Naar de inhoud
Alle artikelen
Ideeën · 7 min lezen

Een reisdagboek bijhouden onderweg, ook als je moe bent

Een klein boekje, een paar pennen en een plakstift. Zo houd je onderweg een reisdagboek bij dat ook echt af komt, zelfs op de dagen dat je weinig zin hebt.

Klein model van een Polaroid-camera op een grijs notitieboek met een zwarte pen, op een houten reling in de zon
Foto: Jason Morrison · Pexels

Een reisdagboek begint meestal vol goede moed en eindigt vaak op dag vier, met een stapel lege pagina's en een envelop vol bonnetjes. Dat ligt zelden aan jou. Het ligt aan een boekje dat te groot is, spullen die je thuis hebt laten liggen en het idee dat elke pagina mooi moet worden. Met een paar keuzes vooraf houd je het wel vol.

Welk notitieboek neem je mee

Kies een boekje dat je ook echt bij je hebt. A5 of kleiner past in een dagtas, en een groot formaat blijft al snel in de koffer of op de hotelkamer. Wil je 's avonds liever uitgebreid plakken en hoeft er onderweg weinig mee, dan kan een groter boek wel.

Let op drie dingen:

  • Papier: stevig genoeg om kaartjes op te plakken zonder dat het golft, en dik genoeg dat inkt niet doordrukt. Ga je met waterverf of stiften werken, kies dan papier dat daar tegen kan.
  • Kaft: een harde kaft overleeft rugzakken, tassen en een regenbui beter dan een zachte.
  • Indeling: blanco, gelinieerd of met ruitjes is een kwestie van smaak. Er zijn ook reisdagboeken met invulvragen. Die helpen als je niet weet wat je moet schrijven, maar laten minder vrije ruimte.

Het merk doet er weinig toe. Een eenvoudig gelinieerd schrift met een zelf beplakte kaft werkt net zo goed als een duur leren boekje. Wat telt is hoeveel aandacht je erin stopt. Veel scrappers kiezen één boekje per reis. Dan is het af als de reis af is, en staat het later als een eigen boek op de plank.

Wat je verder meeneemt

Houd het licht. Alles moet samen in een etui of een plastic ritszakje passen, zodat je het overal kunt pakken.

  • Twee of drie pennen, waarvan één watervast. Een fineliner of gelpen in zwart en één kleur voor accenten is genoeg.
  • Een plakstift of lijmstippen.
  • Een of twee rollen washi tape, het papieren plakband dat je makkelijk scheurt en verplaatst. Wikkel een stukje om een oud kaartje, dan hoef je geen hele rollen mee te nemen.
  • Een klein mesje of schaartje. Een schaar mag niet altijd in de handbagage, dus kijk vooraf wat er mag.
  • Eventueel een paar stickers of een klein stempeltje.

Een fotoprinter hoeft niet mee. Teken met potlood een rechthoek waar later een foto moet komen en schrijf in het midden welke foto dat is, bijvoorbeeld 'strand bij zonsondergang'. Zet de foto's die je wilt afdrukken op je telefoon meteen in een apart album. Thuis druk je ze in één keer af en plak je ze op hun plek.

Onderweg of achteraf schrijven

Allebei kan, maar wie onderweg schrijft, onthoudt meer. Herinneringen vervagen sneller dan je denkt, zeker op een rondreis met elke dag een nieuwe plek. Wat je op de avond zelf opschrijft, klopt nog: hoe de soep smaakte, wat de man bij het kaartjesloket zei, hoe laat de bus eindelijk kwam.

Schrijven tijdens de reis doet ook iets met de reis zelf. Je kijkt beter, omdat je weet dat je het straks wilt vastleggen. Een kwartiertje in een café of op een bankje in het park is vaak genoeg.

Een tussenweg werkt voor veel mensen het best. Schrijf onderweg kort en snel, desnoods slordig, en maak thuis de pagina's af met foto's en versiering. Dan heb je de woorden van het moment en de rust van thuis.

Kaartjes, bonnetjes en souvenirs

Het platte papier van een reis is goud waard: treinkaartjes, entreebewijzen, plattegronden, een kassabon van de bakker, een suikerzakje, het etiket van een fles, een kaartje van het restaurant, een geperst blaadje uit het park. Ze zeggen vaak meer dan een foto.

De belangrijkste tip is: plak ze meteen in. Wat je bewaart om later te sorteren, raakt kwijt, kreukt of blijft jaren in een envelop zitten. Een stukje washi tape of een plakstift en het staat op de pagina van die dag, ook als het scheef zit.

