Art journaling: zo begin je
Een boek waarin je mag kliederen, plakken en schrijven zonder dat het mooi hoeft te worden. Dit heb je nodig en zo maak je je eerste pagina.

Misschien heb je ze voorbij zien komen: pagina's vol verf, flarden tijdschrift, een gestempeld vogeltje en één zin in grote letters. Dat is art journaling. Het ziet er vaak uit als kunst, maar het is eigenlijk een dagboek in beelden. Het mooiste eraan is dat het niet mooi hoeft te worden. Zo begin je, met weinig spullen en zonder te weten wat je stijl is.
Wat is een art journal
Een art journal is een boek waarin je met verf, collage, tekeningen, stempels en woorden laat zien wat je bezighoudt. Een gevoel, een kleur waar je zin in had, een zin die bleef hangen, een dag die je wilt onthouden. Er zijn geen regels over wat erin moet. Het gaat om het maken zelf, niet om het eindresultaat.
Het verschil met een scrapbook zit vooral in het doel. Een scrapbook bewaart herinneringen: foto's staan centraal, en het is vaak gemaakt om later terug te bladeren of door te geven. Een art journal is meer een speelplaats. Je probeert technieken uit, verwerkt gedachten en hoeft niets uit te leggen. Foto's mogen erin, maar het hoeft niet.
De grens is overigens dun. Veel scrappers gebruiken art journal-technieken als achtergrond voor een layout, en een art journal-pagina met een foto erbij is eigenlijk al een scrapbookpagina.
Welk boek kies je
Het belangrijkste is het papier. Verf, lijm en water maken dun papier bobbelig, en wat je op de ene kant zet, zie je op de andere kant terug. Kies daarom papier van minstens zo'n 200 g/m². Gewoon printpapier is 80 g/m², dus dat is ruim het dubbele. Aquarelpapier van rond de 300 g/m² kan nog meer hebben.
Waar je op kunt letten:
- Mixed-mediaboeken zijn gemaakt voor droge en natte materialen tegelijk. Voor een eerste boek is dat de veiligste keus.
- Aquarelboeken kunnen veel water hebben, maar de ruwe structuur maakt fijne lijnen soms lastig.
- Een boek met spiraal ligt plat open en je kunt een pagina makkelijk omslaan. Een gebonden boek voelt meer als een echt boek en laat je over het midden heen werken.
- A5 is een fijn formaat om te beginnen: groot genoeg om te spelen, klein genoeg om snel vol te krijgen.
Het hoeft niet duur. Een oud gebonden boek uit de kringloop, een agenda of een schrift met wat dikker papier kan ook. Geef de pagina's dan eerst een laag gesso en plak er eventueel twee aan elkaar, dan worden ze stevig genoeg.
Basisspullen om mee te beginnen
Je hebt minder nodig dan de filmpjes doen vermoeden. Met dit rijtje kom je ver:
- Gesso: een witte grondlaag die eruitziet als dikke verf. Hij maakt papier steviger, zorgt dat verf beter hecht en beperkt dat vocht doorslaat. Na het drogen voelt de laag wat ruw aan, zodat ook potlood en pastel beter pakken.
- Acrylverf: een paar tubes van studentenkwaliteit is genoeg. Wit, zwart en twee of drie kleuren die je mooi vindt. Acrylverf is na het drogen watervast, dus je kunt er laag over laag mee werken.
- Lijm: een lijmstift voor papier, of matte medium (een acrylmedium dat zowel lijm als beschermlaag is) voor dun papier, servetten en tijdschriftpapier.
- Pennen: een watervaste zwarte fineliner, en een witte gelpen of verfstift om op donkere of geverfde ondergrond te schrijven. Gewone stiften glijden vaak slecht over droge acrylverf.
- Hulpmiddelen: een platte kwast, een oude pasjeskaart om verf mee uit te strijken, babydoekjes om af te vegen en een schaar.
Handig voor later, maar niet nodig: stencils, stempels, washi tape, inkt en structuurpasta. Begin klein en koop pas iets als je merkt dat je het mist.
Collagemateriaal hoef je niet te kopen. Verzamel kaartjes, oude landkaarten, cadeaupapier, bonnetjes, tijdschriftbladzijden en mooie verpakkingen. Een envelop of een zakje met ritssluiting per soort maakt het later makkelijker om iets te vinden.
Je eerste pagina: achtergrond, beeld, woorden
Een lege witte pagina kan verlammend zijn. Daarom helpt het om in drie lagen te denken. Je hoeft ze niet op één avond te doen: vandaag de achtergrond, morgen het beeld en in het weekend de woorden is net zo goed.
Laag één: de achtergrond
Smeer eerst een dunne laag gesso over de pagina en laat die drogen. Kies daarna één kleur en verf de hele pagina. Zodra hij niet meer wit is, is de eerste drempel weg.
