken populair maakten.
Wat was het scrapbook van Mark Twain?
Twain kreeg in 1873 patent op een plakboek met pagina's die al een laagje gom hadden. Je maakte de gom een beetje nat en legde je knipsel erop, zonder losse lijm.
Wanneer werd scrapbooken een hobby zoals nu?
Rond 1980 in de Verenigde Staten, met de belangstelling voor stamboomonderzoek en de eerste speciale winkels. In de jaren negentig groeide het uit tot een grote hobby en waaide het over naar Europa.