Een paar handigheidjes:

  • Plak een papieren envelopje of een vouwzakje achter in je boekje voor dingen die je nog niet kunt inplakken.
  • Kaartjes met informatie aan twee kanten zet je met één strookje washi tape aan de bovenrand vast, zodat je ze kunt omslaan.
  • Een plattegrond van de stad kun je klein vouwen en als flapje inplakken. Kleur je route erop in.
  • Bonnetjes van thermisch papier vervagen na verloop van tijd. Schrijf het belangrijkste ernaast of maak er een foto van.
  • Neem alleen mee wat bedoeld is om mee te nemen. Een folder of kaartje wel, een bloem uit een beschermd park niet.

Wat schrijf je op als je moe bent

Na een lange dag lopen is een lege pagina zwaar. Verlaag dan de lat. Een paar woorden zijn beter dan niets, en morgen weet je de details al niet meer.

Dit werkt op avonden dat je moe bent:

  • Drie regels: waar je was, wat je at, wat je het meest bijbleef.
  • Een lijstje in plaats van zinnen: wat je zag, wat je hoorde, wat je proefde.
  • Vaste vragen die je elke dag beantwoordt: wie je ontmoette, wat het weer was, het beste moment van de dag, iets wat je verbaasde.
  • Eén klein tekeningetje van een kopje, een deur of een bord eten, naar een foto op je telefoon. Mooi hoeft niet; het is voor jezelf.
  • Het kaartje van die dag inplakken met de datum erbij. Dat is ook een pagina.

Is het echt op, sla de dag dan over zonder schuldgevoel. Vakantie is ook om uit te rusten. Laat alleen een plekje open met de datum, dan weet je later waar het hoort.

Waarom reisdagboeken vaak onaf blijven

Bijna altijd om dezelfde redenen. Het boek is te groot of te mooi, waardoor je bang bent het te verpesten. Je wilt elke pagina af hebben voor je verdergaat, en dat kost tijd die je onderweg niet hebt. Je bewaart alles voor later, en later komt niet. Of je mist één dag, en dan voelt het alsof het boek mislukt is.

Zo voorkom je dat:

  • Kies een klein boekje met niet te veel pagina's. Een volle kleine is mooier dan een halflege grote.
  • Schrijf eerst, versier later. Woorden kun je achteraf niet meer halen, washi tape wel.
  • Accepteer dat het onderweg niet perfect wordt. Een vlek, een scheve lijn of een doorgestreept woord hoort bij een reis. Een foutje plak je af met een kaartje of een sticker.
  • Lukt een pagina niet, vul hem dan met een foto, een kaart of een ingeplakt papiertje. Niet elke dag hoeft tekst te hebben.
  • Plan thuis één middag in om het boekje af te maken, liefst binnen een week. Daarna zakt de zin snel weg.

Terugblikvragen voor het einde van de reis

Bewaar de laatste pagina's voor een terugblik. Schrijf die op de laatste avond, in de trein of het vliegtuig naar huis. Je hoeft niet alle vragen te beantwoorden; kies er een paar die bij deze reis passen.

  • Wat was het mooiste moment?
  • Wat viel tegen, of was eigenlijk overschat?
  • Wat verraste je?
  • Welke ontmoeting wil je niet vergeten?
  • Wat was je favoriete plek om te eten of koffie te drinken?
  • Wat heb je geleerd over deze plek, en over jezelf?
  • Wat ga je missen, en waar verheug je je thuis op?
  • Wat zou je een volgende keer anders doen of anders inpakken?

Die laatste vraag is praktischer dan hij lijkt. Schrijf erbij wat je niet hebt gedragen en wat je miste, en je volgende paklijst schrijft zichzelf.

Is je reisdagboek klaar, scan het dan. Dan heb je het nog, ook als het boekje ooit nat wordt of zoekraakt. Het boekje zelf zet je naast dat van de vorige reis, en na een paar jaar staat er een hele rij.

Vragen over dit onderwerp

Welk notitieboek neem je mee voor een reisdagboek?

Kies een klein, stevig boekje, A5 of kleiner, met papier dat geen inkt doorlaat en kaartjes kan dragen zonder te golven. Een harde kaft overleeft rugzakken en regen beter.

Wat schrijf je in een reisdagboek als je moe bent?

Drie regels zijn genoeg: waar je was, wat je at en wat je het meest bijbleef. Een lijstje, een klein tekeningetje of een ingeplakt kaartje telt ook.

Hoe plak je kaartjes en bonnetjes in een reisdagboek?

Plak ze meteen in met washi tape of een plakstift. Voor dingen die je nog niet kunt inplakken zet je een envelopje achter in het boekje. Bonnetjes van thermisch papier vervagen, dus schrijf het belangrijkste ernaast of maak er een foto van.

Hoe zet je foto's in een reisdagboek zonder fotoprinter?

Teken met potlood een rechthoek waar later een foto moet komen en schrijf erbij welke foto dat is. Thuis druk je de foto's in één keer af en plak je ze op hun plek.

Verder lezen