Een paar eenvoudige manieren om meer leven in je achtergrond te krijgen:
- Doe wat verf op een oude pasjeskaart en strijk die over de pagina. De strepen en open plekken zijn juist mooi.
- Leg twee of drie kleuren naast elkaar en laat ze waar ze elkaar raken een beetje mengen. Kies kleuren die bij elkaar horen, anders wordt het bruin.
- Plak stukjes tijdschrift, oud boekpapier of een servet op en verf er deels overheen.
- Dep verf door een stencil of spat wat verdunde verf van een kwast.
Laat elke laag goed drogen voor je verdergaat. Natte verf op natte verf wordt al snel modder.
Laag twee: het beeld
Kies één ding dat de blikvanger wordt. Dat kan een uitgeknipte afbeelding zijn, een stempel, een simpele vorm als een cirkel of een hart, een foto of een tekening. Kun je niet tekenen, dan is dat geen probleem: collage en stempels doen hetzelfde werk.
Leg je beeld eerst los op de pagina en schuif tot het goed voelt. Plak het daarna vast. Wil je een stempel scherp op een ruwe, geverfde ondergrond krijgen, stempel dan op dun zijdepapier en plak dat op. Het lijkt dan alsof je direct in het boek hebt gestempeld.
Laag drie: de woorden
Woorden maken een pagina persoonlijk. Eén woord kan genoeg zijn, een zin die je raakte, of een paar regels over hoe je dag was. Schrijf groot en durf je eigen handschrift te gebruiken. Scheve letters horen bij jou.
Wil je iets schrijven wat niemand mag lezen, dan kan dat ook. Schrijf het op de pagina en verf er daarna overheen, of schrijf het op een los kaartje dat je achter een flapje stopt.
Tot slot mag je met een witte gelpen of een zwarte fineliner nog lijntjes, stippen of een randje toevoegen. Dat maakt het af.
Wat als je je stijl nog niet kent?
Dat is normaal, en eigenlijk het leukste deel. Een stijl ontstaat door te maken, niet door erover na te denken. Een paar dingen die helpen:
- Probeer bij elke pagina één nieuwe techniek. Na tien pagina's weet je wat je leuk vindt en wat niet.
- Werk met een beperkt kleurenpalet, bijvoorbeeld twee kleuren plus zwart en wit. Beperking maakt kiezen makkelijker.
- Gebruik een thema of een woord als vertrekpunt als je niet weet wat je moet maken: een seizoen, een plek, een liedregel.
- Volg gerust een uitleg en maak hem na. Dat is oefening, en je eigen keuzes sluipen er vanzelf in.
- Blader eens per maand terug. Welke pagina's maken je blij? Welke kleuren en technieken komen steeds terug? Daar zit je stijl.
Lelijke pagina's horen erbij. Je kunt er altijd overheen werken, een laag gesso maakt alles weer nieuw. Of je laat ze staan als bewijs dat je iets geprobeerd hebt.
Hoef je je pagina's te laten zien?
Nee. Een art journal is van jou. Veel mensen houden het helemaal privé, juist omdat dat de vrijheid geeft om te kliederen en eerlijk te zijn. Je hoeft niemand iets uit te leggen.
Sommigen vinden het fijn om af en toe een pagina te delen, met een vriendin, op een creatieve middag of online. Dat kan inspireren en je zelfvertrouwen geven, maar het is geen voorwaarde. Wil je een pagina bewaren of laten zien zonder het boek uit handen te geven, dan kun je hem scannen en zelf kiezen wie hem ziet.
Leg je boek op een plek waar je het makkelijk pakt, en maak een pagina wanneer je er zin in hebt. Drie keer per maand is genoeg. Het gaat niet om volhouden, het gaat om plezier.
Vragen over dit onderwerp
Wat is het verschil tussen een art journal en een scrapbook?
Een scrapbook bewaart herinneringen, met foto's als middelpunt. Een art journal is meer een speelplaats om technieken uit te proberen en gedachten te verwerken, en foto's mogen erin maar hoeven niet.
Welk papier heb je nodig voor een art journal?
Papier van minstens zo'n 200 g/m² houdt verf en lijm beter vast, en aquarelpapier van rond de 300 g/m² kan nog meer. Dun papier maak je sterker met een laag gesso.
Wat heb je nodig om met art journaling te beginnen?
Een boek met dik papier, gesso, een paar tubes acrylverf, lijm en een watervaste pen zijn genoeg. Collagemateriaal hoef je niet te kopen: kaartjes, tijdschriftbladzijden en verpakkingen werken prima.
Moet je kunnen tekenen om een art journal te maken?
Nee. Collage, stempels en woorden doen hetzelfde werk als een tekening, en een art journal hoeft niet mooi te worden.


